(De)growth

Degrowth is hot. Volgende maand ga ik naar een conferentie in Brussel georganiseerd in en door leden van het europees parlement. En in augustus ga ik naar Zagreb.

Mijn eerste reactie op de term degrowth was: degrowth is symptoombestrijding. Het gaat helemaal niet om groeien of niet, het gaat om zorgen of niet. En zorgen kan betekenen dat je gaat ontgroeien, en dat zal waarschijnlijk ook het geval zijn, maar daar gaat het niet om. Het gevolg van een stijgend bruto nationaal geluk kan zijn dat de economie ontgroeit. Maar dan is de implicatie andersom, niet (de)growth is leidend, maar geluk.

Dus ik begin met wat vraagtekens: willen ze nou echt de natuurlijke tendens van economische groei gaan tegenhouden? Dat blijkt gelukkig heel anders te zijn. Ze halen er van alles bij, economische rechtvaardigheid, feminisme, klimaat, eigenlijk bijna alle crises die onze cultuur momenteel rijk is. Degrowth is in die zin een wat verwarrende term, degrowth gaat om veel meer dan dat alleen en degrowth is zelfs niet het hoofddoel. De slogan in Zagreb is: Planet, People, Care: It Spells Degrowth!

Dat sluit dan gelukkig weer aan bij mijn eigen ideeen. Ik geloof dat al onze huidige crises één simpele oorzaak hebben, nl dat we onvoldoende rekening houden met al die zaken die nu in crisis verkeren. En als je die oorzaak aanpakt dan adresseer je al die crises in samenhang en dat is wat degrowth is all about.

Het gaat dus de goede kant op. Ik zei het toch: het bewustzijn groeit. Ik ga in Zagreb een bijdrage leveren aan het thema Alternatieve economieen. Het inzicht hier luidt: Today, however, we need synthesising narratives of how alternative economic initiatives such as sharing schemes and clothes swapping add up to systemic alternatives. Ik geloof dat mijn visie hier kan helpen.

Mijn visie is dat wat er momenteel gebeurt en te gebeuren staat en wat wij daarin kunnen betekenen zinvol kan worden begrepen vanuit het perspectief van groeiend bewustzijn. Ik denk dat het belangrijkste dat we kunnen doen is onze governancestructuren continu aanpassen aan dat veranderende bewustzijn.

Toch even: als we dat nou gaan doen, zorgen voor ons, de planeet en de toekoemst, zal onze economie dan ontgroeien, krimpen? En wat betekent dat dan voor al die mensen onder de armoedegrens die nog wel wat groei kunnen gebruiken? Daar heeft degrowth ook over nagedacht: we gaan herverdelen. The great divide is immers een van die crises die we in samenhang adresseren. Dus de rijken gaan niet alleen minder krijgen, van het mindere dat ze krijgen gaan ze ook meer delen. Althans, zo begrijp ik het.

Tsja, dan krijg ik toch weer een deja vu. Hier wil ik graag fijnmazig naar kijken. Waar het me om gaat is dat het er weer op lijkt dat wij die het allemaal begrepen hebben aan de anderen die het nog niet begrepen hebben gaan vertellen wat ze doen moeten, minderen en delen in dit geval. Als ik geloof dat ons bewustzijn groeit dan bedoel ik daarmee dat die mensen die het nog niet begrepen hebben dat binnenkort wel gaan doen. Terzijde, soms denk ik ook wel eens: Binnenkort? Dat is wishful thinking.

Maar dan nu wat volgens mij echt het verschil gaat maken. Ik geloof nl ook dat als ons bewustzijn groeit en we dus steeds meer rekening gaan houden met ons, de planeet en de toekomst, dat dan de transactiekosten omlaag gaan. Dit vergt misschien enige uitleg. Simpel voorbeeld: We hebben in Nederland drie mobiele netwerken, terwijl we er als samenleving maar een nodig hebben. Als we nou downsizen naar een in plaats van drie netwerken dan bespaart dat twee derde van de kosten, dat zijn die transactiekosten, zonder dat we in dekking achteruit gaan. Het Bruto Nationaal Produkt gaat dan met die twee derde naar beneden, maar ons Bruto Nationaal Geluk blijft gelijk. Ik geloof dus dat we prima kunnen groeien binnen de grenzen van de aarde, maar daar is voor nodig dat we elkaar gaan vertrouwen.

Zo simpel is dat voorbeeld dus niet. Het laat precies zien waar de angel zit. Want wie durft haar mobiele bereikbaarheid aan een monopolist over te laten, of aan de overheid, for God’s sake? Zie hier de horde die we te nemen hebben, het kan nog spannend worden!

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 108, apr 2023

Mozaiek van los zand

We zitten in een tijdperk van verandering, of in een verandering van tijdperk, als dat wat anders is. Steeds meer mensen beseffen dat, er gebeuren steeds meer hoopgevende dingen. De vraag waar het nou precies naar toe gaat blijft echter vooralsnog in nevelen gehuld. We hebben hooguit, maar al wel, stukjes van de puzzel. Wat ik steeds vaker zie gebeuren is dat mensen met die stukjes een mozaiek gaan leggen. En misschien ben ik te negatief hoor, maar ik heb altijd het gevoel dat dat los zand blijft.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar zelf ook schuldig aan ben. Tijdens het schrijven van mijn boekje was ik ook aan het puzzelen. Pas toen het af was begon ik te zien waar het eigenlijk om ging: bewustzijnsontwikkeling (zie ook Krishnamurti). Bij die andere mozaieken heb ik altijd het gevoel dat overkoepelende themata er met de haren bij gesleept worden. Eerst maar even twee voorbeelden die ik onlangs tegenkwam.

