Author Archives: Jeroen van Beele

About Jeroen van Beele

hi, i'm the owner of this site guts4roses.org, i want to make an economy in which i feel at home, this site is called guts 4 roses because this economy is based on the guts to trust each other

Joshua

“Papa, ik wil gaan samenwonen met Joshua!”. Mijn dochter Lola is net meerderjarig en Joshua is een alleraardigste jongen. Toch lijkt het me geen goed plan. Maar wat doe je dan? Van mij heeft ze geen toestemming nodig, nog wel het geld voor de huur die ze samen gaan opbrengen. Maar ja, dat zou ik toch wel kwijt zijn. Punt is wel dat ik net twee jaar geleden voor Lola een prachtig huisje heb gekocht in Sloten (gemeente Amsterdam).

Mijn andere dochter Robin heeft een studentenwoning waar ze uit wil / moet. Nou dan kan zij mooi naar het huisje in Sloten. Maar: als het foutloopt tussen Lola en Joshua, dan moet Lola zelf op zoek naar iets anders, want nu is Sloten voor Robin.

Zo gezegd, zo gedaan. Dat wil zeggen: Lola trekt bij Joshua in en Robin maakt zich klaar voor de verhuizing van West naar Sloten, dat is ongeveer een kilometer fietsen. Maar nu komt het: na twee dagen breekt de relatie op. Ik was erbij, Joshua was helemaal ontdaan. En meer dan dat, hij stortte zo’n beetje in. Ik heb hem vastgehouden en beloofd: ik laat je niet vallen.

Het was dus inderdaad geen goed plan. Maar terug naar Sloten zit er voor Lola niet meer in. Al woont Robin nog niet in Sloten, het is aan haar beloofd. Anderzijds, Sloten is na twee jaar al wel het plekje van Lola geworden. Wat nu te doen?

Robin werkt in een wannabee 1 ster-restaurant waar regelmatig tot diep in de nacht feesten gehouden worden, en dat ligt een heel eind bij Sloten vandaan. Een meisje van 19 diep in de nacht Amsterdam laten doorkruisen zie ik niet zo zitten (wat ben ik toch een watje). Maar dat restaurant zit wel bij mij om de hoek.

Dus dit wordt het dan: Lola terug naar Sloten, Robin in mijn huis, en ik vind wel wat anders. Ik werk immers vanuit huis, ik kan ook op Ibiza gaan zitten.

Ook heb ik al betaald voor de kamer bij Joshua, dus ik vraag of ik voorlopig bij hem kan intrekken. Dat kan wel.

Joshua heeft moeite met werken, met banen behouden. Hij heeft moeite met op tijd komen en is vaak ziek. Misschien kan ik helpen? Gezond leven, op tijd opstaan en zo meer van die dingen. Maar vooralleerst is het tot ons beider verbazing bere gezellig. We drinken wat samen en kijken Netflix. We praten honderd uit.

Al snel komt er een heel verhaal uit. Ik deel het hier maar even, zodat je de ernst van de situatie begrijpt. Joshua heeft een nederlandse moeder. En een somalische vader, een orthodoxe islamist. Vader en moeder zijn al vroeg gescheiden en Joshua woont bij zijn moeder. Gelukkig maar, want aan zijn vader heeft hij geen positieve herinneringen. Dan, als Joshua 4 jaar is, gaat hij met zijn moeder op vakantie naar zijn vader in Engeland. Na een week gaan ze weer naar het vliegveld maar als Joshua uit de auto wil stappen moet hij blijven zitten omdat hij bij zijn vader zal blijven. WAT?!? Joshua blijft voorgoed bij zijn vader.

Joshua gaat niet naar school maar krijgt thuis onderwijs. Als vader als docent op een islamitische school les geeft sluit hij Joshua op in een kamer met een koran. In het arabisch. Joshua moet de koran uit zijn hoofd leren en ‘s avonds overhoort vader hem. Fouten worden afgestraft met lijfstraffen. Geseling bijvoorbeeld.

Joshua is niet dom en doet zijn uiterste best. Het lukt hem steeds beter foutloos te reciteren. Vader heeft steeds minder reden om te straffen. Van lieverlee wordt Joshua elke dag gestraft, ook als hij geen fouten gemaakt heeft. Er is immers altijd wel een stok te vinden om de hond te slaan.

Dan gaat Joshua een weekje naar zijn moeder. Hij smeekt haar nooit meer terug te hoeven. Moeder luistert niet. Dat gaat zo jaren door.

Dan gaat Joshua met zijn vader op vakantie naar Somalie. Maar aan het eind van de vakantie gaat alleen vader terug naar Engeland. Joshua blijft bij een tante. Die stuurt hem elke dag over een lange zandweg naar een imam om verder te leren. Iedere keer als Joshua een fout maakt scheurt de imam een stukje van de huid van zijn hand af. Elke dag die lange weg van tante naar de imam waar hem die marteling te wachten staat.

Na een jaar komt vader Joshua ophalen uit Somalie. In engeland terug naar af. Dan, als Joshua 11 jaar is, komt moeder naar vader toe omdat ze gehoord heeft wat er met Joshua gebeurt. Als vader de deur opendoet duwt hij Joshua achter de deur zodat moeder Joshua niet kan zien. Nee Joshua is niet thuis, hij is op school (waar hij nog nooit geweest was). Wat moet Joshua doen? Hij wil weg bij zijn vader, maar kan hij zijn moeder vertrouwen? Als hij tevoorschijn springt en zijn moeder laat hem doodleuk toch bij zijn vader dan is Joshua zijn leven niet meer zeker.

Door een kier ziet Joshua zijn zusje en hij zwaait van achter de voordeur naar haar, en het zusje zwaait terug.

Als een tijgerin springt moeder tussen vader en de voordeur door en grist Joshua achter de voordeur vandaan. Hoe moet Joshua zich voelen? Gaat hij nu met mama mee? Vader loopt woedend weg, Joshua roept hem achterna. Vader zegt dat hij zijn zoon niet meer is.

Joshua gaat met moeder mee naar Nederland. Daar gaat hij voor het eerst naar de basisschool en is meteen de beste van de klas. Hij mag eindelijk leren!

Nu 10 jaar later komen de trauma’s weer boven. Slecht slapen. Veel angsten. Na een dag werken is Joshua vier dagen kotsmisselijk. Ik snap nu waarom ik zei: “Ik laat je niet vallen.” Hier sprak het universum in mijn hart, en ik ben blij dat ik het hoorde. Ik ben benieuwd wat er gebeuren gaat.

