Graadmeter voor extractiewaarde

This post was written by Jeroen van Beele

Het gaat goed met de economie. Maar niet met de salarissen. Dat is een normaal verschijnsel volgens het CBS. Dat geloof ik graag, maar is dat eigenlijk wel zo normaal? De beurzen schieten omhoog, maar Jan met de Pet krijgt daar letterlijk niets van mee. Wat betekent die beurs dan eigenlijk?

Waar je naar kunt kijken is de waarde van alle aandelen verhandeld op de beurs. Dat is ongeveer aequivalent met kijken naar een beursindex als de AEX of de Dow-Jones. Wat zegt zo’n getal? Het is de som van de waarde der bezittingen van de haves (in tegenstelling tot de have-nots). Het is uiteindelijk een ruilwaarde (Marx maakte een onderscheid tussen ruilwaarde en gebruikswarde).

Ik beweer dat de waarde van de beurs een graadmeter is voor het extractievermogen van de haves, de extractiewaarde. Die waarde van de beurs is vooral ook een verwachtingswaarde. Hoeveel verwacht ik dat mijn aandeel in de toekomst nog waard is? Dat is de prijs die ik er voor hebben wil en als de koper dat ook gelooft betaald hij dat. En de toekomstige waarde van een aandeel is het dividend dat we verwachten te ontvangen. En dat dividend? Dat is wat het bedrijf heeft weten te veroveren op de kopers van haar producten met allerlei proto-monopolistische trucs als patenten en zo. Hoe meer je kunt veroveren, hoe meer je kunt extraheren, hoe groter je beurswaarde. Je beurswaarde is dus een maat voor je extractiewaarde.

Dan moet Jan met de Pet natuurlijk wel zo dom zijn om hem dat te laten gebeuren. En hier zit hem de crux, zolang Jan zich niet bewust is van zijn eigen koopverslaving én dat hij met iedere koop de haves spekt zal dit eeuwig doorgaan. Maar wat nu als Jan eens gaat nadenken? Gandhi had daar een strategie voor: non-violent non-cooperation. Hoe kan die non-violent non-cooperation er in deze context uitzien?

Hier heb ik het al eens gehad over trickle-down en trickle-up nav Piketty. Anders gezegd: de beurs is een graadmeter voor je trickle up-vermogen. En dat klopt dan weer: als de beurs omhoog gaat blijven de salarissen achter. Mijn stelling is dat non-violent non-cooperation er uit kan zien als trickle-down: Jan kan dingen kopen waar hij aan verdient ipv zijn baas, Jan koopt alleen nog trickle-down producten.

Hoe kunnen we Jan helpen down te trickelen? Ik denk aan twee stappen: ten eerste moeten er natuurlijk wel trickle-down-producten te koop zijn. En ten tweede moet Jan dat weten. Een trickle-down-app! In Beeldbellen heb ik al verteld dat we met wakkeraan begonnen zijn de freedom shares uit Ruilen is huilen, delen is spelen te implementeren. Een belangrijk deel van onze gesprekken gaat over hoe we ons duurzaam kunnen gedragen, daarin inspireren we elkaar en geven elkaar tips. Zo heb ik onlangs besloten structureel het WNF te sponsoren om aldus mijn BMW-CO2-uitstoot te compenseren. Maar nu? Duurzaam was in onze gesprekken tot nu toe vooral groen. Maar duurzaam is ook trickle down, dat heb ik dus maar op de agenda gezet van de volgende bijeenkomst. Mijn inschatting is dat trickle-down een tandje ingewikkelder is dan groen. Ik wil beginnen bij Follow the Money en Federated Bookkeeping. I’ll keep you posted.

Let op: als Jan dingen koopt waar wij met zijn allen aan verdienen ipv alleen onze bazen dan zijn we al een aardig eind op weg naar het zzp-schap, maar daar kom ik misschien een andere keer op terug.

Begrijp me goed, veel van de haves die we op de beurs tegenkomen zijn pensioenfondsen, zij vertegenwoordigen het pensioen van vele have-nots. Dus via een omweg zijn die have-nots toch weer vertegenwoordigd.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 092, nov 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Friday 26 November 2021


BeeldBellen

This post was written by Jeroen van Beele

Er is wel iets veranderd door de lockdown. Het idee van de freedom shares dat ik beschreef in ruilen is huilen,delen is spelen is ondertussen geadopteerd door wakkeraan en tussen de eerste en tweede lockdown zijn we met een klein wakkeraan-clubje begonnen met delen, met fysieke bijeenkomsten. Wij zijn overigens niet de enige, zo is er ook collectief kapitaal, maar daarover misschien een andere keer. In de tweede lockdown hebben we onze bijeenomsten online voortgezet. En weet je, het is wel handig eigenlijk, we wonen niet heel ver bij elkaar vandaan, maar toch wel verspreid over verschillende provincies. En alles wat zo’n fysieke bijeenkomst extra brengt is dat je elkaar kunt aankijken. Nou, dat kan dus ook via zoom. Dus nu dat we weer uit de lockdown zijn doen we onze maandelijkse freedom share meeting nog steeds online.

Maar het gaat wel anders dan voor de lockdown. Want wat deden sommige van mijn collegae voor de lockdown als we gingen beeldbellen? Juist: ze zetten de camera uit! Dan kunnen ze gewoon in hun blote reet verder werken (denk ik dan – what’s on a man’s mind?)! Maar nu vind ik het wel prettig als mensen de camera aanzetten, dan heb ik een beeld bij wat ze zeggen. Mensen vragen er nu ook om als mijn camera uitstaat.