1. Society 4.0, van Bob de Wit. Van deze website kopieer ik: Society 4.0 is een samenleving waar de belangen van burgers in zijn algemeenheid centraal staan. Regio’s vormen in de nabije toekomst de basis van een burgersamenleving, omdat vele technologische ontwikkelingen de decentrale productie van primaire menselijke levensbehoeften mogelijk maken – van energie en voedsel tot gezondheid en onderwijs.

Verder passeren allerlei bekende elementen de revue, zoals lokale economie en lokale munten. Ik kopieer uit thema gezondheid: Er moet een regionaal netwerk van integere zorgprofessionals en zorgbedrijven worden opgebouwd die de gezondheid van de mens centraal stellen, op basis van direct contact tussen patiënt en arts en de reductie van de dominante rol van verzekeraars.

Mijn beeld hier is: wishful thinking. En tegelijkertijd geloof ik dat Bob gelijk heeft. Ik geloof met Bob dat we naar een wereld toegaan waarin zorgprofessionals geen pillenverkopers meer zijn. Maar nu, waarom zou dat gebeuren? Bob lijkt het voor te schrijven als een recept. Maar ik geloof er niet in dat ik zorgprofessionals van hun pillenverslaving af kan helpen. Als de alternatieve geneeskunst mij een ding geleerd heeft is het dat alleen de patient zichzelf kan genezen, niet de dokter. Het recept voorschrijven dat je geen recepten meer moet voorschrijven gaat niet werken. De dokter zal zelf van zijn receptenverslaving moeten genezen.

Mijn stelling is dat dat precies is wat er aan het gebeuren is. Maar let op: ik geloof dat ik dat pillenloze recept niet voorschrijven kan, integendeel, ik geloof dat ons bewustzijn zich zodanig aan het ontwikkelen is dat die dokter zich zelf zal bevrijden uit de macht van big pharma.

2. Er is leven na de groei, van Paul Schenderling ea. Voor een 11 minuten introductie verwijs ik naar een interview door de EO. Hierin stelt Paul dat er wetenschappelijke consensus aan het ontstaan is over de noodzaak om economische groei te stoppen. Ook vertelt hij dat er wel degelijk economische groei mogelijk is, namelijk door minder te verspillen. Ook in dit boek wordt een recept gegeven. Zoals in al die mozaieken is dat recept een heel palet aan interventies, waaronder in dit geval bijvoorbeeld belasting verschuiven van arbeid naar consumptie.

Paul legt uit dat als we gewoon verstandig en bewust besluiten nemen dat we dan vanzelf deze kant op gaan. Maar ook moeten we vooral minder willen consumeren en dat is natuurlijk wel even een dingetje. Hij zegt het zelf: het zijn keuzes die je nu al kunt maken. Wat hij niet uitlegt is waarom mensen dat straks wel zullen doen maar nu nog niet. Hij geeft als voorbeeld dat hij zelf minder is gaan verspillen, bijvoorbeeld reizen met het ov ipv een eigen auto rijden.

En weer: ik geloof met Paul dat we inderdaad bewustere keuzes gaan maken. Maar ik geloof vooral dat dit de oorzaak is van alle veranderingen en niet iets dat je kunt voorschrijven of dat mensen dat vanzelf vanuit hun huidige bewustzijn gaan doen. Als mensen dat bewustzijn nu al zouden hebben dan zouden ze die bewustere keuzes nu al maken. Ik geloof vooral in de wetenschappelijke onderbouwde stelling dat ons bewustzijn aan het evolueren is (dat deed dat altijd al).

Voor wie geinteresseerd is: beide initiatieven hebben locale groepen waar je je bij kunt aansluiten.

En zij zijn zeker niet de eersten met een dergelijk mozaiek. Waarom noem ik deze concepten eigenlijk mozaieken? Kenmerkend voor mij is dat voor mijn gevoel de auteurs allerlei prachtige initiatieven bij elkaar harken zonder te snappen waarom en hoe die initiatieven bij elkaar horen. Ze hebben daar dan op zijn best een overkoepelend thema bij of iets dergelijks. Maar echt snappen waarom die dingen bij elkaar horen? Nee, mijn gevoel is dat ze de klok wel horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt.

Bob bijvoorbeeld ziet de volgende stadia in onze menselijke ontwikkeling: society 1.0 is landbouw, 2.0 is handel en 3.0 industrie. En wat is dan 4.0? Dat is de menselijke maat. En waar komt die vandaan? Voor zover ik Bob begrijp ziet hij dat als het resultaat van technologische ontwikkelingen als blockchain en 3d-printing (ok, ik zeg het wat kort door de bocht, maar toch). Ik vind governance een veel beter perspectief, daarin zie je de weerslag van onze bewustzijnsontwikkeling.

Ik denk dat ik wel weet waar de klepel hangt. Die klepel heet bewustzijnsontwikkeling. In punches meldde ik al dat ik daarin gelukkig niet alleen sta, Herman Wijffels besteedt zijn pensioen aan die boodschap.

Als ik dan fair wil zijn betekent dat dat ik dat ook maar eens moet gaan opschrijven. Ik heb al een boekje geschreven, maar daar kan ik niet naar verwijzen als ik dit statement wil maken. Ook voor mij was dat bewustzijn nog teveel in nevelen gehuld toen ik dat boekje schreef. Ja, ik moet maar eens een nieuwe versie schrijven.

Even samengevat: ik geloof niet dat ik jou kan voorschrijven wat je doen moet, maar ik geloof wel dat jij uiteindelijk op eigen initiatief in beweging komt, daarom heb ik van de uitspraak van Louis Blanc een persoonlijke versie gemaakt: Ik doe wat ik kan en ik neem wat ik nodig heb. Die beweging begint als we het lef gaan hebben te vertrouwen en delen, daarom heet mijn bedrijf guts2trust.

