Waarom is Kate Raworth (wel) succesvol?

This post was written by Jeroen van Beele

Het gebeurt! Amsterdam heeft de doughnuteconomie omhelst. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? Eerst maar even: wat is die doughnuteconomie en wat doet Amsterdam daarmee?

Door DoughnutEconomics – Own work, CC BY-SA 4.0

De doughnuteconomie is allereerst de titel van een boek geschreven door Kate Raworth. Dus ik denk: ik kijk even. Hmm, ja, dat dacht ik. Ik kan het boek kopen, even kijken is er niet bij. Dan begint er bij mij toch iets te schuren. Mijn simpele overtuiging is dat de nieuwe economie er een is waarin we met elkaar delen, heeft Raworth dat dan niet begrepen? Voor de goede orde: mijn boekje over onze nieuwe economie kun je gratis downloaden, een hardcopy moet je betalen omdat de drukker zijn werk nog niet gratis doet (gelukkig maar, stel je voor dat iedereen zomaar gratis drukwerk zou kunnen bestellen).

Niet getreurd, het boek is een uitwerking van een rapport dat ze vijf jaar eerder schreef voor Oxfam-Novib en dat rapport kun je wel downloaden. Wat Raworth in ieder geval overduidelijk heel goed doet is de boodschap kort en bondig samenvatten in een 9-tal video’s van anderhalve minuut. Iik herhaal hier even haar seven ways to think like a 21st century economist:

  1. geen groei maar bloei
  2. economie staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een dynamisch systeem
  3. homo economicus bestaat helemaal niet, wij zijn sociale wezens
  4. het evenwichtsdenken staat te ver af van de werkelijkheid om zinnig te zijn, dynamische systemen verklaren beter
  5. trickle down is ook een illusie, laten we eigendom verdelen
  6. circulaire economie
  7. geen groei maar bloei (zelfde statement als de eerste way, maar nu in andere bewoordingen)

En dan Amsterdam. Sinds kort heeft Amsterdam een donutcoalitie met als aansprekende partners de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdam Economic Board en Pakhuis de Zwijger. Ik pluk hun doel van hun hun website: Een regio die iedereen een eerlijke sociale basis biedt, binnen veilige ecologische grenzen. Amsterdam heeft dat ‘doughnut economics-doel’ omarmd en de coalitie werkt samen om het voor elkaar te krijgen.

Dan kom ik nu terug bij mijn vraag: hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? De eerste vraag die bij mij opkomt is: wat is hier nou nieuw aan? Hadden velen voor Raworth niet hetzelfde al gezegd, zoals de Club van Rome in 1972 en de Brundlandt-commissie in 1987? Raworth zelf geeft het volgende antwoord: ze brengt in een samenhangend raamwerk twee tot dan toe gescheiden perspectieven samen, de perspectieven van planetaire en sociale grenzen (de doughnut is het gebied tussen die twee grenzen).

Mijn eerste vraag kenschetst mijn verbazing. Mijns inziens zegt ze dat we de sustainable development goals moeten halen met inachtneming van de grenzen van de aarde. Kort door de bocht denk ik dat dat een herhaling van zetten is, van reeds vaak gedane zetten. En: daarmee zegt ze wát we willen, niet hóe we dat kunnen doen. In die zin is het een (bijna) lege huls. Ik zeg bijna wat ze komt wel met welvaartsherverdeling (marxistisch!) en de circulaire economie.

Ik denk dat er verschillende redenen aan te wijzen zijn die allen samenwerkten aan dit succes. Iedereen is het zo langzamerhand wel eens over wát we willen, in die zin loopt ze hooguit één stapje op de troepen vooruit. Ik heb al gemeld dat haar korte video’s de boodschap voortreffelijk overbrengen. En dat het een lege huls is geeft mensen de gelegenheid om die huls te vullen met hun eigen initiatieven en dat is precies wat de donutcoalitie in Amsterdam doet. Want aan initiatieven is geen gebrek, alleen aan een gecoordineerde aanpak ontbrak het totnutoe. En wat ook enorm helpt: ze zegt geen dingen die niet kloppen, die dan weer tot verwarring leiden.

En dan dit: ik ben er van overtuigd dat ze op het juiste moment komt. Twintig jaar geleden kwam het begrip transitie niet in ons bewustzijn voor, tien jaar geleden zou haar boek waarschijnlijk niet eens opgemerkt zijn. De tijd is rijp. En dat is geweldig nieuws! Wat Raworth ons vooral laat zien is dat de tijd nu rijp begint te worden. In deze zin geloof ik ook dat men don’t make history but history makes (wo)men. Anders gezegd: het succes van de doughnuteconomie zit hem niet in het inzicht van de schrijfster, maar in het inzicht van de lezers.

Het is een kwestie van besmetting. Een inzicht is als een virus, als mensen er ontvankelijk voor zijn kan het inzicht zich verspreiden. Het reproductiegetal van een inzicht hangt af van twee factoren denk ik: de kracht van het inzicht en de ontvankelijkheid van de dragers. Aan de inzichten is niets gewijzigd, maar wel aan onze ontvankelijkheid, ons bewustzijn. En dan kom ik dus weer bij Don Beck uit. Dat is denk ik wat er vandaag in Amsterdam gebeurt: er zijn nu voldoende mensen op allerlei posities die de omslag samen kunnen maken, nou moet ik nog even bedenken hoe ik daar het beste aan kan bijdragen.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 085, apr 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 24 April 2021


Waar ging Louis Blanc mis?

This post was written by Jeroen van Beele

Op een gegeven moment begon het mij te dagen dat het antwoord vlak voor onze neus lag, maar dat we er allemaal aan voorbij keken. Ik ook. Maar aan welke olifant keken we dan voorbij? Ja, als dat eenvoudig was geweest, dan had ik deze vraag niet gesteld. Met zijn allen massaal aan iets voorbij kijken doe je niet per ongeluk, er is ergens een diepere laag in je cultuur waar je je bewust van moet worden voor je die kunt transformeren. In mijn geval werd die bewustwording getriggerd door de ontmoeting met Jacquelien waar ik je eerder van vertelde in nov 2020. En na een worsteling was ik er uit: ruilen was niet de oplossing, maar het probleem. En het is inderdaad heel simpel: ruilen doe je omdat je elkaar niet vertrouwt en in dat wantrouwen schuilt de wortel van onze ellende, dan gaan we hamsteren en creeren zo schaarste en competitie en wat al niet meer.

niet ruilen, maar delen

Nog even: vertrouwen is de kern van geld, van ons banksysteem. Een bank verkoopt vertrouwen, dat doet ze door leningen te verstrekken. Als ik voor jou een huis bouw dan hoef ik mij niet af te vragen of jij mij de komende 30 jaar netjes gaat terugbetalen. Dat doet de bank voor mij. In die zin is geld het smeermiddel van onze economie, niet omdat het een ruilmiddel is, maar omdat het een kredietmiddel is. Ik weet het: er zijn ook gemeenschappen, ik meen niet eens heel van hier, waar een stel een huis als huwelijkscadeau krijgt van de gemeenschap. Dat bouwen ze dan in een weekeindje of zo. Het zou mij niet verbazen als die gemeenschappen netjes binnen Dunbar’s grenzen blijven (zie mrt 2020).