Trauma’s van deze orde kennen we gelukkig niet in Nederland. Dat betekent ook dat niemand van de mensen die Joshua in Nederland tot nu toe is tegengekomen iets begrijpt van zijn situatie, zijn trauma, zijn onvermogen tot werk. Gezondheidszorg niet, uitkerende instanties niet, van een werkgever kun je zoiets moeilijk verwachten. Ik ook niet. Als iemand van de lezers iets te bieden heeft, een inzicht of een referentie of wat dan ook, dan houden wij ons van harte aanbevolen. Vooralsnog neem ik de zorg voor Joshua op mij, als surrogaat vader. Namasté.

Oh ja, dit is hoe ik nieuwe economie zie: ik luister naar mijn hart, want daar spreekt het universum. Dan doe ik altijd de juiste dingen, ook economisch gezien.

De namen van Joshua, Lola en Robin zijn gefingeerd, de echte namen zijn bekend bij de auteur

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 100, sep 2022

Facebooktwitterlinkedinmail

Hoe financier je een festival zonder geld?

Joachim is een man naar mijn hart. Hij leeft de nieuwe econnomie: Tauschlogikfrei, en zelfs helemaal zonder geld. Ik ken hem van yunity, met als eenvoudig maar o zo raak motto: imagine sharing everything. Ik raakte betrokken bij yunity kort na haar conceptie ergens in Italië. Het motto was afkomstig van Rafaël, die toen ik aan kwam waaien al afgezwaaid was.

Maar even terug naar Joachim. Andere Leute rond yunity hadden Move Utopia georganiseerd, ook geheel zonder geld natuurlijk. Für eine Welt nach Bedürfnissen und Fähigkeiten (Louis Blanc!). Maar goed, een week lang met 1000 man op een verlaten militaire vliegbasis (Lärz), dan moet je toch wat geld spenderen. Ze deden het met 35.000 euro, ik geef het je te doen.

Maar goed, dat geld moest er natuurlijk wel komen. Nou had Joachim zelf geen geld, al jaren niet, maar hij heeft wel andere Fähigkeiten om de Bedürfnis van 35.000 euro te lenigen: hij kan dat organiseren. Dus Joachim roept op de laatste dag alle nog aanwezige festivalgangers naar een van de hangaars om dit punt voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen.

En dan gebeurt er iets. Ik ben geneigd te zeggen: iets vreemds. maar misschien vind jij het helemaal niet vreemd. Ik ben benieuwd wat jij er van vindt.

Dus stel je voor: je bent helemaal into de nieuwe wereld, delen ipv ruilen, zonder geld, en dan past zo’n fabelhaft festival als Move Utopia helemaal in jouw wereld. Dus vol elan draag je bij aan een spetterend festival met presentaties van allemaal gedurfde experimenten, we eten gered voedsel (dwz: uit de kliko-bak gevist, want nog prima eetbaar (1000 man hè!)) en natuurlijk muziek tot diep in de nacht. We konden dit prachtige terrein krijgen omdat het Fusion festival met 100.000 bezoekers niet doorging, dus het terrein was zo weids als onze idealen.

En dan komt Joachim, zonder geld, en vraagt beleefd of zij die wel geld hebben even willen dokken, ook voor degenen die geen geld hebben (en dat waren er best een hoop natuurlijk). En toen gebeurde er dit: wie denkt Joachim wel dat hij is? Zonder geld en bijdrage ons vertellen dat wij moeten dokken, hoe durft hij?

Mijn punt is: in die Welt nach Bedürfnissen und Fähigkeiten moet ieder doen wat hij / zij kan doen. als dat organiseren is dan is dat organiseren en als dat betalen is dan is dat betalen. In die zin zie ik geen wezenlijk verschil tussen organiseren en betalen, het zijn alletwee activiteiten die een bijdrage leveren aan onze nieuwe wereld.

Eind van het liedje: ik heb organisator Tobi beloofd een eventueel nadelig saldo aan te zuiveren. Uiteindelijk heeft mijn bedrijfje 1.500 euro bijgedragen, dat is 1,50 de man, dus waar praten we over?

Rafaël was er al vandoor voor hij dit kon meemaken, misschien had hij het voorvoeld.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 098, mei 2022Facebooktwitterlinkedinmail

Niets doen is ook vermoeiend

Het was weer als vanouds, een avond in een (voorheen rokerig) hol met voornamelijk jonge mensen op zoek naar een betere wereld. Ditmaal was het thema: Weg met werk. Kijk, denk ik dan, die hebben het begrepen: werk is helemaal geen doel. Let op: decaden in onze nationale politiek was werk doelstelling nummer een, dus als je zegt dat werk helemaal geen doel moet zijn dan zeg je ook dat onze nationale politiek er decaden naast gezeten heeft.

De avond was onderdeel van het kunstenaarsproject Common-in over sociale transitie met de meent als centraal concept. Uitgenodigd waren oa Marguerite vd Berg, schrijver van Werk is geen oplossing en Denise Harleman van Collectief Kapitaal.

Voor mij nieuw was de constatering dat bestaansonzekerheid een beleidsinstrument is: mensen die bestaanszekerheid missen gaan harder werken. Het staat gewoon in de beleidsdocumenten. Overigens is wetenschappelijk bewezen dat dat niet klopt, bestaansonzekerheid geeft een stress die de benodigde creativiteit om uit die onzekerheid te geraken verlamt. In dit kader hier nog een mooi stuk van Jesse Frederik van De correspondent: Hoe de verzorgingsstaat mensen niet langer helpt, maar in de problemen brengt. Langzaam begin ik meer te begrijpen van de stress waar we met zijn allen in terecht gekomen zijn.

“Elitair” was een van de emoties die in het publiek opkwam bij de gedachte “Weg met werk”. Ik denk dat het aanwezge publiek vooral mensen waren met perspectief. Waar vd Berg op doelt in haar boekje is: voor een steeds groter wordende groep mensen biedt werk helemaal geen perspectief meer, het is vooral buffelen om aan het einde van je salaris nog een stukje maand over te houden. Ik kan het mij veroorloven te spelen met zo’n spannende gedachte “Weg met werk”, maar degenen in wiens belang wij menen deze excercitie te moeten doen zijn gevangen in de stress van hun sisyphusarbeid (dat is ook een elitair woord trouwens).