Overigens geloof ik dat groei binnen de grenzen van de aarde heel goed mogelijk is, nl als ons bewustzijn groeit worden we betrouwbaarder en zullen de transactiekosten dalen, maar daarover misschien een andere keer met Pauli en Fukuyama.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 107, mrt 2023

Economische sprookjes

Het is weer zover. Dit keer in de Optimist. Het verhaal dat ons geldstelsel niet klopt. Geld lenen zou geen rente moeten kosten: als we geld lenen kunnen we dat geld misschien ooit terugbetalen, maar waar zouden we die rente vandaan moeten halen? En dan ga je natuurlijk denken dat die knappe koppen in de finance dat express doen. Voer voor complotdenkers. Nee dan was het voor de uitvinding van het geld veel beter. Pais en vree. Iedereen werkte genoeglijk samen.

Allemaal sprookjes. De praehistorische pais en vree is door archeologen en antropologen naar het land der fabelen verwezen. Stammen die nu nog in het stenen tijdperk leven moorden elkaar uit, that’s (their) life. Maar dat sprookje over ons geldstelsel vind ik interessanter. Graag stel ik daar mijn sprookje tegenover:

Eens, op een kwade dag, spoelden op een tot dan toe onbewoond eiland drie man aan. Een boer, een bakker en een bankier. Het eiland was vruchtbaar dus de boer ging graan verbouwen. De bakker wilde daar wel broden van bakken. Nu komt het eerste belangrijke punt: in de ideale wereld geeft de boer zijn graan aan de bakker in de wetenschap dat de bakker ook hem een gebakken brood zal toebedelen. Hoe weet de boer dat zo zeker? Welnu, in de ideale wereld zijn alle mensen verlicht, dat betekent dat hun zelf vrij is van hun ego en bijgevolg kan en zal de bakker vanuit zijn bewustzijn van de eenheid der mensheid / schepping zijn overvloed delen met allen die dat nodig hebben, ook met de boer dus. Dit is de betekenis van Krisnamurti’s uitspraak: als je vrij bent heb je geen keuze (zie Het geheime aforisme van Krishnamurti).

Maar helaas, dit eiland is de echte wereld. Kan de boer de bakker wel vertrouwen? De boer is goed met graan en zo maar de betrouwbaarheid van mensen inschatten is niet zo zijn ding. Dus wat nu? Kredietwaardigheid inschatten is de core business van de bankier, dus dit is wat de bankier doet: hij beoordeelt het businessplan van de bakker en omdat hij dat levensvatbaar acht maakt hij een muntje als teken dat hij de bakker kredietwaardig acht. De bankier leent het muntje uit aan de bakker op voorwaarde dat de bakker dat muntje tweemaal terugbetaalt. Eenmaal als rente en eenmaal als aflossing. 100% rente dus, een beetje veel misschien, maar voor het voorbeeld / sprookje wel zo eenvoudig. De bankier schept geld en dat geld wordt geschapen, uit het niets, als schuld.

Nu kan de bakker naar de boer en het graan van de boer kopen met het muntje. De boer hoeft nu niet meer de bakker te vertrouwen, maar alleen maar de bankier. Dat lijkt op dat eiland misschien lood om oud ijzer, maar in onze huidige economie is dat precies wat er gebeurt: als ik een huis laat bouwen hoeft de aannemer mij niet te vertrouwen, maar het geld dat ik hem geef. De hypotheeknemer (de bank) heeft mij (de hypotheekgever) dat geld gegeven na mijn kredietwaardigheid positief ingeschat te hebben. Op deze manier verkoopt de bankier dus eigenlijk vertrouwen.

Nu kan de bakker gaan bakken en vervolgens kan de boer bij de bakker een brood kopen. Voor één muntje. Nu heeft de bakker weer een muntje en kan hij conform afspraak de rente betalen aan de bankier. Nu komt het tweede belangrijke punt: de bankier kan nu met zijn muntje ook een brood kopen bij de bakker. Die rente is niet een of ander middel om de armen armer te maken, maar het is het salaris van de bankier die die kredietwaardigheidstoets doet.

Vervolgens kan de bakker zijn schuld aflossen bij de bankier. En dan komt nu het derde belangrijke punt: als de bankier dan eenmaal het muntje als aflossing ontvangen heeft, wat doet die bankier daar dan mee? Let op: de laatste stap in deze cycel is dat de bankier het muntje tenslotte vernietigt. Dit laaste is iets dat de alternativo’s volledig over het hoofd lijken te zien, maar zo werkt ons geldstelsel wel: banken scheppen niet alleen geld, ze vernietigen het ook weer, namelijk als de hypotheek afgelost wordt.

Veel mensen denken dat geld gemaakt wordt of gemaakt zou moeten worden als ruilmiddel. Maar dat is dus niet zo. Veel dieper in de economie ligt de noodzaak tot vertrouwen en dat is precies wat schuld is. Als ik schuld heb bij jou dan ging daaraan vooraf dat jij mij die schuld durfde toe te vertrouwen. Een andere manier om hier tegenaan te kijken is: lenen maakt het mogelijk te ruilen door de tijd. Ruilen op één punt in de tijd is niet zo moeilijk, maar door de tijd heen, dan moeten we afwachten of die ander wel over de brug komt, then we’re talking banking.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 106, feb 2023

overLeven

In ruilen is huilen, delen is spelen schreef ik over mijn idee freedom shares (in één zin: ieder draagt naar vermogen bij aan het realiseren van de wereld die we samen willen). Eigenlijk heb ik de freedom shares geformuleerd met voorbijgaan aan de huidige staat van het menselijk bewustzijn, althans mijn preceptie daarvan. Ik heb gewoon de volgens mij ideale wereld opgeschreven. Ik dacht dus vooral: als puntje bij paaltje komt gaan mensen toch niet serieus delen met elkaar. Maar wat schetst mijn verbazing: mijn vrienden van wakkeraan waren enthousiast en samen zijn we onze eigen freedom shares begonnen. En tegelijkertijd ontstond onafhankelijk van ons Collectief Kapitaal met een vergelijkbaar initiatief. De tijd is er rijp voor denk ik dan.