Maar als we nou niet meer ruilen, hoe ziet onze economie er dan uit? Weer lang en diep nadenken, los van het ruilparadigma, bracht mij tot de volgende slogan:

ik doe wat ik kan
ik neem wat ik nodig heb

Dus dat heb ik toen maar eens op een t-shirt geschreven.

Op een gegeven moment kwam ik Ewout tegen, en ik droeg dat mooie shirt. Ewout is een rascommunist die ik ooit tegen was gekomen bij de SP van Amsterdam centrum. Hij zag mijn slogan en zei: maar dat is Marx! En toen was ik zeer verheugd, ik was blijkbaar niet dom! En toen vroeg ik Ewout waar Marx dat dan gezegd had. En dat heeft Ewout gedaan! Na een tijdje wist hij te melden dat het een uitspraak van Louis Blanc betrof: Van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte (De chacun selon ses facultés, à chacun selon ses besoins.). Blanc heeft die uitspraak gedaan omtreeks 1851, dus voor dat Marx Das Kapital publiceerde vanaf 1867. Later is het de slogan geworden van de anarcho-communisten. Nou, dat is mooi, dan ben ik dus een anarcho-communist. Hiep hoi, eindelijk een identiteit!

Maar wat voor een identiteit? Anarchisten, dat zijn toch van die lui die tegen alles aanschoppen en lak hebben aan om het even welke regel? En communisten sluiten je op in een goelag als je niet meedoet met ze. De combi van beiden lijkt meer op totale rechteloosheid dan op verlichte vrijheid. Dus waar ging Louis Blanc mis?

Dat moest even sudderen. Een tijdje later kwam ik in Projektwerkstatt Saasen een prachtig boekje tegen. In simpele bewoordingen legt het uit wat anarchisme nou eigenlijk echt is, hoe het bedoeld is. En ook dat blijkt heel simpel: een anarchist is iemand die zelf zijn verantwoordelijkheid neemt. Die schuift hij niet af op zijn meerdere, dat is waar hij de archie doorbreekt. Een anarchist houdt zich niet aan regels omdat zijn baas het zegt, of de politie, maar omdat hij er zelf van overtuigd is. En als ie er niet van overtuigd is, nou ja, dan doet ie het niet. Dat betekent dus ook dat ik een anarchist op zijn gedrag kan aanspreken, hij/zij zal niet zeggen: Befehl ist Befehl, maar hij zal mij antwoorden, hij is verantwoordelijk. En het betekent ook dat als een anarchist zich ergens niet van bewust is dat hij daar dan ook geen rekening mee zal houden. Zo beschouwd zijn regels voor de onbewusten en anarchisme voor de bewusten.

In de oorspronkelijke formulering van Blanc ligt de goelag ook wel een beetje besloten. In mijn formulering zeg ik wat ik kan doen, waar ik voor kan kiezen. In zijn formulering zegt hij ook wat hij vindt dat jij moet doen. En als jij dan niet doet wat hij vindt dat jij moet doen dan doemt de goelag al snel op.

En nog wat: je kunt je uiteindelijk alleen verantwoorden als je je bewust bent van je keuzes, maar de werkelijkheid is dat we de hele dag door keuzes moeten maken, ook als we ons niet bewust zijn van de gevolgen daarvan. Zoiets als anarchisme kan dus alleen werken als mensen voldoende bewustzijn genieten. Anders gezegd: hoe anarchisme uitwerkt hangt af van het bewustzjn van de anarchist.

En dat is waar Louis Blanc misging denk ik. In sep 2020 splits ik de vraag naar een nieuwe economie in tweeen: Hoe ziet de utopie eruit? en: Hoe kun je die utopie aanpassen aan mensen zoals jij en ik? Ik meen dat het antwoord op die eerste vraag eenvoudig is en magistraal verwoord is door Louis Blanc. Maar de tweede vraag, dat is een worsteling en die is op elke tijd en plaats weer anders, afhankelijk van het bewustzijnsniveau. Nou denk ik niet dat Blanc daar echt mis ging, maar zijn idealen zijn misbruikt om lagere vormen van bewustzijn te ratificeren.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 084, mrt 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Monday 22 March 2021


Punches

This post was written by Jeroen van Beele

Vanaf morgen is mijn manifest beschikbaar. Nu al kun je hem downloaden vanaf free-to-serve.org. Hoe heeft het zover kunnen komen?

De sjeik, de sjah en de shell. Wie kent Wim Kan nog, oudejaarsconference 1973? Ik moest eraan denken toen een vriend van mij optrad ter afsluitting van een cursus toneel. Deze jaren verdrinken we in schreeuwlelijken als van ‘t Hek en daarvoor de Jonge. Nee, dan was Wim Kan van een andere klasse. De grandeur die zijn bescheiden uitstraling onderstreepte was fenomenaal. Het was de vriendelijke kwinkslag van Arjan die mij aan Kan deed denken. Toen wist ik: dit moet ik ook doen met mijn verhaal over de nieuwe economie.

Ik denk dat ik nu halverwege ben tussen het optreden van Arjan en mijn eigen optreden. En zoals altijd op een pelgrimage: het doel is slechts richtinggevend, de weg is waar het om gaat. Dus of ik ooit op zal treden weet ik niet, maar ik ben vol goede moed op weg. Na dat optreden ben ik op aangeven van Arjan een stand up comedy cursus gaan doen. Grappig, als kleine jongen deed ik dat ook al. Er blijkt echter wel een enorm verschil tussen toen en nu te bestaan: toen deed ik alles spontaan en dat is ook wat ik verwachtte van stand up: spontaniteit. Maar uit die droom ben ik snel verlost.

Ok, alles minitieus in elkaar puzzelen dus. Dat is gelukkig ook een van mijn krachten. En comedy? Deze trainer legde ons het belang uit van timing en in het bijzonder van punches. Net als je de toeschouwer comfortabel op zijn ene been hebt gezet, geef je hem een duw de andere kant op. Eerst de sjeik en de sjah, en dan de shell.