Beeldbellen kon technologisch al in de 80’s. De eerste hit op ‘chriet titulaer beeldbellen’ in startpage levert het volgende fragment: Chriet Titulaer meldt daar vol enthousiasme dat beeldbellen binnen enkele jaren ingevoerd zal worden. Hij zei dat in 1983.

Toch heeft het bijna vier decaden geduurd voordat beeldbellen enigszins gemeengoed werd. Waarom duurde dat zo lang? Ik vind dat mateloos intrigerend. Mijn idee is dat beeldbellen best aardig is, maar als ik voorheen iemand wilde zien spraken we met elkaar af. Dat laatste kon even niet in de lockdown dus gingen we voor dat doel technologie gebruiken die er toch al was.

Mijn analyse is dus: ten eerste was er niet echt een behoefte. Pas tijdens de lockdown is die behoefte ontstaan, net zoals de behoefte om thuis te werken een versnelling heeft doorgemaakt. Ten tweede had er in de 80’s een hele nieuwe infrastructuur voor aangelegd moeten worden. Samen voldoende om het enthousiasme van Chriet te logenstraffen. Het meest interessante aan deze ontwikkeling vind ik dat met de komst van digitalisering en internet er opeens een substraat was waarop de beeldtelefoon without further ado kon worden uitgerold. Dat substraat had een heel andere business case (plain old communication, maar dan met de snelheid van het licht), beeldbellen hebben we er als een soort bonus bij gekregen.

Wat heeft dit met nieuwe economie te maken? Ik denk dit: mijn schatting is dat de tooling voor de nieuwe economie eenzelfde ontwikkelpad zal volgen. Anders gezegd geloof ik niet zo in dedicated infrastructuren voor de nieuwe economie, ik denk dat we iets gaan maken dat directer aansluit op onze behoeften, waar dan vervolgens als vanzelf onze nieuwe economie op kan aanhaken. En dan misschien een of andere crisis die dat dan in een stroomversnelling brengt.

Nu wordt het tijd om een beeld te krijgen van die nieuwe economie en ihb haar tooling. Ik geloof dat we in de nieuwe economie vooral gaan zorgen voor ons, de planaat en de toekomst. Dat we dat vooral doen door met elkaar te delen: onze resources, arbeid, doelen, kennis en planning. Dan wordt ons economisch proces een proces waarin we elkaar stimuleren om ons bewustzijn te ontwikkelen: wat heb ik eigenlijk nodig (en waar kan ik zonder) en wat kan ik bijdragen aan onze gezamelijke dromen? Dat proces wordt dus gekenmerkt door een informatie-, maar vooral ook door een sociaal aspect.

Wat voor tooling kunnen we voor dat deelgedrag gebruiken? Hier raak ik het spoor een beetje bijster. Als ik mij bij mijn leest houd (ik werk voornamelijk met data) dan denk ik dat we onze data gaan delen. Maar als ik luister naar Alec (zie vorige column) dan zou het nog wel eens heel anders kunnen gaan, intunen op de resonantie. En ach, misschien ligt het antwoord wel in het midden, naar analogie van Edison: 1% resonantie en 99% informatie. Ik blijf dus even bij mijn idee van data delen.

Van die tooling zijn al vele voorbeelden te vinden. Er zijn websites om je spullen te delen, je geld te delen en je arbeid te delen. Het www was in eerste instantie bedoeld om kennis te delen en doelen delen kan ook al zo’n beetje. Planning delen is mijn inziens de kern van deze excercitie en daar wordt ook aan gewerkt, ik houd een lijstje bij op mijn homepage.

Mijn vraag is dus: wat voor technologie gaat de hele wereld veroveren en in haar kielzog wereldwijd delen en samenwerken faciliteren? Beter geformuleerd: welke wereldwijd ervaren behoefte gaat vervuld worden en en passant de nieuwe economie mogelijk maken? Mind you: als we onze wereld als een meent gaan beheren dan hebben we daar ook een besturingsmechanisme voor nodig, een soort nieuw leiderschap (maar dan anders als onze huidige voorbeelden), ook digitaal. Momenteel zijn er initiatieven om big tech te decentraliseren en censuur te omzeilen, wie weet zit daar wat.

En die crisis? Ach we spelen nu een winner takes all game. Het aantal mensen dat gezamelijk de helft van de wereld bezit vertoont een continu dalende lijn, het zijn er nu acht geloof ik. Dat is vragen om crises. En in tijden van crisis gaan mensen met elkaar delen (in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt). Als die tooling er dan al is dan kan het snel gaan.

Ondertussen blijf ik bij mijn oude adagium: zodra er een kritische massa van voldoende bewustzijn is, is er geen houden meer aan. En daar kan een crisis ook weer bij helpen.

En weet je wat zo handig is aan beeldbellen? Gelukkig is het niet gek als ik zo nu en dan even op mute ga, ik heb nog nooit tijdens een vergadering zo lekker een vette scheet gelaten.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 091, okt 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Friday 22 October 2021


De chemie van de nieuwe economie – Interview met Alec Boswijk

This post was written by Jeroen van Beele

Hoe ben je gekomen waar je nu bent? En waar ben je eigenlijk?

Alec vertelt een heel verhaal over burn-out en zoeken naar antwoorden. Die antwoorden moeten voor hem vooral kloppen, logisch zijn. En dat is een hele zoektocht gebleken, maar een zoektocht die het waard was, het resultaat mag er zijn: de alchemist, aan de Overtoom te Amsterdam.

Tien jaar na zijn burn-out was de alchemist een logische stap. En wie denkt dat dat de afsluiting was van een periode van bezinning, ja dat was het ook, maar het bleek ook de start van een nieuwe periode van ontwikkeling. Laten we daar beginnen.