Ik bezocht de eerste bijeenkomst van Collectief Kapitaal in de tolhuistuin in Amsterdam, net na een coronalockdown, testen voor toegang en zo. Wat me enorm is bijgebleven van die avond is waar Denise Harleman, de organisator, mee begon: we zijn geen klup met daarin twee bloedgroepen, die van de gevers en de nemers, nee, we doen het vooral samen. Ze was nog wel op zoek naar hoe dat woorden en vorm te geven.

Ik dacht toen: je kan dat nou wel willen, maar voorlopig is het wel zo dat je expliciet mensen werft om te geven en expliciet mensen werft om te ontvangen. En die tweespalt is een van de rode draden in de ontwikkeling van Collectief Kapitaal die daarna kwam.

Binnen freedom shares hebben we daar een oplossing voor: we werken samen aan een nieuwe werkelijkheid en ieder draagt daaraan naar vermogen bij. Sommigen geven dan meer en anderen nemen dan meer, maar daar gaat het niet meer om, het gaat om die nieuwe werkelijkheid. Even voor de goede orde: dat doen we alsvolgt: we delen wel ons geld net als bij Collectief Kapitaal, maar daar waar er bij Collectief Kapitaal geen voorwaarde aan zit heeft freedom shares als voorwaarde: we besteden het gedeelde geld alleen aan trickle-down producten (zie ruilen is huilen, delen is spelen). Het idee is dat ik mijn geld wel wil delen wil met jou, maar als je dat vervolgens gebruikt om de situatie waarin we beland zijn te bestendigen, dan gaat het nooit wat worden.

En ook binnen ons herenklupje is die voorwaarde een probleem, enerzijds willen we niet betuttelend zijn, anderzijds willen we een probleem aanpakken. En ook: wat is een trickle-down product eigenlijk en hoe herken je die? Onze oplossing: we gaan het gesprek met elkaar aan. We vertrouwen er op dat zodoende ons bewustzijn voldoende groeit om gezamelijk onze doelstelling te bereiken.

Maar eigenlijk ligt het probleem nog dieper denk ik. Het gaat om het verschil tussen overleven en leven. De mensen die uit Collectief Kapitaal betaald krijgen staan in de overlevingsstand. Die werken nog niet aan een nieuwe werkelijkheid, daar hebben ze mentaal helemaal geen ruimte voor. Dat is de belangrijke observatie van Maslow. Misschien dat Collectief Kapitaal daarom zal slagen in haar opzet en freedom shares noodgedwongen een gezellig herenklupje blijft.

Die bloedgroepen zijn zo bezien dus niet de gevers en de nemers maar de levers en de overlevers. En van overlevers kun je terecht niet verwachten dat ze zich als levers gedragen. Van overleven overstappen naar leven is vooral een bewustzijnsstap. Ik realiseer me overigens dat ik obv mijn inkomsten makkelijk praten heb. En dat is dan weer een mooi onderwerp van gesprek in mijn herenklupje.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 105, jan 2023

Het geheime aforisme van Krishnamurti

Gedurende vele jaren ben ik op zoek geweest naar de nieuwe economie. Tijdens die pelgrimage kwam ik allerlei aforismen tegen die wonderwel omschreven wat ik gevonden had.

Bijvoorbeeld Gandhi’s uitspraak: de wereld heeft genoeg voor ieders behoeften, maar niet voor ieders begeerten. Ik weet nog dat dat zo inging tegen wat ik altijd geleerd had, namelijk dat we in een schaarse wereld leven. Eerst dacht ik: nee, dat klopt niet. Maar toen dacht ik: maar waarom zegt zo iemand dat, zou het misschien toch kloppen? Maar hoe dan? Ik heb op die uitspraak gekauwd. Het heeft me een hele tijd gekost om de waarheid daarvan te doorvoelen. Dat is heel langzaam gegroeid, dat was geen aha-Erlebnis. Maar nu voelt het als vertrouwd, als logisch bijna, als helemaal waar. Die waarheid komt juist naar voren op het moment dat ik me realiseer dat we nog steeds wel degelijk in een schaarse wereld leven, maar die schaarste is door ons zelf gecreeerd en dat verklaart Gandhi’s uitspraak juist.

En zo vond ik veel meer uitspraken. Bijvoorbeeld Jezus die zei: het is zaliger te geven dan te nemen. Gaat volstrekt in tegen ons idee van de homo economicus.

Maar gaande mijn weg was er een gat. Onze economie is uiteindelijk een aggregatie van al onze individuele gedragingen. Als we een andere economie wensen zullen we ons gedrag moeten veranderen. En dan komt vrijheid om de hoek kijken: kan ik dan niet zomaar alles doen wat mijn hartje begeert? Ik realiseerde mij dat ik dat gat alleen kon dichten met de juiste definitie van vrijheid.

Uiteindelijk heb ik vrijheid alsvolgt gedefinieerd (zie Vrijheid is als voorrang, ik herhaal hem hier even): vrijheid is als voorrang, het is geen recht maar een plicht. Welke plicht dan? Toen werd het lastiger. Ik voelde het antwoord wel maar kon dat nog niet echt onderbouwen. Maar toch: vrijheid is de plicht om te zorgen voor ons, de planeet en de toekomst. Let op: als ik aldus vrij ben betekent dat dat ik voor jou de gelegenheid schep om ook vrij te zijn, dit is dus een virale definitie.