Ik dus op zoek naar punches om mijn nieuwe economie verhaal als stand up comedy te presenteren. Dat laatste been, de shell, dat lukte wel. Maar die sjeik en die sjah, dat is andere koek. Ja, die creatieve sponaniteit is iets wat ik in mijn jeugd heb achtergelaten. Ik zeg het met weemoed.

Dus dat is wat ik aan die cursus heb overgehouden: een stel halve punches, klappen zonder inleidende uithaal. Vanuit comedy perspectief niet meer dan tandeloos gemurmel. Maar het was wel een verhaal, een reisverhaal. Het reisverslag gidst je door een land waar nog geen kaarten van zijn. Mijn manifest is het resultaat van een stand-up-comedy die er nooit gekomen is. Of misschien nog niet gekomen is, want het theater blijft wel trekken. Ik denk er nu over om er een theatercollege van te maken.

Telkens als ik dat reisverslag doe krijg ik dezelfde reactie: ja, zo zie ik dat ook, maar ik had het niet zo kunnen verwoorden. Dus dat is dan wat ik kan bijdragen, die helderheid. Nu heb ik enkele theatercolleges zitten kijken, maar dat waren meer colleges die toevallig in een theater werden gehouden. Ik wil theater maken dat toevallig over nieuwe economie gaat. En dan kun je bij de uitgang desgewenst een hard copy kopen, of misschien zit die hard copy bij het kaartje inbegrepen. Je ziet, alles is nog volop in ontwikkeling.

Maar het manifest is af. Het heet ‘Free to serve’ omdat dat mijn uitgangspunt is. De ondertitel legt dat uit: het is de ontwikkeling van ons bewustzijn die de ontwikkeling van onze economie veroorzaakt. Daarmee impliceer ik ook dat er geen andere drivers zijn. Alles wat je kunt doen is werken aan bewustzijn. Het is niet voor niets dat Herman Wijffels daar zijn pensioen aan besteedt. En waar ontwikkelt dat bewustzijn zich naartoe? Uiteindelijk naar verlichting. En wat is dan verlichting? Mijn begrip daarvan is: dan is mijn Zelf vrij van mijn Ego. Dat is echte vrijheid, alle andere vrijheid is surrogaat voor het ego. In het manifest leidt ik af hoe onze economie eruit zou zien als je zó vrij bent dat je kunt dienen.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 083, feb 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Sunday 21 February 2021


Een toekomstbestendig raamwerk voor economie

This post was written by Jeroen van Beele

In Economie in balans heb ik beloofd nader in te gaan op het toevoegen van de dimensie van bewustzijn aan economisch modelleren. In deze column wil ik die belofte inlossen. Ik formuleer een raamwerk dat mij onder andere in staat stelt om het begrip bewustzijn te operationaliseren en van daaruit af te leiden wat de groei van ons bewustzijn doet met onze economie.

Eerst dat raamwerk. Als we het hebben over economie, waar hebben we het dan over? Een begrippenkader is altijd van wezenlijk belang en zoals alles op mijn zoektocht is mijn begrippenkader langzaam gerijpt. Eerst even: klassiek gaat de economische wetenschap uit van de productiefactoren natuur, arbeid en kapitaal. Als je wat verder kijkt in dat klassieke apparaat dan gaat het bijvoorbeeld over ondernemersrisico en winst. Ik raak dan al snel het spoor bijster. Want wat is nou kapitaal, waarom zie je dat als apart van natuur? En begint economie pas als je het over risico hebt? Wat heeft economie met geld te maken? Dus ik ben eens in contemplatie gegaan en dit kwam eruit (zoals gezegd, niet op een achternamiddag):

Als ik het heb over economie dan heb ik het over actoren die hun arbeid aanwenden om bronnen te transformeren. Dat doen ze niet at random, maar ze hebben doelen die ze daarmee willen bereiken. Dan maak ik nog gebruik van twee afgeleide begrippen: al die werkzaamheden vinden in een specifieke volgorde plaats. Hoe dat moet daar is kennis voor nodig en die volgorde is de planning die we met zijn allen maken en uitvoeren.

Die actoren kunnen twee dingen doen:

  1. Een actor kan een doel stellen.
  2. Een actor kan een planning maken (en dan natuurlijk die planning ook uitvoeren).

Dit is de dynamiek in het raamwerk.

In dit raamwerk kan ik nu ons studieobject definieren:

Definitie: economie is de dynamiek in dit raamwerk.

Met behulp van dit raamwerk kunnen we vragen stellen als: Hoe worden doelen gesteld? Hoe wordt de planning gemaakt? Hoe wordt er samengewerkt? Hoe zit de governance van die processen in elkaar? Antwoord op de vraag “Welke doelen worden gehaald?” is een interessante kandidaat voor Gross Global Happiness, denk hierbij bijvoorbeeld aan de Sustainable Development Goals (SDG’s).

Nu kan ik ook het begrip bewustzijn operationaliseren:

Definitie: het bewustzijn van een economische actor is de verzameling doelen waar hij/zij rekening mee houdt als hij/zij een economische beslissing neemt.

Misschien goed om hier even bij stil te staan. Want wat is bewustzijn eigenlijk, wat bedoelen we daarmee? Nou, dat wordt al heel snel heel wollig, ik denk dat het een van de meest onbegrepen fenomenen in onze wereld is. Maar op economisch vlak gaat het eigenlijk maar om één ding: welke doelen stellen actoren en hoe maken zij een planning? Beide soorten acties kun je begrijpen als je weet welke doelen de actoren nastreven. En je kunt dit ook meten. Daarmee is bewustzijn op economisch vlak meetbaar geworden, geoperationaliseerd. Iemand die een elektrische auto verkiest boven een die op fossiele brandstoffen rijdt omdat dat beter voor het milieu is, is een mooi voorbeeld: het bewustzijn van deze actor stuurt zijn keuze voor een elektrische auto.

Het is nu ook eenvoudig om te definieren wanneer bewustzijn groeit, namelijk: hun verzameling doelen wordt groter, ofwel: mensen gaan meer rekening met elkaar houden, ze zorgen meer voor elkaar, onze aarde en de toekomst.