De alchemist is vooral een experiment. Alec wilde de nieuwe economie gestalte geven. Alec zag een community voor zich en de alchemist zou het centrum worden van die nieuwe economie, gewoon waar wegbereiders van die nieuwe economie elkaar kunnen ontmoeten, inspireren, etc, je kent dat wel. Maar ja, een bord voor de ramen met nieuwe economie-community of iets dergelijks, Alec was voldoende ondernemer om te snappen dat dat niet zou werken. Alec begon met een restaurant annex winkel. Tijdens zijn zoektocht na zijn burn-out was hij natuurlijk ook heel erg bezig geweest met heel worden, en dus ook met eten. Koken is een van zijn passies, dus het restaurant lag voor de hand. Maar dan wel een helend restaurant. Raw vegan dus.

De alchemist is gebaseerd op de antwoorden die Alec in zijn zoektocht gevonden had: hij ging de visie verkopen die hij gevonden had, leven vanuit zijn kern: duurzaamheid, gezondheid, vitale omgeving en bewustzijn. En die hangen natuurlijk allemaal samen met elkaar. Dus een winkel en een restaurant samen is dan heel logisch. Voor de gemeente Amsterdam was dat aanvankelijk minder logisch omdat winkels en restaurants duidelijk verschillende bedrijvigheden zijn. Maar bewondering voor de ambtenaren die verder wilden kijken dan gebaande wegen is hier op zijn plaats, het restaurant werd door de wethouder geopend op koninginnedag 2010.

Een verbazende ervaring was dat het met ondernemers die schijnbaar op hetzelfde pad zaten als Alec (holistisch, duurzaam, werken vanuit overvloed) totnutoe nooit tot samenwerking is gekomen, het bleven tenslotte ook concurrenten. Niets menselijks is ons vreemd, ook in de nieuwe economie niet.

Twee jaar geleden brak de coronapleuris uit en dat kwam heel goed uit. Het restaurant had voor een goede start gezorgd maar slurpte de laatste tijd teveel van de focus op van waar het eigenlijk om zou moeten gaan. De winkel kreeg nu meer aandacht en draait nu beter dan ooit tevoren. Mijn manifest kun je er ook kopen!

Dat de alchemist en Alec op natuurlijke wijze bij elkaar horen uit zich ook daarin dat de ontwikkeling van het bedrijf en Alec parallel lopen. De visie die Alec had ontwikkeld was een enorme steun. Steeds stelde zijn visie hem in staat allelei gebeurtenissen een plaats te geven en er zo constructief mee om te gaan. Enkele van de lessen die Alec geleerd heeft wil ik graag met jullie delen.

Leren is helemaal niet nodig, verbinden is de kunst. Verbindt je met je diepste ik en werk van daaruit. Een essentieel deel van de ontwikkeling van Alec was het schonen van de kanalen die toegang geven tot zijn diepste ik.

Bewustzijn is ook niet nodig, alleen resonantie. Deze is interessant voor mij, want mijn manifest is gebaseerd op de gedachte dat onze nieuwe economie zal ontstaan vanuit onze bewustzijnsontwikkeling. Met resonantie bedoelt Alec aanvoelen wat past. Niet wat past bij je ego, maar wat past bij je zelf. Dat laatste is dan wel weer de bewustzijnsontwikkeling waar mijn manifest over gaat, zo klopt alles gelukkig weer.

In de nieuwe economie is het tenslotte ook niet nodig om te formuleren wat je nodig hebt. Werk met wat er is, in die overvloed zul je vinden wat je nodig hebt.

En dan de paradigmashift in een zin: what you give is what you get. Dat is nog eens wat anders dan: voor wat hoort wat.

Als je meer in balans bent gaan de dingen meer stromen. Geef wat een ander nodig heeft. En wil je dan iets terugkrijgen? Transparantie en informatie is nodig, meer niet. Onze overvloed is het antwoord.

Oh ja, voor ons in de geefeconomie is dit wel een valkuil: ontvangen is van belang anders kom je in een burn-out.

En tenslotte: ook voor Alec geldt: zonder geluk vaart niemand wel. In de beginjaren was het sappelen en dan is een verhuurder die oog heeft voor de duurzame ambities van Alec gewoon een redding. Anderzijds: het pand was geheel duurzaam gerenoveerd en juist daar was Alec op afgekomen, misschien toch iets meer wijsheid dan geluk?

Als je wat meer wilt weten over Alec en de alchemist garden

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 090, sep 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Thursday 23 September 2021


Gouden tijden voor cryptocurrencies

This post was written by Jeroen van Beele

Geld uitgeven aan theater en dineren ging afgelopen tijd niet, dus wat doe je dan met je geld? Een aantal mensen heeft gehandeld in cryptocurrencies. U weet dat misschien wel, van die digitale munten waar je geen bank voor nodig hebt. Aldus kunnen we ons bevrijden van die banken en een nieuwe, betere economie maken.

Ik kom in het circuit van wereldverbeteraars ook mensen tegen die zich hardop afvragen of die cryptocurrencies nu wel tot een nieuwe econmomie gaan leiden, want er zijn ook mensen die speculeren met die cryptomunten, en dat is toch juist wat je niet wilt?

Ik hoop mbv het raamwerk dat ik heb gepresenteert eenvoudig de twijfelende wereldverbeteraars van afdoende argumentatie te voorzien. Maar laat ik eerst even kort schetsen waar we het over hebben. Er zijn al veel varianten van cryptocurrencies en die ga ik hier niet allemaal behandelen. Ik denk dat wikipedia een aardige introductie geeft (nederlands of engels). Ik wil hier alleen die eigenschappen noemen die kenmerkend zijn, voor de meeste cryptocurrencies gelden en die van belang zijn voor de werking ervan.