De gedachten tijdens de avond gingen daarom van werk anders bezien door naar: naar andere zaken kijken. Ben je je werk en als je niet je werk bent, wie ben je dan eigenlijk? Bén je dan eigenlijk? Wanneer ben je? En ja, dat slaat ook op mijn column alhier: is nieuwe economie wel zo’n significant thema? Is het misschien niet verstandiger om het ergens anders over te hebben? Ik kan mij nog uit mijn middelbare schooltijd in de 70-er jaren herinneren dat economie helemaal geen issue was. We hadden het in de klas over baas in eigen buik, kernwapens en het ijzeren gordijn en wat daarachter allemaal gebeurde. En we hoorden in de verte over grenzen aan de groei. Mijn interesse voor economie, ihb nieuwe economie dateert van een decade later.

Maar waar zou ik het dan over moeten hebben? Moet ik het wel ergens over hebben? Is mijn hele columndrift ook niet voortgekomen uit een maatschappelijke prostitutiedwang: ik publiceer dus ik ben? Is dat wat ik ben? Publiceren is ook een vak weet je, het is werk.

Even terug dus. Naar de ayahuasca in het braziliaanse regenwoud, mijn wedergeboorte: ik ben niet mijn ego, ik heb er een, ben daar blij mee, maar ik ben dat niet. Ik, dat is mijn zelf, ik ben een stukje van het universum, geincarneerd in dit vehikel, met alle ups en downs, voors en tegens. Voor de goede orde: voor mij is mijn ego hetzelfde als mijn lichaam. Dat lichaam heeft zijn eigen dynamiek, wil zich voeden bijvoorbeeld, heeft een continue stroom van gedachten en om de begripsverwarring compleet te maken: mijn ego heeft ook een zelfbewustzijn. Allemaal prima, maar het staat ten dienste van mij, mijn zelf, niet andersom, dat was mijn grote ontdekking daar in het regenwoud.

Dit onderscheid tussen ego en zelf, tussen bestuurde en bestuurder, is ook in bovenstaande gedachtengang van cruciaal belang. Waarom deed ik het allemaal ook al weer? Wat ik ook geleerd heb in de sabattical waar de ayahuasca onderdeel van was is: ik luister naar mijn hart, want daar spreekt het universum. Mijn zelf dus, verbonden met alle andere zelven. Als ik naar mijn hart luister kan het niet fout gaan.

En dan, dan wordt werk een middel om mijn ego, onze ego’s te voeden en verzorgen. En tegelijkertijd al doende mij(n) zelf uit te drukken. Manifesteren vind ik in deze context wat aanmatigend, waarom zou ik mijzelf willen manifesteren? Door te zijn in die verzorging van ons, de planeet en de toekomst ben ik. Dat is al waar het om gaat.

Ik ben wel van het zijn, maar toch vooral door te doen. Ik kan wel eens een tijdspanne niets doen, maar uiteindelijk wil ik toch wel weer iets doen. En dat is het dan: ik doe omdat ik wil. Maar is dat doen nou zo belangrijk? Ja en nee denk ik, voor mij althans: ja, want ik wil ook graag te eten hebben. En nee, want er zijn belangrijker zaken in de wereld dan werken of eten, liefde bijvoorbeeld. Dus dat doen is belangrijk daar waar dat nodig is. en nodig is het, al was het maar omdat niets doen ook vermoeiend is.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 097, apr 2022

Facebooktwitterlinkedinmail

recensie: Groeiend bewustzijn, Gerrit Verweij

Onlangs kwam ik Gerrit tegen. Hij heeft een boekje geschreven over de groei van ons bewustzijn. Het komt binnenkort uit en hier deel ik graag met jullie mijn beleving van dat boekje.

Het is makkelijk leesbaar. En het onderwerp is van eminent belang. Vervolgens gaat het over astrologie en de tekens van de dierenriem en hoe die invloed uitoefenen op onze wereld. Dan wordt ik op zijn zachtst gezegd achterdochtig. Hoe onwetenschappelijk allemaal!

LET OP: de uitspraak ‘Dit is onwetenschappelijk’ wil ik natuurlijk wel wetenschappelijk doen. Mind you, dat is wat ik vaak zie gebeuren: wetenschappers die zeggen dat iets onwetenschappelijk is en dan vinden dat daarmee de kous af is. Dat is wat mij betreft de meest onwetenschappelijke houding die je kunt aannemen.

Laat ik daar eerst even op inzoomen. Ik acht mijzelf wetenschappelijk opgeleid en bovendien, Gerrit heeft zijn boekje wetenschappelijk verantwoord willen schrijven. En om alvast een schaduw vooruit te werpen: Ik vind dat hem dat gelukt is. Wacht even, wetenschap is toch geen mening? Zoals gezegd, ik wil nu eerst even inzoomen op wat wetenschap is, naar mijn bescheiden mening.

Wetenschap is in mijn beleving allereerst zowel een individueel ontwikkelingspad als een dialoog. In de eerste plaats ga ik op zoek, en wat ik vinden wil is een beeld, een model van mijn werkelijkheid. Tijdens die zoektocht kom ik andere wetenschappers tegen die ook op zoek zijn, en we delen onze ervaringen, onze inzichten met elkaar. Als jij jouw beeld met mij deelt dan is het aan mij om dat beeld in mijn model op te nemen. Maar waarom zou ik dat doen? Ik doe dat als jij mij kan overtuigen dat jouw beeld past in mijn model. Sommige elementen van jouw beeld waren misschien al onderdeel van mijn model, van anderen zie ik onmiddelijk in dat ze passen, maar van sommige elementen moet je me overtuigen: hoe ben je tot dat beeld gekomen? Wil je me helpen jouw pad daar naartoe ook te lopen?

Goed wetenschappelijk onderzoek zit zo in elkaar, het verslag van dat onderzoek is dan ook een recept dat de lezer in staat stelt om zelf dat pad naar dat beeld te bewandelen, herhaalbaarheid. En dat is precies wat Gerrit doet. Hij beschrijft en detail wat hij gedaan heeft en legt uit hoe je dat zelf kunt herhalen. Wat het boekje ook mooi maakt is dat Gerrit volstrekt open is over zijn eigen rol op dit pad. Bijna loop je samen met hem zijn pad, van wetenschappelijk opgeleide man tot iemand die geconfronteerd wordt met pendels, en dan niet zegt: ‘Wat een onwetenschappelijke boel!’ maar die nieuwsgierig wordt naar wat er buiten zijn comfortzone ligt.