En toen was mijn pelgrimstocht volbracht en kon ik het opschrijven. Dat is dus mijn boekje geworden. Maar nu komt het: pas later kwam ik de uitspraak tegen die hoort bij mijn definitie van vrijheid, hij is van Krishnamurti: when you are free, you have no choice. En ook kwam ik Fichte tegen: nur derjenige ist frei der alles um sich herum frei machen will. Let wel: deze uitspraken staan dus niet in de huidige versie van mijn boekje.

Maar mijns inziens omschrijft dit aforisme van Krishnamurti wel precies de kern van mijn gedachten. En dat deze definitie van vrijheid viraal is, is heel mooi verwoord door Fichte. Waar het me om gaat is dat ik al die andere aforismen allang was tegengekomen, ze zitten in ons collectieve bewustzijn. Maar die kern niet. Die kern waaruit onze nieuwe economie zal ontspruiten zit nog niet in ons collectieve bewustzijn. Je kan dit aforisme zo vinden op het web, maar niemand lijkt zich er van bewust te zijn. Op die manier is dit aforisme geheim, net zoals Blavatsky sprak over the secret doctrine.

Misschien verklaart dat waarom onze economie nog niet duurzaam is, waarom we nog niet vrij zijn.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 104, dec 2022

Dwang of drang

Begin vorige maand ging ik in zuid Frankrijk op bezoek bij Ton, een medemensaal en goede vriend van mij. Achter mij deed hij het hek van zijn propriété privée op slot. Ik was perplex. Hoe kan dat nou? Ton woont in een afgelegen buurtschap dat inclusief hemzelf vijf zielen telt. Als het daar al niet lukt om fatsoenlijk samen te leven en werken, hoe moet dat dan op mondiale schaal?

Le Buis heeft alles van een kleine gemeenschap: burenhulp, ons kent ons, bijnamen, roddel en achterklap. En het nadragen van gebeurtenissen van decaden geleden. Een van de bewoners van le Buis ziet de scheidslijn tussen mijn en dijn anders dan de anderen. In onze grote anonieme wereld zouden we zo iemand een dief noemen. Maar hier in le Buis? In le Buis heeft deze meneer als bijnaam: de vos. Samenleven (in Amsterdam centrum doen we dat best wel) is voor mij dat je elkaar aanspreekt om het leefbaar te houden. Maar waarom wordt de vos niet aangesproken? Dit is typisch een situatie waar Ton graag over contempleert. Zijn woorden over buurman D.:

“D. is iemand die heel anders in het leven staat dan ik (ander “bewustzijn” als je wilt). Door deze eigenschappen heb ik weinig affiniteit met hem. Zijn jeugd is een treurig verhaal. Als ik diep naar binnen kijk kan ik met D. compassie hebben, maar in het dagelijks leven bewaar ik afstand. Samenwerken is hier op le Buis maar beperkt aan de orde. We doen wederzijds aan burenhulp, maar daar staat D. ook buiten – hij wil overal geld voor. Ik vroeg me af, of ik hem, juist hem, niet ook dingen moet aanbieden – maar ik deins ervoor terug het contact met hem te intensiveren.”

Ton, dank voor dit inzicht in jouw overwegingen. En het maakt voor mij glashelder hoe moeilijk het is om samen te werken. Want stel nou dat dat D. je collega is. Zou je dan wel je contact (op de werkvloer) met hem intensiveren? Ja, want jouw baas verwacht dat van jou op de werkvloer. Overigens: sommigen van ons willen helemaal geen baas en denken wellicht: ik wordt zelfstandig, dan heb ik geen baas meer, hoef ik ook niet met D. samen te werken. Maar let wel: er zijn geen erger bazen dan klanten. Bazen moeten zich aan regels houden, klanten niet. Klanten worden gewoon onredelijk boos, lopen weg of weigeren te betalen. Al met al: om in het huidige tijdsgewricht samen te werken is iets van dwang handig, niet altijd, maar wel precies op die momenten dat de drang tot samenwerking verdampt.

Het intrigeert mij. Mijn passie is nieuwe economie, de aanstaande economie die een weldaad is voor planeet en mens. Ik dacht altijd dat zo’n economie zou lijken op een buurtschap, maar dan op wereldschaal. Tsja, dan valt zo’n real life buurtschap wel even tegen. Voor mij is nieuwe economie een nieuwe manier van samenwerken. Bovenstaande laat iets zien van hoe samenwerking nu tot tand komt:

In mijn perceptie is dat in essentie slavernij. We verankeren eigendom, ook van productiemiddelen, in onze wetgeving. Dat betekent onder andere dat 99% van de mensheid, waar de meesten van ons toe behoren, helemaal geen bestaansmiddel of -zekerheid hebben (zie ook de vorige NMB). Die stress mondt uit in gedwongen arbeid (vgl Ora et labora van Herman Heijermans). Veel mensen zouden het werk dat ze nu doen niet doen als dat niet nodig zou zijn om in hun levensbehoeften te voorzien. Ze werken samen omdat het moet, dwang. Niet omdat ze willen, drang. Of ben ik nu gewoon Marx aan het herhalen?

Ik zie dat ook in de nieuwe economie. Daar zijn allemaal initiatieven om samenwerking vorm te geven. Maar dat zijn allemaal versnipperde initiatieven. Werken die samenwerkingsinitiatieven dan niet samen? Nou, nee dus. Als samenwerkingsinitiatieven samenwerken moet dat op vrijwillige basis gebeuren. Het lijkt er op dat dat niet gebeurt, ook hier lijkt het er op dat zolang er geen dwang is die samenwerking niet tot stand komt.