Je kunt cryptocurrencies gebruiken als met internetbankieren. Dus je kunt een rekening hebben en op die rekening staan dan cryptocurrencies en daar kun je dingen mee kopen. Er is geen centrale bank die die cryptocurrencies uitgeeft of beheert, wel is er een boekhouding die gezamelijk beheerd wordt. Er valt veel meer over te zeggen, zoals: bitcoin was de eerste in zijn huidige soort, of: zo’n boekhouding wordt bijgehouden in een blockchain. Zie de wikipedia-lemmata.

Maar waarom denken sommige mensen nou dat je hier een nieuwe economie mee kunt maken en waarom zijn sommigen daar niet van overtuigd en waarom is het zo moeilijk om een sluitende argumentatie voor het een of het ander te vinden?

Goed, dan ga ik nu dus naar mijn raamwerk. Zoals altijd kijk ik vanuit de dimensie van bewustzijn en vraag mij af in hoeverre cryptocurrencies een bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor ons, de planeet en de toekomst.

Eerst de eerste vraag. Cryptocurrencies worden niet door banken uitgegeven. Dat is het belangrijke argument van de mensen die een gouden toekomst met cryptocurrencies voorzien. Wat is daar zo belangrijk aan? Zoals ik het begrijp wantrouwen deze mensen banken ten diepste en alles wat zonder bank kan moet dan beter zijn. Er zijn trouwens de laatste tijd meer initiatieven die uitgaan van de onbetrouwbaarheid van commerciele banken, zo zijn er mensen die kijken naar de oprichting van een staatsbank.

Deze mensen gaan er vanuit dat er iets fout is met banken. Mijn perceptie is dat mensen banken (en geld!) helemaal niet begrijpen terwijl ze zich er wel afhankelijk van voelen. In een onbewaakt ogenblik denk ik dan: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten, dat is ook een stukje bewustzijn. Overigens: staven goud opslaan aan het westeinde in amsterdam vind ik vele malen begrijpelijker dan het getover met mysterieuze wiskundige algotithmen. Dat die blockchainees trouwens ook niets begrijpen van de wiskunde achter de blockchain is snel vastgesteld: en masse hebben ze het over diepe wiskunde terwijl de blockchainalgorithmen zich op basisschoolniveau bevinden, blijkbaar heeft geen van hen de moeite genomen zich daarin te verdiepen.

De tweede vraag. Bitcoins zijn vooral in het nieuws als het gaat om haar speculatieve waarde. Wereldverbeteraars moeten daar niets van hebben. Maar je kunt zo’n beetje met alles speculeren, dat is niet specifiek voor de bitcoin. Dan kom ik toch weer terug op mijn raamwerk. Het woord speculeren zegt het al, het is namelijk een werkwoord, het is niet iets intrinsieks van de bitcoin, maar het is het gedrag van haar eigenaar / gebruiker.

Dan kom ik op mijn eigen bezwaar. Ik heb niets tegen bitcoins, alleen: wat moet ik er mee? Ik kan er mee ruilen en meer niet. Ten eerste: ruilen kon ik al met euro’s dus cryptocurrencies brengen hier ten diepste geen nieuwe functionaliteit en ten tweede: ik wil helemaal niet meer ruilen, ik wil delen en daar helpt de bitcoin mij niet bij. Dat cryptocurrencies buiten banken om bestaan is vanuit dit deelperspectief irrelevant.

Ik hoop hiermede tevens de derde vraag beantwoord te hebben: zonder helder beeld van waar je naar toe wilt of op zoek bent wordt het heel moeilijk om de juiste argumenten te vinden. Dat bewustzijn (voor mij) de sleutel is, was ook voor mij lange tijd verborgen, maar nu helpt het mij dit soort situaties te doorzien.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 087, jun 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuesday 22 June 2021


Harry Potter redt de wereld

This post was written by Jeroen van Beele

Door middel van hekserij en tovenarij. Dat is waar ik aan denk bij de Harry Potter Alliance. Ik verzin het niet, het bestaat echt: thehpalliance.org. Ik knipperde wel even met mijn ogen toen ik ze voor het eerst tegenkwam. Ze denken toch niet serieus de wereld te redden met een toverstaf? Eerst maar even, wat doen die jongens en meisjes dan? Ik copieer van hun website:

The HP Alliance turns fans into heroes. We use the power of story and popular culture to make activism accessible and sustainable. Through experiential training and real life campaigns, we develop compassionate, skillful leaders who learn to approach our world’s problems with joy, creativity, and commitment to equity.

Denk daar eens goed over na. Je hebt mensen die zich laten inspireren door jihadfilmpjes en je hebt mensen die zich laten inspireren door succesverhalen. En dan zijn er de fans van Harry Potter. Anderzijds, één religie kan goed zijn voor een waaier aan inspiraties, tot en met verlichting aan toe. Ik vind dit een intrigerend fenomeen. Ik begin steeds meer te geloven in mijn adagium dat bewustzijn de manifestatie bepaalt. Het ligt helemaal niet aan de religie, maar aan de beoefenaar, de geïnspireerde, meer precies aan zijn bewustzijn.

Zelf denk ik dat de kracht van wereldreligies is dat ze voor iedere bewustzijnsniveau iets te bieden hebben. Ben je jong, ambitieus en wil je je ego uitlaten, dan zijn er de kruistochten. Ben je opzoek naar jezelf? dan zijn er de kloosters. Wil je op een eenvoudige manier van je schuldgevoel af? Dan zijn er aflaten.

Harry Potter is niet zo breed geoutilleerd, maar klaarblijkelijk spreekt hij voldoende mensen aan om op jaarbasis enkele tonnen aan donaties te genereren. Even een gewetensvraag: wat inspireert Harry Potter in jou? Zie je een strijd tussen goed en kwaad? En wil je dan tbv die strijd de wapens opnemen? Welke andere mogelijkheden heb je eigenlijk in een strijd?