En zo kan ik dan de dimensie van bewustzijn toevoegen aan economisch modelleren: als mensen meer rekening gaan houden met elkaar, de aarde en de toekomst dan gaan ze andere beslissingen nemen en dan verandert het aangezicht van onze economie, de governance van het economisch process wordt integraler. Dus laten we iets precieser naar die dimensie van bewustzijn kijken en hoe dat onze economie beinvloedt:

Die dimensie kent twee uitersten. Aan de ene kant hebben we het minimale bewustzijn, ik noem dat ego-bewustzijn, mensen die alleen hun eigen doelen nastreven, voor hen bestaat de ander alleen om mee te ruilen. Aan de andere kant hebben we mensen die met alles en iedereen rekening willen houden. Daarvoor bestaan verschillende benamingen, waaronder integraal en planetair bewustzijn. Als je van het ene uiterste naar het andere uiterste loopt zie je bewustzijn groeien en daarmee het gedrag veranderen.

Simpel voorbeeld: ego-bewustzijn vertrouwt niemand (omdat het zelf ook niet betrouwbaar is) en dus gaat het hamsteren. Alsof er schaarste zou zijn! En ja, door al dat hamsteren komt er schaarste. En dat is nou precies waar veel economen de economie laten beginnen: bij het alloceren van schaarse middelen. Maar mijn raamwerk maakt duidelijk dat deze definitie van economie hoort bij een specifiek niveau van bewustzijn. Als we de economie van de toekomst willen beschrijven dan moeten we kijken naar waar ons bewustzijn naartoe evolueert en wat dat voor consequenties heeft voor ons (economisch) gedrag.

Mijn stelling is dus dat ons bewustzijn groeit en dat daarom het aangezicht van onze economie evolueert. Het interessantst zijn natuurlijk de tipping points, wanneer passeren we een drempel en wat gebeurt er dan?

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 082, jan 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 23 January 2021


Economie in balans

This post was written by Jeroen van Beele

Vandaag gaan we wat abstracter. Eén manier om tegen mijn denken aan te kijken is dat ik de dimensie van bewustzijn toevoeg aan economisch modelleren.

Dat is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ik ben niet op een goede namiddag eens gaan zitten en gaan bedenken hoe ik daar nou chocola van kon maken, al die initiatieven voor een nieuwe economie. Nee, ik ben jarenlang aan het puzzelen geweest. Letterlijk. Ik schreef dan een hele reeks aan ideeën ieder op een apart blaadje, dat waren mijn puzzelstukjes. En dan ging ik schuiven, kijken of ik een puzzel kon leggen. Jaren heb ik dat gedaan.

En de puzzel die ik legde was steeds een andere. Een prima indicator van het feit dat ik het probleem nog niet de baas was. Maar ik voelde wel dat ik steeds een stapje dichterbij kwam. Ik had echter geen indicatie wanneer deze zoektocht ten einde zou komen. Wel hield ik voor ogen dat als de puzzel eenmaal gelegd zou zijn ik hem als zodanig zou herkennen. Maar of dat terecht was, we zullen het zo zien.

Telkens als ik een puzzel gelegd had zag ie er dus anders uit. Wel waren er een paar themata die om de centrale eer streden. En in de loop van tijd verschoof die eer ook. Ik heb bijvoorbeeld een tijdje gewerkt vanuit een psychologische theorie die ik op het spoor gekomen ben via de Mensa Berichten (nog in papieren vorm geloof ik). Het was een artikeltje van Noks Nauta over de vijf manieren of niveaux waarop mensen zich tot elkaar(s belangen) verhouden. Even ter herinnering: die vijf manieren worden kenmerkend omschreven als: altruistisch, samenwerkend, individualistisch, competitief en aggressief. Noks kan het veel beter uitleggen.

Er was het moment dat ik Jacquelien tegenkwam. Het was 2012 en ik had het universum gevraagd om mijn vraag ‘Hoe ziet die nieuwe economie eruit?’ voor de 21e december te beantwoorden. In die dagen was Jacquelien de kracht achter rijkdomsbewustzijn.nl (is nu uit de lucht). Ik kwam haar weer eens tegen en we doken in mijn vraag. Ik was de hele tijd maar aan het puzzelen hoe we op een slimmere manier konden ruilen met elkaar, maar ik schoot niet op. Jacquelien stelde voor dat ik het ruilparadigma zou verlaten. Op mijn reis was dat de grootste wending denk ik. Ik had geen idee hoe dat te doen, maar ik heb het geprobeerd. Maandenlang was ik in terra incognita. Ik was mijn balans kwijt, de balans tussen geven en nemen. En toen, in enkele maanden rijpte het idee om die ene balans te splitsen in twee balansen. Ik splitste die ene balans tussen geven en nemen in twee balansen: de balans tussen wat ik geef en wat wij nodig hebben, en de balans tussen wat ik nodig heb en wat ik neem.

En langzaam groeide het inzicht dat hier een vaste kern in zat. Denkend vanuit Noks voorzet, hoe zinnig ook, zat ik nog steeds gevangen in een statisch mensbeeld. Mensen kun je in vijf categorieen indelen, en dat zal altijd zo blijven. Dat is wel de kern van heel veel economisch denken. We komen er nu misschien achter dat Homo Economicus niet de beste modellering is van menselijk gedrag, maar linksom of rechtsom gaan we er impliciet vanuit dat mensen zijn zoals ze zijn.

In de splitsing van de balansen lag voor mij de kiem om dat statische paradigma te verlaten: mensen zijn helemaal niet zoals ze gisteren waren. Mensen veranderen, ontwikkelen. Ik vind dat nog altijd een heel sprekend voorbeeld van Steven Pinker (op 6 min, 10 sec): 500 jaar geleden was het entertainment om een kat levend te roosteren boven een knappend vuurtje. Als je dat nu zou doen wordt je opgenomen, ik ken trouwens niemand bij wie ik ook maar in de verste verte een dergelijke barbaarsheid zou durven veronderstellen. Wat ik zeggen wil: we zijn echt opgeschoten in 500 jaar tijd. En dat we nu in een transitie zitten, daar zijn steeds meer mensen het wel over eens, 20 jaar geleden keken ze je met glazige ogen aan.

In die balanssplitsing zit de kern van die ontwikkeling: ik geef niet voor wat ik nodig heb, maar voor wat wij nodig hebben. En ja, als jij een van die mensen bent voor wie wij niet bestaat dan imploderen die twee balansen tot één balans: ik geef wat ik nodig heb en wat ik nodig heb is wat ik neem, dus: ik geef wat ik neem, quid pro quo, voor wat hoort wat. Met andere woorden: het voor wat hoort wat paradigma heeft heel lang goede diensten bewezen maar is nu aan een update toe.

Voortbouwend op deze ontdekking kwam ik er achter dat al mijn puzzelstukjes op een natuurlijke wijze volgen uit deze bewustzijnsontwikkeling. Ik heb daarom nu vaste grond onder mijn voeten en van hieruit kan ik verder komen in mijn denken. Ja, en dat is een hele dimensie, die ontwikkeling. Dus dat doe ik nu: de dimensie van bewustzijn toevoegen aan economisch modelleren. Ik zal daar een volgende keer nader op ingaan.