Dan nu een schets van de inhoud van het boekje. Nog even: in mijn eigen boekje leg ik uit hoe de groei van ons bewustzijn onze economie op dit moment verandert. Even tussendoor: deze week, de laatste week van feb 2022, stond in de krant dat de europese commissie wil dat wij europeanen met de rest van de wereld eerlijk handelen. Dat kan de commissie alleen doen als wij europeanen dat zelf willen. Zo ver zijn we dus al! Anyway, ik ben dus zeer benieuwd naar wat Gerrit te zeggen heeft over de groei van ons bewustzijn.

Gerrit begint met een beschrijving van zijn eigen ontwaken in de spirituele wereld. Vervolgens haalt hij verschillende onderzoeken aan, waaronder die van Tesla, Bovis en Schumann, die allen gaan over energie en de frequenties daarvan. Tenslotte, voorafgaand aan een gedetailleerde beschrijving, komt Gerrit met zijn theorie over bewustzijn en het meten daarvan: bewustzijn kun je meten in Hertz. Bandbreedtes in die frequenties staan voor wat Gerrit noemt dimensies van bewustzijn. Het grootste deel van het boekje bestaat vervolgens uit een beschrijving van de vijfentwintig dimensies van bewustzijn die hij waarneemt. Daarna volgen enkele hoofdstukken over collectief bewustzijn en hoe die samenhangt met de standen van de planeten. Gerrit sluit af met een sneak preview van de nieuwe tijd, en het aardige is dat die nauw aansluit bij de sneak in mijn eigen boekje, tot en met het idee waaraan ik refereerde in economie in balans: uiteindelijk gaan we telepatisch afstemmen en hebben we al die bergen data niet meer nodig.

In de bijlagen beschrijft Gerrit en detail een significant onderdeel van zijn onderzoeksmethodes: pendelen en mediteren. Ik kan nu zeggen: wat een onzin! Maar dat is niet wetenschappelijk. Ik ga ook pendelen om te ontdekken of wat hij gedaan heeft klopt of niet.

Wat mij nog wel een beetje dwars zit is dat het principieel lastig is, om niet te zeggen onmogelijk, om hogere dimensies van bewustzijn te begrijpen vanuit lagere dimensies. Misschien verklaart dat waarom Gerrit aan de dimensies tien en hoger slechts drie paginae besteedt. Gerrit merkt dat overigens zelf ook op aan het einde van hoofdstuk vijf, net voor hij met de uiteenzetting van alle dimensies begint.

Gelukkig heeft Gerrit ook een test ingebouwd: hij voorspelt dat we in de jaren dertig van deze eeuw nog twee planeten gaan ontdekken in ons zonnestelsel: Persephone en Vulcanus (kwam dr. Spock daar niet vandaan?). Dit lijkt me een alleszins verifieerbare uitspraak. Over die positionering in de tijd maak ik me dan wel weer zorgen. In zijn totale openheid biecht Gerrit ook op dat hij de komst van de coronapandemie had gependeld in 2019, maar had die pandemie toen geplaatst in 2032.

Het spannendste onderdeel in het boekje vind ik wel dat Gerrit heeft gemeten (met zijn pendel) dat het bewustzijn de afgelopen twee jaar ontzagwekkend is gegroeid. Dat hebben we ook nodig als we ons realiseren dat de Boviswaarde van onze planeet de laaste decaden door de ondergrens van leefbaarheid dreigde te zakken.

Voor mij is dit boekje dus het jonge woudlopershandoek voor het pad naar bewustzijnsgroei. Ik heb mijn pendel opgeduikeld. Ik heb hem al heel lang, maar nooit echt gebruikt. Nu is de tijd gekomen en ga ik kijken of het voor mij ook werkt.

Groeiend bewustzijn, een duurzame samenleving in de zesde dimensie
Auteur: Gerrit Verweij
komt binnenkort uit bij uitgeverij Boekscout
ISBN 978-94-645-0922-9
prijs: € 23,50

tevens verschenen van de hand van Gerrit Verweij bij Boekscout: Ontdek je grote kracht
ISBN 978-90-823934-3-9
prijs: € 22,99

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 096, mrt 2022Facebooktwitterlinkedinmail

Een weekeinde van spirituele overvloed

Ans organiseerde het weekeinde van overvloed, op een camping ergens op de veluwe. Ze had in de almanak gekeken en gezien dat het tweede weekeinde in oktober altijd zonnig is. Dus het weekeinde van overvloed plande ze op een prachtig tweede weekeinde in oktober.

Met overvloed bedoelde Ans dat alle deelnemers delen uit hun overvloed en entreegeld was alleen nodig om noodzakelijke kosten te dekken, dus: 5 euro de man. Wel zelf tentje meenemen en zo.

Dat jaar echter werd dat tweede weekeinde van oktober gekenmerkt door een overvloed aan regen. De volle 48 uur. En dus viel het weekeinde van overvloed in het water. Ans was uitgegaan van de overvloed van het universum, dus had ze geen risicoöpslag gerekend in de 5 euro entree.

Dus Ans ging nat. Aan het einde van het weekeinde schuilden de laatse deelnemers, waaronder ik, nog even bij Ans onder een afdakje en namen we het weekeinde door. Ans deelde ons haar tekort mede. We stelden dat het weekeinde van overvloed van significant belang was geweest. De tijd was er rijp voor en Ans had dat heel terecht opgemerkt en daar ook in lijn met die overvloed vorm aan gegeven. Wij konden Ans alleen maar dankbaar zijn dat ze gemanifesteerd had wat in ons aller harten leefde. Ik beloofde een niet nader genoemd deel van het verlies op mij te nemen. Dat inspireerde ook enkele anderen.

Tenslotte braken we op, ieder van ons ging zijns weegs. Thuisgekomen maakte ik een bedrag over, ik weet niet meer hoeveel. Enkele dagen later meldde Ans dat er een overvloed aan overschrijvingen binnengekomen was. Haar verlies was een winst geworden van 5 euro.

Ik begrijp dit gebeuren alsvolgt. Ten eerste: almanakken zijn onzin, heeft niets met spiritualiteit te maken. Ten tweede: luister naar je hart, want daar spreekt het universum. Dit laatste heeft er in geresulteerd dat ik, en met mij een aantal anderen, precies genoeg geld bijdroegen om de kosten te dekken. Zonder te vergaderen, zonder te onderhandelen. Alleen de broodnodige informatie van het tekort werd gedeeld, meer niet. Daarna weet iedereen wel wat hem te doen staat. Het bedrag dat ieder van ons bijdroeg is misschien nog het meest interessant, want hoe kom ik aan dat bedrag, hoe bedenk ik dat? Ik zou zeggen: ik bevoel dat. Ik luister naar mijn hart en dan komt het bedrag vanzelf boven. Als het goed voelt is dat het juiste bedrag.