Als ik dan nu kijk naar de missie van de HP Alliance dan ben ik zeer verheugd te zien dat zij de beste van alle mogelijke inspiraties hebben opgepikt, eentje waarvan ik zelf nog niet gedroomd had: activisme voor een betere wereld vanuit vreugde.

Nou is dit fenomeen niet nieuw. Na de dood van christus is er een hele beweging op gang gekomen van christengemeenschappen. En wat te denken van de bellamisten? Tot voor kort hadden ze een eigen website (bellamy.nl) maar die is ondertussen ter ziele.

Waarom gaat zo’n website terziele? Naar aanleiding van mijn vorige column schreef een vriend mij: waarom zie ik zo’n beetje niks van die invloed (van de club van Rome, Brundlandt, enz.)? Ik heb hem geantwoord dat het mijns inziens een kwestie van krtische massa is. Ik geloof dat de massa steeds groter wordt, maar kritisch is hij blijkbaar nog niet. Die kritische massa zie je ook terug in de gap die marketeers ervaren tussen de early adopters en de early majority van Rogers, denk ik.

Die gap geldt voor iPhones, maar ook voor de sexuele revolutie en het communisme. Als samenleving zijn we nog niet voorbij die gap. Dat geldt ook voor de nieuwe economie. Er is veel meer geld in de zak van Rowling terechtgekomen dan bij de Harry Potter Alliance. Misschien is die verhouding een aardige indicatie van hoever we verwijderd zijn van die nieuwe economie.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 086, mei 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 22 May 2021


Waarom is Kate Raworth (wel) succesvol?

This post was written by Jeroen van Beele

Het gebeurt! Amsterdam heeft de doughnuteconomie omhelst. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? Eerst maar even: wat is die doughnuteconomie en wat doet Amsterdam daarmee?

Door DoughnutEconomics – Own work, CC BY-SA 4.0

De doughnuteconomie is allereerst de titel van een boek geschreven door Kate Raworth. Dus ik denk: ik kijk even. Hmm, ja, dat dacht ik. Ik kan het boek kopen, even kijken is er niet bij. Dan begint er bij mij toch iets te schuren. Mijn simpele overtuiging is dat de nieuwe economie er een is waarin we met elkaar delen, heeft Raworth dat dan niet begrepen? Voor de goede orde: mijn boekje over onze nieuwe economie kun je gratis downloaden, een hardcopy moet je betalen omdat de drukker zijn werk nog niet gratis doet (gelukkig maar, stel je voor dat iedereen zomaar gratis drukwerk zou kunnen bestellen).

Niet getreurd, het boek is een uitwerking van een rapport dat ze vijf jaar eerder schreef voor Oxfam-Novib en dat rapport kun je wel downloaden. Wat Raworth in ieder geval overduidelijk heel goed doet is de boodschap kort en bondig samenvatten in een 9-tal video’s van anderhalve minuut. Iik herhaal hier even haar seven ways to think like a 21st century economist:

  • geen groei maar bloei
  • economie staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een dynamisch systeem
  • homo economicus bestaat helemaal niet, wij zijn sociale wezens
  • het evenwichtsdenken staat te ver af van de werkelijkheid om zinnig te zijn, dynamische systemen verklaren beter
  • trickle down is ook een illusie, laten we eigendom verdelen
  • circulaire economie
  • geen groei maar bloei (zelfde statement als de eerste way, maar nu in andere bewoordingen)

En dan Amsterdam. Sinds kort heeft Amsterdam een donutcoalitie met als aansprekende partners de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdam Economic Board en Pakhuis de Zwijger. Ik pluk hun doel van hun hun website: Een regio die iedereen een eerlijke sociale basis biedt, binnen veilige ecologische grenzen. Amsterdam heeft dat ‘doughnut economics-doel’ omarmd en de coalitie werkt samen om het voor elkaar te krijgen.

Dan kom ik nu terug bij mijn vraag: hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? De eerste vraag die bij mij opkomt is: wat is hier nou nieuw aan? Hadden velen voor Raworth niet hetzelfde al gezegd, zoals de Club van Rome in 1972 en de Brundlandt-commissie in 1987? Raworth zelf geeft het volgende antwoord: ze brengt in een samenhangend raamwerk twee tot dan toe gescheiden perspectieven samen, de perspectieven van planetaire en sociale grenzen (de doughnut is het gebied tussen die twee grenzen).

Mijn eerste vraag kenschetst mijn verbazing. Mijns inziens zegt ze dat we de sustainable development goals moeten halen met inachtneming van de grenzen van de aarde. Kort door de bocht denk ik dat dat een herhaling van zetten is, van reeds vaak gedane zetten. En: daarmee zegt ze wát we willen, niet hóe we dat kunnen doen. In die zin is het een (bijna) lege huls. Ik zeg bijna wat ze komt wel met welvaartsherverdeling (marxistisch!) en de circulaire economie.

Ik denk dat er verschillende redenen aan te wijzen zijn die allen samenwerkten aan dit succes. Iedereen is het zo langzamerhand wel eens over wát we willen, in die zin loopt ze hooguit één stapje op de troepen vooruit. Ik heb al gemeld dat haar korte video’s de boodschap voortreffelijk overbrengen. En dat het een lege huls is geeft mensen de gelegenheid om die huls te vullen met hun eigen initiatieven en dat is precies wat de donutcoalitie in Amsterdam doet. Want aan initiatieven is geen gebrek, alleen aan een gecoordineerde aanpak ontbrak het totnutoe. En wat ook enorm helpt: ze zegt geen dingen die niet kloppen, die dan weer tot verwarring leiden.