Maar nu eerst nog een ongemakkelijk gevoel. Ik gebruik mijn gevoel, mijn wiskundige intuitie, om te weten of een puzzelstukje klopt en of het op de goede plek ligt en of de puzzel compleet is en zo. Ik heb al tijden het gevoel dat die puzzelstukjes allemaal wel kloppen en ook netjes in elkaar passen, maar is dit nou alles? Heb ik misschien een hele dimensie over het hoofd gezien? Mijn beelden culmineren uiteindelijk in een groot datalandschap met behulp waarvan we voor ons, de planeet en de toekomst zorgdragen. Maar moet dat allemaal zo ingewikkeld met al die ICT en zo? Het voelt niet compleet. Als ik het universum om antwoord vraag dan krijg ik het. Is dat niet veel natuurlijker? Hoe zou een economie er uitzien als we telepathisch met elkaar in contact treden? Denk erom: ik ben wetenschapper, dus ik wil die dimensie onderzoeken en niet zoals veel wetenschapsdogmatici een dergelijk perspectief bij voorbaat van bestudering uitsluiten.

Mijn boekje is nu bijna klaar. Daarin voeg ik die dimensie van bewustzijn aan economisch modelleren toe. Dat is al veel meer dynamiek dan gebruikelijk in de huidige economische wetenschap. Maar onlangs werd ik gewezen op Christina von Dreien die gewag maakt van een vijfde dimensie waar economie en telepathie op een natuurlijk wijze samengaan. Ik sta dus weer aan het begin van een nieuw hoofdstuk.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 080, nov 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 21 November 2020


Help, ik word minister!

This post was written by Jeroen van Beele

Ja, dat is toch wel weer een leuke uitdaging: ministervandenieuweeconomie.nl

Hoe gaan we de economie er weer bovenop helpen na de crisis? En wat is bovenop eigenlijk? We zien heel verschillende antwoorden. Ik zal hier nog eens kort mijn antwoord geven: We kunnen onze economie helemaal niet opeens veranderen, ook niet vanwege een crisis. Onze economie zal veranderen dan en slechts dan als ons bewustzijn verandert. Het is wel mogelijk dat de huidige crisis ons bewustzijn helpt en dan is de crisis via die weg verantwoordelijk voor een verandering in onze economie.

Maar ik kan het natuurlijk niet laten om te kijken naar wat er allemaal gebeurt. Zo zal jullie het BreakOutTeam van Jan Rotmans niet ontgaan zijn. Hun manifest staat boordevol radicale veranderingen waar veel mensen het voor de crisis al lang over eens waren. Maar waarom zou dat wel lukken na de crisis als dat voor de crisis ook niet lukte? Nogmaals: misschien heeft de crisis mensen geholpen een bewustzijnsstap te maken. Voor mijn gevoel staat de oorzaak van de crisis te ver af van de problemen die het BreakOutTeam wil oplossen, ik bedoel: ik ziet niet hoe de dynamiek van een pandemie ons doet beseffen dat we bijvoorbeeld een regionale economie nodig hebben.

En toen kwam ik de minister van de nieuwe economie tegen. Het is een initiatief van MVO Nederland en dit is hun idee: als maar genoeg mensen zich kandidaat stellen voor de post van minister van de nieuwe econonmie, dan wordt zichtbaar hoeveel draagvlak er eigenlijk is voor die nieuwe economie. Zoals uit voorgaande moge blijken: vanuit mijn perceptie slaan ze hier de spijker op de kop. Dus ik heb mij kandiadaat gesteld! En daarom heb ik nu twee vragen aan jou:

  1. stel je ook kandidaat
  2. in december zijn er verkiezingen, wie wil mij helpen campagne te voeren?

Ik vind de reactie op die eerste vraag mateloos spannend: met hoeveel zijn we eigenlijk? Don Beck, de man van spiral dynamics, heeft gemeten dat in Nederland de ontwikkeling van het bewustzijn het verst is. Telkens als hij contact heeft met Nederland is zijn vraag dan ook: hoever zijn jullie al met de nieuwe economie?

En dan de verkiezingen in december. Ik ben vooral een denker, ik heb geen smartphone, want zo smart vind ik die dingen niet. Maar nu moet er toch iets gebeuren, met linkedIn enzovoorts. Wie vind het leuk mij met de campagne te helpen?

Nou wil het geval dat juist vandaag de tekst van mijn manifest (waar ik al eerder over vertelde) af is. Pfff. Dat heeft wel zo’n vier jaar geduurd. Terzijde: het begon als een lijst punches voor een stand-up comedy show die verder nooit van de grond is gekomen. Misschien zal ik daar later nog eens over vertellen, het is wel een odyssee geweest, maar over het resultaat ben ik tevreden.

Waar ga je me mee helpen? De samenvatting van het manifest is een mooi startpunt:

Eigenlijk is het heel simpel: het bewustzijn van de mensheid evolueert uiteindelijk naar verlichting.
Verlichting is niets anders dan dat ons zelf vrij is van onze ego.
Ons zelf begrijpt de eenheid waarvan wij allen deel uitmaken.
Als ons zelf vrij is van onze ego dan kan en zal ons zelf leven vanuit deze verbinding.

Deze vrijheid is als voorrang: het is geen recht, maar de plicht om te zorgen voor ons, de planeet en de toekomst.
Een economie gebouwd op deze vrijheid is de Utopie uitgaande van de slogan verwoord door Louis Blanc in 1851:
Ik doe wat ik kan,
Ik neem wat ik nodig heb.

Deze Utopie kunnen we gebruiken als stip op de horizon.
Tussen hier en de stip zitten allerlei vormen van governance: Wie mag of moet wat doen en wie mag wat nemen?

In de richting van die stip komen we bijvoorbeeld tegen, als manieren om governance vorm te geven: de meent, democratische corporate governance, time banks en een basisinkomen.

Mijn slogan is: Nieuw bewustzijn, Nieuwe economie, Go with that flow!