Dat luisteren naar je hart is zo eenvoudig nog niet. Mijn ego heeft de neiging vanuit angst te redeneren (en míjn ego is niet de enige met die handicap). Als mijn ego mijn hart overstemt dan kan ik niet voelen welk bedrag zich in mijn hart vormt, of wat mij ook te doen staat. Maar als mijn zelf vrij is van mijn ego dan lukt me dat wel. Dat is mijn definitie van wedergeboorte, verlichting: dat mijn zelf vrij is van mijn ego. NB: ik zeg niet dat ik mijn ego dien te veronachtzamen, ik dien er slechts voor te zorgen dat mijn ego dienend is aan mijn zelf, niet andersom.

Dat onderscheid tussen ego en zelf is helemaal een ding. Alle goeroes spreken er over en ze formuleren dit onderscheid, verlichting, ook allemaal in vergelijkbare bewoordingen. Ik had het al vaak gehoord, maar nooit begrepen, doorvoelt. Tot ik in 2016 een ayahuascaretraite deed. Opeens ervoer ik dat mijn ego niet mijn zelf is, dat dat twee verschillende dingen zijn. En zie hier: ook ik kan het alleen maar in deze woorden gieten, wetende dat de lezer deze waarheid pas zal oppakken als hij of zij een vergelijkbare ervaring doormaakt.

Dit is wat mij betreft hoe onze nieuwe economie zal werken: ieder luistert naar zijn of haar hart (anarchisme) en deelt vervolgens uit zijn overvloed (communisme). Als tussenvorm gaan we onze data delen zodat we kunnen afstemmen op de meent.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 095, feb 2022Facebooktwitterlinkedinmail

Deel en heers

Dat was wel even schrikken. Wat groene producten zijn, dat weten we wel, daar hebben we ook keurmerken voor bijvoorbeeld. Maar trickle down? Wat is nou een trickle down-product of -dienst? Ik stond met een mond vol tanden afgelopen wakkeraanontmoeting.

trickle down

Ik heb daar voor mijzelf wel een beeld bij dacht ik, maar uitleggen aan anderen bleek onverwacht een uitdaging. Ik moest constateren dat mijn beeld niet meer is dan een vage intuitie. Dus dat is de vraag die ik meegenomen heb uit die laatste wakkeraanontmoeting: Wat is een trickle down-product? Ik zal hier proberen die vraag te beantwoorden.

Ik zie dat zo: we zijn met zo’n 7 miljard mensen op deze ene aarde en hoe delen we die boel? Eerst: we delen hem niet, we vérdelen hem, daar begint het al. Ik zou zeggen dat verdelen the root of all evil is. De ene helft van onze planeet is voor 8 mensen en de andere helft is voor nog eens 1% van de mensheid. En de rest? Die mag zich alleen vertonen als die er wat voor doet, ze moeten zich met hun arbeid inkopen zeg maar. Alsof die 99% van een andere planeet komt, als gastarbeiders. En als je geen prodcutiemiddelen bezit en ook niets te doen hebt eigenen wij ons bovendien het recht toe bijvoorbeeld tandeborstels te tellen om te achterhalen of je misschien niet teveel aalmoes onvangt.

Het is ook wel een beetje de olifant in de kamer. Marx merkte hem al op, maar heden ten dage is het nog steeds taboe om op nationale schaal over privaat eigenaarschap van prodcutiemiddelen te beginnen. Zo gaan de meeste economische theorieen er bijvoorbeeld van uit dat privaat eigenaarschap van prodcutiemiddelen de normaalste zaak van de wereld is. Hoewel dat toch een betrekkelijk modern instituut is, immers vroeger was de meent de norm, daar herinnert de term gemeente ons nog aan.

In dit verband wijs ik graag op de kruitocht van Henry Mentink, die met een kruiwagen vol aarde van Varik (aan de Waal) naar de UNESCO in Parijs loopt om onze aarde op de werelderfgoedlijst te zetten. Hij is al in het klein begonnen met de grond onder zijn veerhuis in Varik vrij te kopen. Want een meent of een Community Land Trust (CLT) doet precies dat: de aarde vrijkopen.

Dat vrijkopen is interessant: het ruilmiddel dat we gebruiken om onze productie te verdelen, gebruiken we ook om onze productiemíddelen, en dus ook onze aarde, te verdelen. Dus daar zit een opportuniteit: als ik iets koop, geld uitgeef, wordt dat geld dan gebruikt om arbeid te bekostigen, of gaat er een deel naar een grootgeldbezitter die voor de productie niets gedaan heeft? In dat laaste geval wordt gesproken van return on investment. Of, en dat is een derde mogelijkheid: wordt dat geld gebruikt om een stukje aarde vrij te kopen?

Wat betekent dit nou voor trickle down-producten? Eerst even terug naar af: wat wil ik eigenlijk? Wat is mijn ideaal? Een wereld waarin we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst, dat is wat ik wil. Zoals altijd: wat jij doet daar heb ik niks over te zeggen, maar over mijn eigen gedrag kan ik wel beslissen. In deze context: als ik wil zorgen voor ons, de planeet en de toekomst, dan is het handig als ik ook beslissingsbevoegdheid heb. Anders gezegd: ik wil voor mezelf, of beter: voor ons werken, ipv voor een ander.

Want even over eigendom: in onze cultuur (gecodificeerd in onze wetgeving) betekent eigendom dat je daarover beslissen mag. Let op: dat is een questie van bewustzijn, in beschaafdere culturen betekent eigendom dat je er voor zorgt, dat je een verwantwoordelijkheid hebt. Dat doen we in Nederland ook: je mag bijvoorbeeld wel eigenaar zijn van een monument, maar dan heb je wel de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen. En zo zijn er veel meer voorbeelden. En ook veel voorbeelden van waar zo’n verantwoordelijkheid ontbreekt.

En dan wordt het dus een questie van bewustzijn. In ons land zijn er te weinig restricties om die zorg af te dwingen bij eigenaren. Of het nu een grootgeldbezitter of een meent is, zolang hij of zij eigenaar is of zijn, kunnen we die zorg niet afdwingen – los van het feit dat ik liever inspireer dan afdwing.