En dan dit: ik ben er van overtuigd dat ze op het juiste moment komt. Twintig jaar geleden kwam het begrip transitie niet in ons bewustzijn voor, tien jaar geleden zou haar boek waarschijnlijk niet eens opgemerkt zijn. De tijd is rijp. En dat is geweldig nieuws! Wat Raworth ons vooral laat zien is dat de tijd nu rijp begint te worden. In deze zin geloof ik ook dat men don’t make history but history makes (wo)men. Anders gezegd: het succes van de doughnuteconomie zit hem niet in het inzicht van de schrijfster, maar in het inzicht van de lezers.

Het is een kwestie van besmetting. Een inzicht is als een virus, als mensen er ontvankelijk voor zijn kan het inzicht zich verspreiden. Het reproductiegetal van een inzicht hangt af van twee factoren denk ik: de kracht van het inzicht en de ontvankelijkheid van de dragers. Aan de inzichten is niets gewijzigd, maar wel aan onze ontvankelijkheid, ons bewustzijn. En dan kom ik dus weer bij Don Beck uit. Dat is denk ik wat er vandaag in Amsterdam gebeurt: er zijn nu voldoende mensen op allerlei posities die de omslag samen kunnen maken, nou moet ik nog even bedenken hoe ik daar het beste aan kan bijdragen.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 085, apr 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 24 April 2021


Waar ging Louis Blanc mis?

This post was written by Jeroen van Beele

Op een gegeven moment begon het mij te dagen dat het antwoord vlak voor onze neus lag, maar dat we er allemaal aan voorbij keken. Ik ook. Maar aan welke olifant keken we dan voorbij? Ja, als dat eenvoudig was geweest, dan had ik deze vraag niet gesteld. Met zijn allen massaal aan iets voorbij kijken doe je niet per ongeluk, er is ergens een diepere laag in je cultuur waar je je bewust van moet worden voor je die kunt transformeren. In mijn geval werd die bewustwording getriggerd door de ontmoeting met Jacquelien waar ik je eerder van vertelde in nov 2020. En na een worsteling was ik er uit: ruilen was niet de oplossing, maar het probleem. En het is inderdaad heel simpel: ruilen doe je omdat je elkaar niet vertrouwt en in dat wantrouwen schuilt de wortel van onze ellende, dan gaan we hamsteren en creeren zo schaarste en competitie en wat al niet meer.

niet ruilen, maar delen

Nog even: vertrouwen is de kern van geld, van ons banksysteem. Een bank verkoopt vertrouwen, dat doet ze door leningen te verstrekken. Als ik voor jou een huis bouw dan hoef ik mij niet af te vragen of jij mij de komende 30 jaar netjes gaat terugbetalen. Dat doet de bank voor mij. In die zin is geld het smeermiddel van onze economie, niet omdat het een ruilmiddel is, maar omdat het een kredietmiddel is. Ik weet het: er zijn ook gemeenschappen, ik meen niet eens heel van hier, waar een stel een huis als huwelijkscadeau krijgt van de gemeenschap. Dat bouwen ze dan in een weekeindje of zo. Het zou mij niet verbazen als die gemeenschappen netjes binnen Dunbar’s grenzen blijven (zie mrt 2020).

Maar als we nou niet meer ruilen, hoe ziet onze economie er dan uit? Weer lang en diep nadenken, los van het ruilparadigma, bracht mij tot de volgende slogan:

ik doe wat ik kan
ik neem wat ik nodig heb

Dus dat heb ik toen maar eens op een t-shirt geschreven.

Op een gegeven moment kwam ik Ewout tegen, en ik droeg dat mooie shirt. Ewout is een rascommunist die ik ooit tegen was gekomen bij de SP van Amsterdam centrum. Hij zag mijn slogan en zei: maar dat is Marx! En toen was ik zeer verheugd, ik was blijkbaar niet dom! En toen vroeg ik Ewout waar Marx dat dan gezegd had. En dat heeft Ewout gedaan! Na een tijdje wist hij te melden dat het een uitspraak van Louis Blanc betrof: Van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte (De chacun selon ses facultés, à chacun selon ses besoins.). Blanc heeft die uitspraak gedaan omtreeks 1851, dus voor dat Marx Das Kapital publiceerde vanaf 1867. Later is het de slogan geworden van de anarcho-communisten. Nou, dat is mooi, dan ben ik dus een anarcho-communist. Hiep hoi, eindelijk een identiteit!

Maar wat voor een identiteit? Anarchisten, dat zijn toch van die lui die tegen alles aanschoppen en lak hebben aan om het even welke regel? En communisten sluiten je op in een goelag als je niet meedoet met ze. De combi van beiden lijkt meer op totale rechteloosheid dan op verlichte vrijheid. Dus waar ging Louis Blanc mis?

Dat moest even sudderen. Een tijdje later kwam ik in Projektwerkstatt Saasen een prachtig boekje tegen. In simpele bewoordingen legt het uit wat anarchisme nou eigenlijk echt is, hoe het bedoeld is. En ook dat blijkt heel simpel: een anarchist is iemand die zelf zijn verantwoordelijkheid neemt. Die schuift hij niet af op zijn meerdere, dat is waar hij de archie doorbreekt. Een anarchist houdt zich niet aan regels omdat zijn baas het zegt, of de politie, maar omdat hij er zelf van overtuigd is. En als ie er niet van overtuigd is, nou ja, dan doet ie het niet. Dat betekent dus ook dat ik een anarchist op zijn gedrag kan aanspreken, hij/zij zal niet zeggen: Befehl ist Befehl, maar hij zal mij antwoorden, hij is verantwoordelijk. En het betekent ook dat als een anarchist zich ergens niet van bewust is dat hij daar dan ook geen rekening mee zal houden. Zo beschouwd zijn regels voor de onbewusten en anarchisme voor de bewusten.