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 079, okt 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Thursday 22 October 2020


Oost west, thuis best

This post was written by Jeroen van Beele

In Terug naar de nieuwe economie stelde ik dat er vier punten zijn die ons in de weg staan in het realiseren van die nieuwe economie. Punt twee was dat we nog geen beeld hebben van hoe die nieuwe economie er dan uitziet. Hoe vlieg je dat nou aan, zo’n vraag: “Hoe ziet de nieuwe economie eruit?” Ik heb een fantastische manier om die aan te vliegen en die wil ik graag met jullie delen, maar eerst: die manier is een soort van per ongeluk ontstaan. Ik was altijd maar aan het knutselen en redeneren en delibereren enzovoorts. En op een keer kwam die manier voorbij en ik besteedde er geen aandacht aan. En toen kwam hij weer voorbij en toen keek ik er nog eens naar. En langzaam begon ik te begrijpen hoe handig en fundamenteel deze manier van kijken / benaderen is. Hoe heel veel inzichten, vragen en oplossingen op zijn plek vielen. En ook: na adoptie van deze manier van benaderen kwamen er allemaal nieuwe inzichten bij. Nu zijn jullie vast ook nieuwsgierig, en dit is dan die manier:

Ik splits de vraag in twee vragen. Vraag 1 luidt: “Hoe ziet de utopie eruit?” en vraag 2: “Hoe pas je de utopie aan aan mensen als jij en ik?” Het komt niet helemaal uit de lucht vallen hoor, steeds vaker kom ik mensen tegen die zich afvragen wat het utopische ideaal is. Dat utopische ideaal kan dan de rol vervullen van stip op de horizon: we gaan er nooit komen, maar hij geeft wel richting. Wat ik ook tegenkom is dat het heel moeilijk is voor mensen om zich een utopie voor te stellen. Mensen stellen zich dan een ideale wereld voor waarin mensen alles met elkaar delen en voor elkaar zorgen. Maar we doen wel iets met muntjes, want anders trek je alleen maar klaplopers aan. En dan is het toch niet ideaal meer, hoe moet dat nou? Mijn analyse is dat dat komt omdat die mensen een utopie proberen te formuleren waar mensen zoals jij en ik in kunnen leven. Maar daar geloof ik niet in. Utopia is een ideale wereld en een ideale wereld is voor ideale mensen, niet voor mij dus. Wat deze splitsing in eerste instantie doet is argumenten over ideale werelden scheiden van argumenten over mensen.

Even tussendoor: ik heb Utopia van Thomas More onlangs gelezen. Het deed me nog het meest denken aan het China van Mao. Nee, geen plaats voor mij. Maar voor nu: als ik over Utopia spreek dan bedoel ik die spreekwoordelijke ideale wereld. Een wereld voor ideale mensen dus, een stip op de horizon. En die stip kan haar rol als stip vervullen als we ook de tweede vraag beantwoorden.

In de vorige eeuw is daar op nationale schaal mee geëxperimenteerd. Oost had een ideaal, en West ook. Maar Oost beantwoorde niet de tweede vraag “Hoe pas ik de utopie aan aan mensen als jij en ik?” Nee, in plaats daarvan beantwoordde Oost een andere vraag, nl: “Hoe pas ik mensen aan aan de utopie?” En op die vraag hebben ze ook een antwoord gevonden: totalitarisme.

En ook West beantwoordde die tweede vraag niet. Om haar economie vorm te geven rekent West met homo economicus. Dat is iemand die alleen aan zichzelf denkt. Of anders gezegd: dat is de projectie in het economisch vlak van wat in de psychologie een psychopaat genoemd wordt. Dus West beantwoordde de vraag: “Hoe pas je de utopie aan aan psychopaten?” En het antwoord op die vraag is volgens Fukuyama: neo-liberalisme.

Wat zijn eigenlijk hun respectievelijke utopieën? Ik beweer: de utopieën van beide zijn hetzelfde. Vanuit verlicht perspectief dan. Ik zal uitleggen wat ik bedoel. Laten we beginnen met de utopie van West: de vrije markt. Maar wat is een vrije markt, vanuit verlicht perspectief? Eigenlijk is dat heel simpel: een vrije markt is een markt waar alle actoren vrij zijn. En wanneer is een actor vrij vanuit verlicht perspectief? Als zijn ego geleid wordt door zijn zelf. In Vrijheid is als voorrrang heb ik de verlichte definitie van vrijheid gegeven: vrijheid is als voorrang, het is geen recht maar een plicht, nl de plicht om te zorgen voor ons, de planeet en de toekomst. Zo bezien is de vrije markt een markt waar deelnemers voor elkaar zorgen. En dat is toch precies de utopie van Oost?

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 078, sep 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuesday 22 September 2020


Gert en de russin

This post was written by Jeroen van Beele

Jaren geleden kreeg ik een nieuwe baan bij een klein bedrijfje. “Ik ben liberaal” zei Gert, de ondernemer. Hij zei het met een tongval die mij nog het meest aan Beatrix deed denken. Hij zat dik in de VVD en sprak met Rita en Ayaan, het was in de tijd dat Rita Ayaan nog niet had ontnederlandst. Ik ben een wat linkse intellectueel dus ik voelde mij niet onmiddellijk op mijn gemak bij hem.

Nog in mijn proeftijd wordt ik gebeld voor een andere baan, een baan uit duizenden. Dus ik op gesprek en we spreken af dat ik ga beginnen zodra alle formaliteiten rond zijn. dat kon nog wel even duren dus ik zei nog niks tegen Gert. Maar goed ook want het duurde en duurde maar. Ondertussen leerde ik Gert beter kennen. Nog even geaffecteerd als altijd blijkt hij een integer ondernemer, een die zich verantwoordelijk voelt voor zijn klanten en zijn personeel. Het is een man die geen wetten nodig heeft om zich kosher te gedragen.

Ongeveer een half jaar later krijg ik in dezelfde week twee telefoontjes. De eerste is van Gert, hij heeft het project gescoord waar hij mij voor aangenomen had, volgende week op cursus in Heidelberg en dan aan de slag! Het andere telefoontje is van mijn nieuwe baan, ik kan beginnen zodra ik mijn huidige baan heb opgezegd.

Wat nu te doen? Ik spreek in ieder geval met mijn nieuwe baas af dat ik niet zomaar mijn huidige baan opzeg, maar Gert eerst de gelegenheid geef om het project op de rails te houden.

Tegen deze achtergrond reis ik af naar Heidelberg. In de eerste pauze van de cursus die 3 dagen duurt spreek ik een medecursiste. Het is een russin die in Antwerpen gepromoveerd is op het onderwerp waarvoor Gert mij aangenomen had. Nou ben ik ook wel gepromoveerd, maar niet in deze materie, dus zij zou mijn werk beter kunnen dan ikzelf. Ze woont alweer een tijdje in Moskou maar wil eigenlijk weer terug naar de Benelux. Nou, dan heb ik een baan voor je!