En ook: ik wil helemaal geen revolutie, ik wil gewoon zorgen voor ons, de planeet en de toekomst. Als jij grootgeldbezitter bent en met jouw geld precies dat doet, dan ben ik helemaal tevreden. Maar als jij dat niet doet en mij ook niet de gelegenheid geeft om bij te sturen, dan wil ik niet dat mijn arbeid of geld nog langer naar jou toe gaat.

Ok, dus hoe gaan we dat nou doen met die trickle down-producten? Dit is mijn idee:

Het gaat er om dat we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst.
Als dat niet zomaar lukt dan zorgen we dat we beslissingsbevoegdheid krijgen.
En als ook dat niet lukt dan zorgen we dat we eigendomsrechten krijgen.

Een app zou dat kunnen ondersteunen:
Allereerst voeren we in de app alle belangen in, hoe kunnen we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst?
Dan scan ik bij de super met mijn app de barcode van een product en dan kan ik zien hoe goed die belangen worden meegewogen.
Tenslotte, als er geen zorgzame producten te vinden zijn, dan gaan we die zelf maken mbv een fonds dat investeert in productie van zorgzame producten.

Dit zijn drie stappen die ieder hun eigen uitdaging kennen.

Uitdaging 1:
Alle belangen? Conficteren die niet, en hoe krijg je ze boven water? En dat op een operationele manier?

Uitdaging 2:
Scannen kan ik nog wel, maar dan al die informatie koppelen en onderhouden. Stel ik koop een pak koffie van het huismerk. Waar gaat mijn geld dan naartoe? Naar de cassiere, naar de vakkenvuller, naar vrachtwagenchauffeur, en ook naar de aandeelhouders. Kan ik dat per product uitvogelen? Of nemen we gewoon het jaarverslag en berekenen daar percentages uit? En dan, als ik uit het rek een stuk zeep van unilever pak? Dan gaat er een stuk naar de super en een inkoopstuk naar unilever. Die percentages zijn voor unilever en de super verschillend, dus nou moet ik de verdeling tussen die twee weten. En oh ja, die vrachtwagenchauffeur was ook ingehuurd, en dat is een bv, zijn die cijfers openbaar?

Uitdaging 3:
En tenslotte ondernemen in de zorgzame / duurzame markt, dat is weer een uitdaging op zich. Zo’n app is ook een mooi marketinginstrument natuurlijk. Je laat je markt vertellen wat ze willen en dan laat je ze daar ook in investeren. Gegarandeerde afzet! Zo maken we van markten meenten.

Eigenlijk is het een soort bewijstzijnsapp: hoeveel belangen worden er meegenomen in de besluitvorming? Fair trade en eerlijke prijzen zijn dan een automatisch gevolg.

Misschien toch nog even een voorstel voor een definitie: een trickle down-product of -dienst is een product of -dienst waarvan de return on investment ten goede komt aan ons, de planeet en de toekomst. En misschien is zorgzaam, als alternatief voor de term duurzaam, een betere term dan tricle down.

Tenslotte: Als je bijdrage van een markt een meent maakt geeft dat nog geen garantie, maar wel een betere uitgangspositie. Ik verwacht dat de app je eerder zal verwijzen naar een CLT, een cooperatie of een meent, dan naar Burger King.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 094, jan 2022Facebooktwitterlinkedinmail

Delen in Brazilie

Eduardo had heel wat gebackpackt en daarmee veel ervaring opgedaan over wat een hostel leuk maakt of juist niet. Hij heeft het weten samen te vatten in de naam van zijn eigen hostel: local friend. En dat is ook helemaal waar: niets is leuker dan onderdak vinden bij een lokale vriend. Petje af voor zijn enorme aanpassingsvermogen, iedere keer weer nieuwe mensen met weer nieuwe wensen.

Local friend betekende ook dat ik soms boodschappen deed en kookte voor de gasten (en mijzelf natuurlijk), net wanneer het uitkwam. En Eduardo at mee en het was gezellig. Het woord delen hebben we niet gebruikt, maar het was wel wat we deden. Eduardo was helemaal in sync met zijn missie.

Op een keer kwamen er wat bouwvakkers logeren. By the way, dat is een goed teken, als locals dit hostel verkiezen boven anderen, nou dan zal het wel snor zitten. Ze lieten foto’s zien. Het was feestelijk gezellig om samen die foto’s te bekijken. In geuren en kleuren schilderden ze het verhaal dat de foto’s vertelden:

De mannen woonden in een favella van Rio de Janeiro. Het leven is daar wat anders dan wij hier gewend zijn, en ik kan alleen maar respectvol observeren. Ik neem aan dat een goede maaltijd daar niet altijd voor iedereen is weggelegd. Dus hoe delen die Brazilianen dan hun rijkdom?

Eigenljk heel simpel: als er uit de vleesfabriek een vrachtwagen komt rijden houd je met een groepje gelijkgezinden de chauffeur aan en dirigeert hem naar je favella. Aldaar aangekomen wordt de wagen op straat uitgeladen en kan de hele buurt een maaltje komen halen. Als iedereen voorzien is mag de chauffeur weer vertrekken. Wat kan het leven toch simpel zijn.

Ik denk met warme herinneringen terug aan die ontmoeting. Het zijn gewoon hardwerkende bouwvakkers, die ten behoeve van hun gemeenschap wat extra belasting ophalen, naar behoefte. Niks geniepig, gewoon in het openbaar.

Eduardo heeft mij ook geinspireerd om een muurschildering achter te laten. Daar wil ik graag mee eindigen:

Helemaal onderaan zie je de tralies van een gevangenis, dat verbeeldt hoe velen ons huidige geldsysteem ervaren. Ik geloof dat zich uit dat geldsysteem momenteel een nieuw systeem aan het ontwikkelen is. Dat nieuwe systeem onstaat doordat het huidige systeem decomponeert in twee systemen.

Een eerste laag faciliteert de coordinatie van onze samenwerking, verbeeldt door de vlinders. En een tweede laag kanaliseert ons vertrouwen, verbeeldt door de hartjes.

Ik realiseer mij dat ik al eens beloofd had die decompositie uit de doeken te doen, maar dat ik dat tot nu toe nog niet gedaan heb. Bij deze:

Eerst en vooral, ik herhaal het nog maar eens: systemen gaan onze economie niet veranderen, ons bewustzijn wel, door middel van ons gedrag. En dan hebben we wel nieuwe systemen nodig, vandaar.

Los van ons bewustzijn, wat heb je eigenlijk nodig om een economie te laten draaien? Dan komt het raamwerk dat ik al eens presenteerde van pas: in een economie dienen twee vragen beantwoord te worden:
1. wie doet wat?
2. wie neemt (of krijgt) wat?