In de oorspronkelijke formulering van Blanc ligt de goelag ook wel een beetje besloten. In mijn formulering zeg ik wat ik kan doen, waar ik voor kan kiezen. In zijn formulering zegt hij ook wat hij vindt dat jij moet doen. En als jij dan niet doet wat hij vindt dat jij moet doen dan doemt de goelag al snel op.

En nog wat: je kunt je uiteindelijk alleen verantwoorden als je je bewust bent van je keuzes, maar de werkelijkheid is dat we de hele dag door keuzes moeten maken, ook als we ons niet bewust zijn van de gevolgen daarvan. Zoiets als anarchisme kan dus alleen werken als mensen voldoende bewustzijn genieten. Anders gezegd: hoe anarchisme uitwerkt hangt af van het bewustzjn van de anarchist.

En dat is waar Louis Blanc misging denk ik. In sep 2020 splits ik de vraag naar een nieuwe economie in tweeen: Hoe ziet de utopie eruit? en: Hoe kun je die utopie aanpassen aan mensen zoals jij en ik? Ik meen dat het antwoord op die eerste vraag eenvoudig is en magistraal verwoord is door Louis Blanc. Maar de tweede vraag, dat is een worsteling en die is op elke tijd en plaats weer anders, afhankelijk van het bewustzijnsniveau. Nou denk ik niet dat Blanc daar echt mis ging, maar zijn idealen zijn misbruikt om lagere vormen van bewustzijn te ratificeren.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 084, mrt 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Monday 22 March 2021


Punches

This post was written by Jeroen van Beele

Vanaf morgen is mijn manifest beschikbaar. Nu al kun je hem downloaden vanaf free-to-serve.org. Hoe heeft het zover kunnen komen?

De sjeik, de sjah en de shell. Wie kent Wim Kan nog, oudejaarsconference 1973? Ik moest eraan denken toen een vriend van mij optrad ter afsluitting van een cursus toneel. Deze jaren verdrinken we in schreeuwlelijken als van ‘t Hek en daarvoor de Jonge. Nee, dan was Wim Kan van een andere klasse. De grandeur die zijn bescheiden uitstraling onderstreepte was fenomenaal. Het was de vriendelijke kwinkslag van Arjan die mij aan Kan deed denken. Toen wist ik: dit moet ik ook doen met mijn verhaal over de nieuwe economie.

Ik denk dat ik nu halverwege ben tussen het optreden van Arjan en mijn eigen optreden. En zoals altijd op een pelgrimage: het doel is slechts richtinggevend, de weg is waar het om gaat. Dus of ik ooit op zal treden weet ik niet, maar ik ben vol goede moed op weg. Na dat optreden ben ik op aangeven van Arjan een stand up comedy cursus gaan doen. Grappig, als kleine jongen deed ik dat ook al. Er blijkt echter wel een enorm verschil tussen toen en nu te bestaan: toen deed ik alles spontaan en dat is ook wat ik verwachtte van stand up: spontaniteit. Maar uit die droom ben ik snel verlost.

Ok, alles minitieus in elkaar puzzelen dus. Dat is gelukkig ook een van mijn krachten. En comedy? Deze trainer legde ons het belang uit van timing en in het bijzonder van punches. Net als je de toeschouwer comfortabel op zijn ene been hebt gezet, geef je hem een duw de andere kant op. Eerst de sjeik en de sjah, en dan de shell.

Ik dus op zoek naar punches om mijn nieuwe economie verhaal als stand up comedy te presenteren. Dat laatste been, de shell, dat lukte wel. Maar die sjeik en die sjah, dat is andere koek. Ja, die creatieve sponaniteit is iets wat ik in mijn jeugd heb achtergelaten. Ik zeg het met weemoed.

Dus dat is wat ik aan die cursus heb overgehouden: een stel halve punches, klappen zonder inleidende uithaal. Vanuit comedy perspectief niet meer dan tandeloos gemurmel. Maar het was wel een verhaal, een reisverhaal. Het reisverslag gidst je door een land waar nog geen kaarten van zijn. Mijn manifest is het resultaat van een stand-up-comedy die er nooit gekomen is. Of misschien nog niet gekomen is, want het theater blijft wel trekken. Ik denk er nu over om er een theatercollege van te maken.

Telkens als ik dat reisverslag doe krijg ik dezelfde reactie: ja, zo zie ik dat ook, maar ik had het niet zo kunnen verwoorden. Dus dat is dan wat ik kan bijdragen, die helderheid. Nu heb ik enkele theatercolleges zitten kijken, maar dat waren meer colleges die toevallig in een theater werden gehouden. Ik wil theater maken dat toevallig over nieuwe economie gaat. En dan kun je bij de uitgang desgewenst een hard copy kopen, of misschien zit die hard copy bij het kaartje inbegrepen. Je ziet, alles is nog volop in ontwikkeling.

Maar het manifest is af. Het heet ‘Free to serve’ omdat dat mijn uitgangspunt is. De ondertitel legt dat uit: het is de ontwikkeling van ons bewustzijn die de ontwikkeling van onze economie veroorzaakt. Daarmee impliceer ik ook dat er geen andere drivers zijn. Alles wat je kunt doen is werken aan bewustzijn. Het is niet voor niets dat Herman Wijffels daar zijn pensioen aan besteedt. En waar ontwikkelt dat bewustzijn zich naartoe? Uiteindelijk naar verlichting. En wat is dan verlichting? Mijn begrip daarvan is: dan is mijn Zelf vrij van mijn Ego. Dat is echte vrijheid, alle andere vrijheid is surrogaat voor het ego. In het manifest leidt ik af hoe onze economie eruit zou zien als je zó vrij bent dat je kunt dienen.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 083, feb 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Sunday 21 February 2021


Een toekomstbestendig raamwerk voor economie

This post was written by Jeroen van Beele

In Economie in balans heb ik beloofd nader in te gaan op het toevoegen van de dimensie van bewustzijn aan economisch modelleren. In deze column wil ik die belofte inlossen. Ik formuleer een raamwerk dat mij onder andere in staat stelt om het begrip bewustzijn te operationaliseren en van daaruit af te leiden wat de groei van ons bewustzijn doet met onze economie.