Zo gezegd, zo gedaan. Bij terugkomst in Nederland bel ik Gert met het slechte nieuws dat ik weg ga net nadat ik de cursus gedaan heb en het goede nieuws dat ik iemand heb gevonden ter vervanging die beter is dan ik. En ik beloof Gert dat ik pas vertek als hij het project in goede orde heeft kunnen voortzetten. Dus Gert nam de russin aan, eind goed, al goed.

Wat ik hiermee nog eens illustreren wil is dat nieuwe economie geen nieuw systeem is, maar nieuw gedrag. Dat nieuwe gedrag kunnen we in het hier en nu doen.

De regeling voor kenniswerkers was al in werking dus Gert kon de russin in no time aannemen. Althans, in theorie. Hij moest natuurlijk nog wel wat formaliteiten afhandelen. En daar kun je natuurlijk fouten in maken. En toen bleek wat Rita werkelijk voor ogen stond: elk foutje betekende de procedute van minimaal een maand in zijn geheel overdoen. Na een half jaar had de russin bij het zusterbedrijf in Belgie een baan.

Al kende Gert Rita persoonlijk, dat mocht niet baten, dat spreekt dan wel weer voor ons kikkerlandje. En dat is ook een voorbeeld van nieuw gedrag!

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 077, jul 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Terug naar de nieuwe economie

This post was written by Jeroen van Beele

Het gonst nu overal: nu de coronacrisis langzaam ten einde loopt hervat de economie zich, maar we willen niet terug naar de vorige situatie, we willen naar een nieuw normaal. We hebben hoopvol gedrag gezien: mensen die elkaar om niet helpen, applaus voor helden waar we ons normaal niet eens van bewust zijn. Opeens kunnen we de lente ruiken in centrum Amsterdam en in Parijs kunnen ze sterren zien vanaf de Montmartre. En recenter konden we ervaren wat het doet met kinderen als ze opeens in een klasje met 15 kinderen zitten ipv met 30. Gewoon zo doorgaan zou je zeggen. Oh ja, er is ook de stress van de onzekerheid, van ontslag en faillisement. Dus nee, dat gaat ook niet. Wat dan wel?

Een steeds groter wordende groep vind dat het anders moet met onze economie en ziet in de huidige pas op de plaats een geweldige kans om van koers te veranderen. Om de economie niet op zijn gat te laten gaan zijn we bereid grote sommen gelds te spenderen. Maar waaraan? DNB denkt met ons mee: zij pleit voor een groen herstel uit de coronacrisis. Ook het IEA en het IMF hebben gezamelijk een vergelijkbaar rapport gepubliceerd. En dat is zeker hoopgevend.

Maar gaat dat ook gebeuren? En als dat gebeuren gaat, wat gaat er dan eigelijk gebeuren? Zie hier in een paar vragen de kern van het probleem: we willen wel anders en we weten wel goed wat we niet willen maar weten niet goed wat we wel willen. En ja, als je niet weet waar je naar op weg bent kan het zomaar zijn dat je er ook niet komt. Of het niet doorhebt als je er al bent.

Voor ik deze gedachte iets verder uitwerk, laten we wel wezen: onze economie is met een schrikbarende 7% gekrompen. Maar dat betekent ook dat 93% van onze economie gewoon doordraait. Als we al van koers veranderen zal het in eerste instantie om enkele streken gaan. Ik weet: wie het kleine niet eert is het grote niet weerd, maar van een revolutie kan nu, zonder meer, geen sprake zijn. En degenen die mijn column hebben bijgehouden weten hoe ik over de stellingname van DNB denk: dit is precies het gedrag wat we moeten hebben. Die nieuwe economie is nieuw gedrag en wat DNB daar doet is precies het nemen van de verantwoordelijkheid die binnen haar competentie ligt.

Nu dan de verdere uitwerking van de gedachte dat we niet zo goed weten wat ons alternatief is. Ten eerste heb ik eens met zo’n stel wereldverbeteraars gebrainstormd over wat ons nou tegenhoudt in de realisatie van een nieuwe economie. We kwamen uit op vier punten. Het eerste en belangrijkste punt: kritische massa. Zonder een kritische massa van mensen met voldoende bewustzijn zijn we kansloos, dan blijft het vechten tegen de bierkaai. Op het moment dat die grens bereikt wordt is dat een tipping point, en daarna is er ook geen weg meer terug, dan kun je het niet meer tegenhouden (dat wordt nog spannend!). Dat tipping point is het interessante punt want dan moet er wel iets gebeuren, dat nieuwe komt niet zomaar uit de lucht vallen.

Dat is punt twee: we hebben nog geen helder beeld van wat wij uit de lucht moeten laten vallen. Ik geloof dat ons bewustzijn verandert, van ego-bewustzijn naar zelf-bewustzijn, soms ook integraal of planetair bewustzijn genoemd (zie punt een). Ik geloof dat daardoor ons gedrag verandert, van ruilen naar delen. En ik geloof dat we dan een ander systeem gaan nodig hebben om dat nieuwe gedrag samen te kunnen smeden. Dit is punt twee. Hoe ziet dat nieuwe systeem eruit? Nogmaals: dat nieuwe systeem gaat geen nieuw gedrag veroorzaken, maar dat nieuwe gedrag zal dat nieuwe systeem tot leven wekken. Dat vinden van dat nieuwe systeem is mijn zoektocht en mijn antwoord zal ik binnenkort met jullie delen, alvast een tipje van de sluier: in onze nieuwe economie zal het construct geld zoals we dat nu kennen decomponeren in twee constructen, een voor de coordinatie van taken en een voor de governance van die coordinatie.

Dan komen we bij punt drie: gebrek aan skills. Dat is iets dat ik ook vaak tegenkom: als we dan eenmaal een idee hebben van wat we willen blijkt het heel lastig om dat vervolgens te manifesteren. Samenwerken is bijvoorbeeld notoir moeilijk, maar ga het maar eens doen: iets nieuws bedenken, massa meekrijgen, neuzen dezelfde kant op, inbedden in en aansluiten op een bestaande status quo en dan nog de techniek van organisatie, planning en tooling. Nee, daar hebben de meestal jonge gasten weinig kaas van gegeten.

En dan punt vier, last but for sure not least: EGO’s. Ego’s op een voetstuk zijn de meest destructieve krachten die ik ben tegengekomen en ik kom ze evengoed tegen tussen wereldverbeteraars. Problematisch samenwerken is slechts een van de vele gebeiden waarin een obstructief / destructief ego zich manifesteert. En dan zijn we weer terug bij punt een, want dat was toch eigenlijk de kern van dat nieuwe bewustzijn: ik ben niet mijn ego, maar ik ben mijn zelf. Dat ego is handig, maar slechts als dienaar van mijn zelf. De meeste mensen zijn nu nog zelven die hun ego’s dienen.