Maar is alles dan kommer en kwel? Er zijn toch ook nog heel veel mensen die vrijwillig iets doen voor een ander, of voor onze samenleving (in de VS zijn ze daar notoir goed in). Dat lijkt dan weer in tegenspraak. Ik denk: vrijwilligerswerk zit een beetje aan de zijlijn van onze economie (ik krijg nu misschien een storm van protest, en terecht). Ik raap vrijwillig plastic van de grond en jij gaat vrijwillig boodschappen doen voor je buurvrouw. Maar vrijwillig achter de lopende band staan doen we niet. En daar worden wel de dingen gemaakt waar we voor willen betalen. Dat is ook de plek waar de nieuwe economie zich momenteel bevindt: aan de zijlijn van de economie.

Dit is wat ik denk: het is een kwestie van bewustzijn. Als het bewustzijn groot genoeg is bij een voldoende aantal mensen dan kan die samenwerking vrijwillig van de grond komen, eerder niet. Even en detail: dat bewustzijn betekent dan dat mensen het gesprek met elkaar aangaan en dingen doen voor elkaar in een samenwerkingsverband waar ze niet onmiddellijk de resultaten van zien, immers wat er aan het einde van de lopende band uitrolt komt niet bij jou of je buren terecht.

Als ik dan in zo’n buurtschap kom waarin de samenwerking moeilijk van de grond komt dan vraag ik me dus af of het ooit nog goed gaat komen. En toch geloof in nog steeds dat het wel goed gaat komen, alleen gaat het blijkbaar wat langzamer dan gehoopt. Ik wil daarom graag kijken naar waar het al wel gebeurt, die vrijwillige samenwerking. Bijvoorbeeld sensorica. Zij gebruiken het Open Value Network (OVN) concept. Ik ga daar nog eens naar kijken. Iedereen kan meedoen bijvoorbeeld, maar je moet wel iets bijdragen, zoals we dat in onze huidige slavernij ook gewend zijn. Het voelt voor mij als een tussenstap die past bij onze ontluikende bewustzijnsgroei.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 103, nov 2023

De chi van de levende economie

Ik wil vandaag graag eens de stand van zaken doornemen. In het kader van deze column is dat uiteraard met betrekking tot onze nieuwe economie. Mijn persoonlijke stand van zaken. Die is eigenlijk best saai. Ik ben een gewone zzp-er die zijn geld verdient als programmeur, meestal bij banken. In het wereldje van wereldverbeteraars ben ik dan eerder een echo uit het verleden dan een pionier.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Of beter: waarom ben ik zo achtergebleven? Ben ik wel achtergebleven? Want waar zijn die anderen eigenlijk? Gebeurt er nou nog wat of is het allemaal schijn? Een oorlogje is voldoende om de kolencentrales weer op volle toeren te laten draaien, dus wat nou nieuwe economie?

Het is deze lading vragen, waar je er elke dag weer duizend nieuwe van kan stellen die mij ertoe gebracht heeft mijn boekje te schrijven. Al die vragen lijken relevant en zonder goede antwoorden gaat die nieuwe economie er niet komen. Althans zo voelt het voor mij, want die nieuwe economie kan natuurlijk ook per ongeluk ontstaan, zoals peniciline of de pil zijn ontdekt.

Misschien goed om even bij die twee stil te staan: wat die twee namelijk ook gemeen hebben is dat ze beide ontdekt zijn door mensen die weliswaar naar iets anders op zoek waren, maar vooral in staat waren om te vinden. Anders gezegd: ze volgden hun nieuwsgierigheid en stonden open voor wat zich aandiende. Het punt hier is natuurlijk dat dag en dagelijks zich allerlei opportuniteiten voordoen, maar dat de meesten daarvan niet verzilverd worden. En dat zullen we nooit weten, want we weten het alleen van die paar opportuniteiten die wel verzilverd werden.

Terug naar mijn boekje. Ik heb het in eerste instantie vooral voor mijzelf geschreven. Mijn hoofd was een draaikolk van ideeen waar ik maar geen lijn in kon vinden. Oh ja, dat is ook wel aardig om te zien: ik zag wel steeds kleine lijntjes. Alsof ik roerde in een grote pot met aminozuren waar zich dan bij tijd en wijle flarden dna vormden. Maar los zand, de flarden vormden geen chromosomen. Want laten we wel wezen: hoe kun je je een chromosoom voorstellen als je alleen maar een pot met aminozuren hebt?

De nieuwe economie voelt voor mij een beetje als een pot aminozuren. En daar sta ik dan in te roeren, haha! Dat is een beetje mijn doel met het boekje: de chromosomen van de nieuwe economie beschrijven. En dan nu: denk ik nou echt dat ik door maar lang genoeg in die pot te roeren die chromosomen tot leven kan wekken? Wat de chromosomen van de nieuwe economie zijn, daar heb ik nu wel een beeld bij, maar wat is leven? Het lijkt er toch op dat chromosomen geen leven vormen of zijn, ze zijn de drager van het leven, maar het leven zelf, wat is dat nou?

Als je allemaal chromosomen bij elkaar stopt, gaat dat dan leven? Als een soort monster van Frankenstein? Of is er nog iets anders nodig, chi of zo? Ik denk dat laatste. En misschien geldt dat ook wel voor onze nieuwe economie. Je kunt wel allemaal nieuwe instituties bedenken, maar dat gaat pas leven door de mensen die daar bewust inhoud aan geven. Dat geldt bijvoorbeeld voor democratie, die institutie is wel aanwezig in Rusland en China, maar functioneert daar niet zoals ze bedoeld is door gebrek aan bewustzijn, door gebrek aan chi.