En beide vragen hebben twee aspecten: een coordinatieaspect en een besturingsaspect:
1. wie doet wat: wie kan wat doen, en: wie beslist daarover?
2. wie neemt (of krijgt) wat: wie kan wat nemen of krijgen, en: wie beslist daarover?

Het eerste aspect is een puzzel, een coordinatievraagstuk. Het tweede aspect is van een geheel andere orde, dat gaat over vertrouwen, welke beslissing durf ik jou te laten nemen?

In onze huidige economie realiseren we beide functies mbv geld. Namelijk: als ik de prijs van iets weet kan ik besluiten om iets te kopen of niet, dat is een coordinatiebeslissing. En als jij iets van mij koopt dan vertrouw ik jou niet maar de ruilwaarde van het geld dat je me geeft.

Mijn stelling is dat als ons bewustzijn groter wordt, dus als we meer rekening gaan houden met elkaar, ja, dan kunnen we elkaar ook meer vertrouwen. En als we elkaar meer vertrouwen dan hoeven we niet meer alles uit te ruilen. Op die manier houden we dan meer rekening met elkaar, we coordineren meer. De informatie die geld ons verschaft, nl alleen maar de ruilwaarde, is dan volstrekt ontoereikend. Nu al zie je allerlei aanvullingen aan die informatie mbv allerlei keurmerken. En tenslotte de besturing, we zien nu toch echt een beweging richting cooperaties, meenten (commmons) en timebanks, dat zijn allemaal vormen van integrale besturing waar de stakeholder het voor het zeggen heeft, niet de shareholder.

Dan kunnen we nu de overval van bouwvakkers op de vleesvrachtwagen beter begrijpen: dat was een daad van coordinatie binnen een ontoereikende besluitvorming. Ze hielden zich wel aan het adagium van Louis Blanc: ze deden wat ze konden en namen wat ze nodig hadden. Dat deze daad schijnbaar gedoogd wordt is wat mij betreft een prelude van integrale besluitvorming. En wie vindt dat hier sprake is van regelrechte diefstal moet misschien eens kijken naar een regel van zo’n 6000 jaar oud: in het oude Israel mocht je nemen van het land wat je voor dat moment nodig had, ook als dat land niet van jou was, maar niet meer dan dat.

Kortom, zowel onze informatievoorziening als onze besluitvorming zijn ontoereikend voor ons nieuwe bewustzijn.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 093, dec 2021Facebooktwitterlinkedinmail

Graadmeter voor extractiewaarde

Het gaat goed met de economie. Maar niet met de salarissen. Dat is een normaal verschijnsel volgens het CBS. Dat geloof ik graag, maar is dat eigenlijk wel zo normaal? De beurzen schieten omhoog, maar Jan met de Pet krijgt daar letterlijk niets van mee. Wat betekent die beurs dan eigenlijk?

Waar je naar kunt kijken is de waarde van alle aandelen verhandeld op de beurs. Dat is ongeveer aequivalent met kijken naar een beursindex als de AEX of de Dow-Jones. Wat zegt zo’n getal? Het is de som van de waarde der bezittingen van de haves (in tegenstelling tot de have-nots). Het is uiteindelijk een ruilwaarde (Marx maakte een onderscheid tussen ruilwaarde en gebruikswarde).

Ik beweer dat de waarde van de beurs een graadmeter is voor het extractievermogen van de haves, de extractiewaarde. Die waarde van de beurs is vooral ook een verwachtingswaarde. Hoeveel verwacht ik dat mijn aandeel in de toekomst nog waard is? Dat is de prijs die ik er voor hebben wil en als de koper dat ook gelooft betaald hij dat. En de toekomstige waarde van een aandeel is het dividend dat we verwachten te ontvangen. En dat dividend? Dat is wat het bedrijf heeft weten te veroveren op de kopers van haar producten met allerlei proto-monopolistische trucs als patenten en zo. Hoe meer je kunt veroveren, hoe meer je kunt extraheren, hoe groter je beurswaarde. Je beurswaarde is dus een maat voor je extractiewaarde.

Dan moet Jan met de Pet natuurlijk wel zo dom zijn om hem dat te laten gebeuren. En hier zit hem de crux, zolang Jan zich niet bewust is van zijn eigen koopverslaving én dat hij met iedere koop de haves spekt zal dit eeuwig doorgaan. Maar wat nu als Jan eens gaat nadenken? Gandhi had daar een strategie voor: non-violent non-cooperation. Hoe kan die non-violent non-cooperation er in deze context uitzien?

Hier heb ik het al eens gehad over trickle-down en trickle-up nav Piketty. Anders gezegd: de beurs is een graadmeter voor je trickle up-vermogen. En dat klopt dan weer: als de beurs omhoog gaat blijven de salarissen achter. Mijn stelling is dat non-violent non-cooperation er uit kan zien als trickle-down: Jan kan dingen kopen waar hij aan verdient ipv zijn baas, Jan koopt alleen nog trickle-down producten.

Hoe kunnen we Jan helpen down te trickelen? Ik denk aan twee stappen: ten eerste moeten er natuurlijk wel trickle-down-producten te koop zijn. En ten tweede moet Jan dat weten. Een trickle-down-app! In Beeldbellen heb ik al verteld dat we met wakkeraan begonnen zijn de freedom shares uit Ruilen is huilen, delen is spelen te implementeren. Een belangrijk deel van onze gesprekken gaat over hoe we ons duurzaam kunnen gedragen, daarin inspireren we elkaar en geven elkaar tips. Zo heb ik onlangs besloten structureel het WNF te sponsoren om aldus mijn BMW-CO2-uitstoot te compenseren. Maar nu? Duurzaam was in onze gesprekken tot nu toe vooral groen. Maar duurzaam is ook trickle down, dat heb ik dus maar op de agenda gezet van de volgende bijeenkomst. Mijn inschatting is dat trickle-down een tandje ingewikkelder is dan groen. Ik wil beginnen bij Follow the Money en Federated Bookkeeping. I’ll keep you posted.

Let op: als Jan dingen koopt waar wij met zijn allen aan verdienen ipv alleen onze bazen dan zijn we al een aardig eind op weg naar het zzp-schap, maar daar kom ik misschien een andere keer op terug.