Eerst dat raamwerk. Als we het hebben over economie, waar hebben we het dan over? Een begrippenkader is altijd van wezenlijk belang en zoals alles op mijn zoektocht is mijn begrippenkader langzaam gerijpt. Eerst even: klassiek gaat de economische wetenschap uit van de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal. Als je wat verder kijkt in dat klassieke apparaat dan gaat het bijvoorbeeld over ondernemersrisico en winst. Ik raak dan al snel het spoor bijster. Want wat is nou kapitaal, waarom zie je dat als apart van natuur? En begint economie pas als je het over risico hebt? Wat heeft economie met geld te maken? Dus ik ben eens in contemplatie gegaan en dit kwam eruit (zoals gezegd, niet op een achternamiddag):

Als ik het heb over economie dan heb ik het over actoren die hun arbeid aanwenden om bronnen te transformeren. Dat doen ze niet at random, maar ze hebben doelen die ze daarmee willen bereiken. Dan maak ik nog gebruik van twee afgeleide begrippen: al die werkzaamheden vinden in een specifieke volgorde plaats. Hoe dat moet daar is kennis voor nodig en die volgorde is de planning die we met zijn allen maken en uitvoeren.

Die actoren kunnen twee dingen doen:

  1. Een actor kan een doel stellen.
  2. Een actor kan een planning maken (en dan natuurlijk die planning ook uitvoeren).

Dit is de dynamiek in het raamwerk.

In dit raamwerk kan ik nu ons studieobject definieren:

Definitie: economie is de dynamiek in dit raamwerk.

Met behulp van dit raamwerk kunnen we vragen stellen als: Hoe worden doelen gesteld? Hoe wordt de planning gemaakt? Hoe wordt er samengewerkt? Hoe zit de governance van die processen in elkaar? Antwoord op de vraag “Welke doelen worden gehaald?” is een interessante kandidaat voor Gross Global Happiness, denk hierbij bijvoorbeeld aan de Sustainable Development Goals (SDG’s).

Nu kan ik ook het begrip bewustzijn operationaliseren:

Definitie: het bewustzijn van een economische actor is de verzameling doelen waar hij/zij rekening mee houdt als hij/zij een economische beslissing neemt.

Misschien goed om hier even bij stil te staan. Want wat is bewustzijn eigenlijk, wat bedoelen we daarmee? Nou, dat wordt al heel snel heel wollig, ik denk dat het een van de meest onbegrepen fenomenen in onze wereld is. Maar op economisch vlak gaat het eigenlijk maar om één ding: welke doelen stellen actoren en hoe maken zij een planning? Beide soorten acties kun je begrijpen als je weet welke doelen de actoren nastreven. En je kunt dit ook meten. Daarmee is bewustzijn op economisch vlak meetbaar geworden, geoperationaliseerd. Iemand die een elektrische auto verkiest boven een die op fossiele brandstoffen rijdt omdat dat beter voor het milieu is, is een mooi voorbeeld: het bewustzijn van deze actor stuurt zijn keuze voor een elektrische auto.

Het is nu ook eenvoudig om te definieren wanneer bewustzijn groeit, namelijk: hun verzameling doelen wordt groter, ofwel: mensen gaan meer rekening met elkaar houden, ze zorgen meer voor elkaar, onze aarde en de toekomst.

En zo kan ik dan de dimensie van bewustzijn toevoegen aan economisch modelleren: als mensen meer rekening gaan houden met elkaar, de aarde en de toekomst dan gaan ze andere beslissingen nemen en dan verandert het aangezicht van onze economie, de governance van het economisch process wordt integraler. Dus laten we iets precieser naar die dimensie van bewustzijn kijken en hoe dat onze economie beinvloedt:

Die dimensie kent twee uitersten. Aan de ene kant hebben we het minimale bewustzijn, ik noem dat ego-bewustzijn, mensen die alleen hun eigen doelen nastreven, voor hen bestaat de ander alleen om mee te ruilen. Aan de andere kant hebben we mensen die met alles en iedereen rekening willen houden. Daarvoor bestaan verschillende benamingen, waaronder integraal en planetair bewustzijn. Als je van het ene uiterste naar het andere uiterste loopt zie je bewustzijn groeien en daarmee het gedrag veranderen.

Simpel voorbeeld: ego-bewustzijn vertrouwt niemand (omdat het zelf ook niet betrouwbaar is) en dus gaat het hamsteren. Alsof er schaarste zou zijn! En ja, door al dat hamsteren komt er schaarste. En dat is nou precies waar veel economen de economie laten beginnen: bij het alloceren van schaarse middelen. Maar mijn raamwerk maakt duidelijk dat deze definitie van economie hoort bij een specifiek niveau van bewustzijn. Als we de economie van de toekomst willen beschrijven dan moeten we kijken naar waar ons bewustzijn naartoe evolueert en wat dat voor consequenties heeft voor ons (economisch) gedrag.

Mijn stelling is dus dat ons bewustzijn groeit en dat daarom het aangezicht van onze economie evolueert. Het interessantst zijn natuurlijk de tipping points, wanneer passeren we een drempel en wat gebeurt er dan?

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 082, jan 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 23 January 2021