In die zin heb ik me misschien lange tijd alchemist gewaand. Ik weet nog wel dat het belangrijkste inzicht dat mijn boekje mij bood was dat die nieuwe economie ontspruit uit ons bewustzijn. De ondertitel “The evolution of our consciousness drives the evolution of our economy” heb ik pas de laatste maanden van mijn 5 jaren schrijfwerk ontdekt. Het schrijven was de ontdekkingstocht zelf, pas aan het einde daarvan vond ik iets anders dan ik had verwacht, gehoopt, gedacht. Voor de goede orde, wat ik vond was: ik kan helemaal geen nieuwe economie maken, ik kan mij alleen maar gedragen zoals dat past in de nieuwe economie, en als anderen dat ook doen, dan hebben we samen die nieuwe economie tot leven gewekt.

In die zin lijkt onze huidige economie een dode economie, alles wat er gebeurt is een verzameling mechanische acties. Wij zijn als subjecten willoze slachtoffers van onze ego’s. Bewustzijn zal onze economie tot leven wekken, onze nieuwe economie is vooral een levende economie van bewust handelende mensen.

Ik denk dus dat de nieuwe economie het resultaat is van de gecoordineerde handelingen van bewuste mensen. Dus de stand van zaken is dat ik op de goede weg ben omdat ik mij in mijn handelingen al bewust ben van die ander. En ik kom steeds meer mensen op die weg tegen. Maar er moet mij wel iets van het hart: als zzp-er kan ik een leuke prijs vragen, want van mijn soort zijn er te weinig. Maar dat betekent dan wel dat anderen, zoals de schoonmakers, minder kunnen krijgen. Hier wringt iets en hoe los ik dat nou op? Misschien mag ik zeggen dat het stellen van deze vraag dan weer een eerste stap op die weg is?

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 100, juli 2022

Teveel of te weinig betalen, dat is de vraag

Het was een gewoon huis in een gewone straat in een gewone stad. Niets bijzonders. In Duitsland, dat wel. In Mönchen Gladbach om precies te zijn. Ik werkte daar als freelancer bij een bank, zoals voor mij te doen gebruikelijk. Het huis was van Ralf en ik huurde de zolderetage. Mijn peid-a-tèrre. Flink doorgassen `s morgens vroeg vanuit Amsterdam doe ik die Strecke in anderhalf uur, maar dat vijf dagen in de week is toch wat teveel van het goede.

Voor Ralf is mijn huur zijn pensioen. Tsja, Ralf doet zijn pensioen in zijn uppie, maar eigelijk zit het hele pensioenstelsel zo in elkaar. Dus eigenlijk niets nieuws onder de zon. En toch hè, je zal maar geen huisje te verhuren hebben, dan wordt het AOW. Ik blijf het een raar idee vinden.

Je kunt de Hitch Hiker’s Guide to the Galaxy zien als een losse verzameling aanklachten tegen de anomalieën van onze tijd, kunstig ineengevlochten tot een drieluik in vijf delen (Marvin, de depressieve robot, is mijn favoriet). Een van die aanklachten is mooi geschilderd in het verhaal van de kolonisatie van onze aarde. Ik laat die even aan jullie speurneuzen, maar dit neem ik er uit mee:

Stel de aarde wordt onbewoonbaar, en we gaan met zijn allen naar onze reserveplaneet. Hoe verdelen we die poet dan? Eén manier zou zijn om ieder een deel te geven gelijk aan wat hij nu bezit. Dus de helft van die nieuwe planeet voor acht mensen (dat is de huidige stand in onze mondiale rat race), die andere helft voor 1% van de bevolking. En de rest krijgt niets.

Misschien zouden we kunnen beginnen met een jubeljaar denk ik dan. Voor de minder bijbelvaste medeleden: Elke zeven jaar verordonneerde de joodse wetten een sabbatsjaar waarin er geen landbouw bedreven werd, om het land tot rust te laten komen. En eens in de zeven sabbatsjaren was er een jubeljaar, in dat jaar werd alle verhandelde grond teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar. Het schijnt dat dat jubeljaar maar een keer geëffectueerd is, maar ik laat me daar graag over bijpraten als dat anders is. Ik kan het me wel voorstellen…

De afgelopen jaren heeft zich in mijn denken een centraal verklaringsthema genesteld: bewustzijn. Zowel hoe dingen begrepen worden als hoe ze uitwerken hangt den diepste samen met het bewustzijn(sniveau) van de actor. Het boven geschetste scenario zal zich voordoen als er weinig bewustzijn is. Ik geloof er in dat het bewustzijn van de mensheid stijgt en dat betekent dat het verdeelscenario hierboven steeds minder waarschijnlijk wordt.

In de 17e eeuw zaten we op een kantelpunt. Ik heb met grote interesse de ondergang van de batavia gelezen. Voor de westkust van Australië lijdt de Batavia schipbreuk. De schipbreukelingen spoelen aan op twee eilandjes voor die kust. Het interessante is dat op die eilandjes twee verschillende dynamieken ontstaan. Op de ene wordt samengewerkt, op de andere staat een heerser op. Die heerser gaat vervolgens op rooftocht bij de buren, maar in hun gezamelijkheid slaan de buren zijn aanval af.

Eén manier om dit voorval te duiden is dat het bewustzijn nog niet zo ver was dat op beide eilandjes een samenwerking ontstond. Op één eilandje was de distributie van bewustzijn al voldoende, maar op het andere nog niet. Ik denk dat als de Batavia heden ten dage zou vergaan die heerser geen kans meer zou maken. De heersers die we nu nog hebben zijn relieken uit vervlogen tijden en kunnen zich alleen nog maar met steeds groter machtsvertoon staande houden, het is een aflopende zaak.