Begrijp me goed, veel van de haves die we op de beurs tegenkomen zijn pensioenfondsen, zij vertegenwoordigen het pensioen van vele have-nots. Dus via een omweg zijn die have-nots toch weer vertegenwoordigd.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 092, nov 2021Facebooktwitterlinkedinmail

BeeldBellen

Er is wel iets veranderd door de lockdown. Het idee van de freedom shares dat ik beschreef in ruilen is huilen,delen is spelen is ondertussen geadopteerd door wakkeraan en tussen de eerste en tweede lockdown zijn we met een klein wakkeraan-clubje begonnen met delen, met fysieke bijeenkomsten. Wij zijn overigens niet de enige, zo is er ook collectief kapitaal, maar daarover misschien een andere keer. In de tweede lockdown hebben we onze bijeenomsten online voortgezet. En weet je, het is wel handig eigenlijk, we wonen niet heel ver bij elkaar vandaan, maar toch wel verspreid over verschillende provincies. En alles wat zo’n fysieke bijeenkomst extra brengt is dat je elkaar kunt aankijken. Nou, dat kan dus ook via zoom. Dus nu dat we weer uit de lockdown zijn doen we onze maandelijkse freedom share meeting nog steeds online.

Maar het gaat wel anders dan voor de lockdown. Want wat deden sommige van mijn collegae voor de lockdown als we gingen beeldbellen? Juist: ze zetten de camera uit! Dan kunnen ze gewoon in hun blote reet verder werken (denk ik dan – what’s on a man’s mind?)! Maar nu vind ik het wel prettig als mensen de camera aanzetten, dan heb ik een beeld bij wat ze zeggen. Mensen vragen er nu ook om als mijn camera uitstaat.

Beeldbellen kon technologisch al in de 80’s. De eerste hit op ‘chriet titulaer beeldbellen’ in startpage levert het volgende fragment: Chriet Titulaer meldt daar vol enthousiasme dat beeldbellen binnen enkele jaren ingevoerd zal worden. Hij zei dat in 1983.

Toch heeft het bijna vier decaden geduurd voordat beeldbellen enigszins gemeengoed werd. Waarom duurde dat zo lang? Ik vind dat mateloos intrigerend. Mijn idee is dat beeldbellen best aardig is, maar als ik voorheen iemand wilde zien spraken we met elkaar af. Dat laatste kon even niet in de lockdown dus gingen we voor dat doel technologie gebruiken die er toch al was.

Mijn analyse is dus: ten eerste was er niet echt een behoefte. Pas tijdens de lockdown is die behoefte ontstaan, net zoals de behoefte om thuis te werken een versnelling heeft doorgemaakt. Ten tweede had er in de 80’s een hele nieuwe infrastructuur voor aangelegd moeten worden. Samen voldoende om het enthousiasme van Chriet te logenstraffen. Het meest interessante aan deze ontwikkeling vind ik dat met de komst van digitalisering en internet er opeens een substraat was waarop de beeldtelefoon without further ado kon worden uitgerold. Dat substraat had een heel andere business case (plain old communication, maar dan met de snelheid van het licht), beeldbellen hebben we er als een soort bonus bij gekregen.

Wat heeft dit met nieuwe economie te maken? Ik denk dit: mijn schatting is dat de tooling voor de nieuwe economie eenzelfde ontwikkelpad zal volgen. Anders gezegd geloof ik niet zo in dedicated infrastructuren voor de nieuwe economie, ik denk dat we iets gaan maken dat directer aansluit op onze behoeften, waar dan vervolgens als vanzelf onze nieuwe economie op kan aanhaken. En dan misschien een of andere crisis die dat dan in een stroomversnelling brengt.

Nu wordt het tijd om een beeld te krijgen van die nieuwe economie en ihb haar tooling. Ik geloof dat we in de nieuwe economie vooral gaan zorgen voor ons, de planaat en de toekomst. Dat we dat vooral doen door met elkaar te delen: onze resources, arbeid, doelen, kennis en planning. Dan wordt ons economisch proces een proces waarin we elkaar stimuleren om ons bewustzijn te ontwikkelen: wat heb ik eigenlijk nodig (en waar kan ik zonder) en wat kan ik bijdragen aan onze gezamelijke dromen? Dat proces wordt dus gekenmerkt door een informatie-, maar vooral ook door een sociaal aspect.

Wat voor tooling kunnen we voor dat deelgedrag gebruiken? Hier raak ik het spoor een beetje bijster. Als ik mij bij mijn leest houd (ik werk voornamelijk met data) dan denk ik dat we onze data gaan delen. Maar als ik luister naar Alec (zie vorige column) dan zou het nog wel eens heel anders kunnen gaan, intunen op de resonantie. En ach, misschien ligt het antwoord wel in het midden, naar analogie van Edison: 1% resonantie en 99% informatie. Ik blijf dus even bij mijn idee van data delen.

Van die tooling zijn al vele voorbeelden te vinden. Er zijn websites om je spullen te delen, je geld te delen en je arbeid te delen. Het www was in eerste instantie bedoeld om kennis te delen en doelen delen kan ook al zo’n beetje. Planning delen is mijn inziens de kern van deze excercitie en daar wordt ook aan gewerkt, ik houd een lijstje bij op mijn homepage.

Mijn vraag is dus: wat voor technologie gaat de hele wereld veroveren en in haar kielzog wereldwijd delen en samenwerken faciliteren? Beter geformuleerd: welke wereldwijd ervaren behoefte gaat vervuld worden en en passant de nieuwe economie mogelijk maken? Mind you: als we onze wereld als een meent gaan beheren dan hebben we daar ook een besturingsmechanisme voor nodig, een soort nieuw leiderschap (maar dan anders als onze huidige voorbeelden), ook digitaal. Momenteel zijn er initiatieven om big tech te decentraliseren en censuur te omzeilen, wie weet zit daar wat.

En die crisis? Ach we spelen nu een winner takes all game. Het aantal mensen dat gezamelijk de helft van de wereld bezit vertoont een continu dalende lijn, het zijn er nu acht geloof ik. Dat is vragen om crises. En in tijden van crisis gaan mensen met elkaar delen (in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt). Als die tooling er dan al is dan kan het snel gaan.

Ondertussen blijf ik bij mijn oude adagium: zodra er een kritische massa van voldoende bewustzijn is, is er geen houden meer aan. En daar kan een crisis ook weer bij helpen.

En weet je wat zo handig is aan beeldbellen? Gelukkig is het niet gek als ik zo nu en dan even op mute ga, ik heb nog nooit tijdens een vergadering zo lekker een vette scheet gelaten.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 091, okt 2021Facebooktwitterlinkedinmail