En ja, ik zie langzaam een convergentie optreden: die nieuwe economie is nieuw gedrag en dat nieuwe gedrag is zorgen voor elkaar, onze plannet en de toekomst. Er zijn steeds meer initiatieven die daar inhoud aan geven. Christian Felber werkt dat uit in zijn gemeinwohl oekonomie. En Kate Raworth schetst een vergelijkbaar raamwerk in haar doughnut economics. En amsterdam heeft de doughnut omhelst, of heeft de doughnut amsterdam omhelst?

eerste publicatie: Nieuwe Mensaberichten 076, jun 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Monday 22 June 2020


De ezel die niet door de beugel kon

This post was written by Jeroen van Beele

Er was eens een eiland gelegen in een azuurblauwe zee waar je altijd kon zwemmen in het heerlijke water. Die zee deelde haar rijkdom met de eilanders en die eilanders waren misschien wel de gelukkigste mensen op aarde. Het waren ook wijze eilanders want de moderne tijd lieten ze aan zich voorbij gaan. Het eiland was vooral een rots die als het topje van een ijsberg boven het water uitstak, dus alle vervoer ging per ezel. Het eiland telde welgeteld één vuilnisauto en twee brandweerauto’s. Prive-eigendom van auto’s was niet toegestaan.

Het was deze idylle waar mijn vriendin decaden geleden neerstreek. Hier leefde ze de seizoenen en baarde ze haar kinderen. Die kinderen moesten op een gegeven moment naar school. Ook op een idylle heb je scholen. En ook naar deze school ga je op de ezel. De ezeltaxi, jippie!

Maar ja, ook de ezeltaxi loopt op taxiprijzen. In de gewone wereld nemen mensen daarom zelden taxiauto’s, ze kopen hun eigen auto, dus mijn vriendin kocht hun eigen ezel. En dat was tegen het zere been van de ezelmaffia. Auto’s parkeer je op straat, ezels bindt je vast met een touwtje. Auto’s kun je stelen, ezels kun je losmaken. Menig morgen moest mijn vriendin op zoek naar hun ezel. Gelukkig was het eiland niet zo groot.

Op Hydra, op slechts anderhalf uur met de draagvleugelboot van Athene wonen 2.000 mensen en 20.000 katten. Die 2.000 is dus way beyond Dunbar’s number (zie maart 2020). En dat merk je, teveel mensen om samen voor elkaar te zorgen. Dus bevecht ieder zijn territorium. De ezeltaximarkt is zo’n territorium.

Nu dat haar kinderen het huis uit zijn heeft ze van haar huis een writer’s home gemaakt en ik was afgelopen februari op haar uitnodiging neergestreken in haar writer’s home om te schijven aan mijn boekje – over nieuwe economie uiteraard. Over dat boekje vertel ik je binnenkort vast veel meer. Het was een inspirerende tijd. Er waren nog een historicus die aan zijn magnum opus werkte en er was Linda. Linda vertelde over een prachtig boek dat ze had geschreven. Haar logline bood uitzicht op een steppe van ongedachte psychologie: vrouwen die verliefd worden op terdoodveroordeelde mannen. Wij werden nieuwsgierig en gingen op ontdekkingstocht. En telkens, op een verbazing onzerzijds, wees ze ons op een diamantje van menselijke psychologie. Net als je denkt dat je mensen wel begrepen hebt blijkt het allemaal toch nog anders te zijn. Het begint ermee dat die mannen werkelijk aandacht hebben voor die vrouwen.

Zomaar twee verhalen die misschien niet veel met elkaar gemeen lijken te hebben. Maar toch. Die nieuwe economie, want daar gaat het ons hier om, is eerst en vooral nieuw gedrag. En ik beweer dat ons bewustzijn aan het evolueren is en daarmee ons gedrag en daarmee onze economie. Onze psychologie is daarom het leidende perspectief in deze sociologische studie. Ik begin steeds meer te geloven in de onderzoeksvraag die ik vorige keer poneerde: hoe kunnen we met zeven miljard mensen voor elkaar, onze planeet en de toekomst zorgen?

Met 2.000 mensen op een idyllisch eiland is dat al lastig. Ik zie dat veel om mij heen. Er zijn idealisten die andere idealisten opzoeken en samen gaan ze dan de ideale wereld maken. Een van de problemen daarbij is dat iedereen een eigen idee heeft van wat de ideale wereld is. Wat lijkt te werken is dat er een iemand is die zegt hoe die ideale wereld eruit ziet en de rest zegt ‘Amen’. Dat wordt dan een sekte of zo. Ook niet ideaal… En daar waar mensen het op voet van gelijkwaardigheid proberen valt het bijna altijd in duigen. Walden, nabij Hilversum, is een begrip geworden, maar is uiteindelijk al binnen enkele jaren ten onder gegaan. Bij mijn weten is de Hobbistee in Wapserveen de enige nederlandse commune uit de 60’s die nog bestaat. Een hele interessante vind ik Samar. Ook de Hobbitstee en Samar blijven trouwens netjes binnen Dunbar’s grens.

Samar blijft ook binnen de agro-business trouwens. Daar wil ik hier graag ook even de aandacht op richten: veel van die initiatieven draaien om agro, terug naar moeder natuur. Maar ze hebben wel een tractor, het ijzer voor die tractor hebben ze niet van hier en ook de diesel wordt waarschijnlijk aan de andere kant van de wereld opgepompt. Het punt met agro is dat het zo ongeveer de simpelste, want oudste, vorm van economie is. Dit kun je locaal doen, binnen Dunbar’s grens. Hier ligt de uitdaging niet wat mij betreft. En dan zo’n tractor, dat is toch smokkelen? Doe het dan met paarden of zo, en die ploeg, hoe doe je dat eigenlijk als er geen ijzererts onder je voeten verstopt ligt?

Ik zie het overal om mij heen: samenwerken is lastig, echt samenwerken. Dus niet werken voor een baas, maar voor een doel. Niet omdat je moet, maar omdat je wil. Zoeken naar wat je bindt en hoe je dat samen kunt manifesteren. En vooral: hoe haal je je ego van zijn of haar voetstuk?

Mocht je geinteresseerd zijn in uitwaaien op Hydra: je vind haar huis niet op AirBnB want ze gaat niet in zee met het grootkapitraal, maar haar huis is nochthans beschikbaar voor vacantiedoeleinden. Wat ook kan: Hydra verwelkomt je graag als vrijwilliger om katten te steriliseren, het is een ware plaag.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 075, mei 2020

Facebooktwitterlinkedinmail

Thursday 21 May 2020