Maar voorlopig hebben we de aarde nog verdeeld mbv de sleutel hierboven geschetst en daarom moet Ralf zijn pensioen bekostigen uit de verhuur van zijn zolderverdieping. Toen ik vertrok kwam ik mijn laatste huur betalen. Er was wat rekenwerk en wat geschuif met geld en toen raakten we even de kluts kwijt. Ik liet mij ontvallen dat ik in ieder geval niet te weinig betalen wilde. Direct daarop antwoorde de vrouw van Ralf dat zij zeker niet wilden dat ik teveel betaalde. Zie hier, ons bewustzijn was gelukkig voorbij onze ego’s geëvolueerd. Ik schrijf dit vooral omdat je kunt zeggen dat het betalen van huur ter bekostiging van pensioen een archaïsch protocol is, maar ik begrijp dit liever als dat ons bewustzijn daar een zorgzame handeling van maakte. Ik kijk terug op een genoeglijk verblijf in Mönchen Gladbach.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 102, okt 2022

Joshua

“Papa, ik wil gaan samenwonen met Joshua!”. Mijn dochter Lola is net meerderjarig en Joshua is een alleraardigste jongen. Toch lijkt het me geen goed plan. Maar wat doe je dan? Van mij heeft ze geen toestemming nodig, nog wel het geld voor de huur die ze samen gaan opbrengen. Maar ja, dat zou ik toch wel kwijt zijn. Punt is wel dat ik net twee jaar geleden voor Lola een prachtig huisje heb gekocht in Sloten (gemeente Amsterdam).

Mijn andere dochter Robin heeft een studentenwoning waar ze uit wil / moet. Nou dan kan zij mooi naar het huisje in Sloten. Maar: als het foutloopt tussen Lola en Joshua, dan moet Lola zelf op zoek naar iets anders, want nu is Sloten voor Robin.

Zo gezegd, zo gedaan. Dat wil zeggen: Lola trekt bij Joshua in en Robin maakt zich klaar voor de verhuizing van West naar Sloten, dat is ongeveer een kilometer fietsen. Maar nu komt het: na twee dagen breekt de relatie op. Ik was erbij, Joshua was helemaal ontdaan. En meer dan dat, hij stortte zo’n beetje in. Ik heb hem vastgehouden en beloofd: ik laat je niet vallen.

Het was dus inderdaad geen goed plan. Maar terug naar Sloten zit er voor Lola niet meer in. Al woont Robin nog niet in Sloten, het is aan haar beloofd. Anderzijds, Sloten is na twee jaar al wel het plekje van Lola geworden. Wat nu te doen?

Robin werkt in een wannabee 1 ster-restaurant waar regelmatig tot diep in de nacht feesten gehouden worden, en dat ligt een heel eind bij Sloten vandaan. Een meisje van 19 diep in de nacht Amsterdam laten doorkruisen zie ik niet zo zitten (wat ben ik toch een watje). Maar dat restaurant zit wel bij mij om de hoek.

Dus dit wordt het dan: Lola terug naar Sloten, Robin in mijn huis, en ik vind wel wat anders. Ik werk immers vanuit huis, ik kan ook op Ibiza gaan zitten.

Ook heb ik al betaald voor de kamer bij Joshua, dus ik vraag of ik voorlopig bij hem kan intrekken. Dat kan wel.

Joshua heeft moeite met werken, met banen behouden. Hij heeft moeite met op tijd komen en is vaak ziek. Misschien kan ik helpen? Gezond leven, op tijd opstaan en zo meer van die dingen. Maar vooralleerst is het tot ons beider verbazing bere gezellig. We drinken wat samen en kijken Netflix. We praten honderd uit.

Al snel komt er een heel verhaal uit. Ik deel het hier maar even, zodat je de ernst van de situatie begrijpt. Joshua heeft een nederlandse moeder. En een somalische vader, een orthodoxe islamist. Vader en moeder zijn al vroeg gescheiden en Joshua woont bij zijn moeder. Gelukkig maar, want aan zijn vader heeft hij geen positieve herinneringen. Dan, als Joshua 4 jaar is, gaat hij met zijn moeder op vakantie naar zijn vader in Engeland. Na een week gaan ze weer naar het vliegveld maar als Joshua uit de auto wil stappen moet hij blijven zitten omdat hij bij zijn vader zal blijven. WAT?!? Joshua blijft voorgoed bij zijn vader.

Joshua gaat niet naar school maar krijgt thuis onderwijs. Als vader als docent op een islamitische school les geeft sluit hij Joshua op in een kamer met een koran. In het arabisch. Joshua moet de koran uit zijn hoofd leren en ‘s avonds overhoort vader hem. Fouten worden afgestraft met lijfstraffen. Geseling bijvoorbeeld.

Joshua is niet dom en doet zijn uiterste best. Het lukt hem steeds beter foutloos te reciteren. Vader heeft steeds minder reden om te straffen. Van lieverlee wordt Joshua elke dag gestraft, ook als hij geen fouten gemaakt heeft. Er is immers altijd wel een stok te vinden om de hond te slaan.

Dan gaat Joshua een weekje naar zijn moeder. Hij smeekt haar nooit meer terug te hoeven. Moeder luistert niet. Dat gaat zo jaren door.

Dan gaat Joshua met zijn vader op vakantie naar Somalie. Maar aan het eind van de vakantie gaat alleen vader terug naar Engeland. Joshua blijft bij een tante. Die stuurt hem elke dag over een lange zandweg naar een imam om verder te leren. Iedere keer als Joshua een fout maakt scheurt de imam een stukje van de huid van zijn hand af. Elke dag die lange weg van tante naar de imam waar hem die marteling te wachten staat.

Na een jaar komt vader Joshua ophalen uit Somalie. In engeland terug naar af. Dan, als Joshua 11 jaar is, komt moeder naar vader toe omdat ze gehoord heeft wat er met Joshua gebeurt. Als vader de deur opendoet duwt hij Joshua achter de deur zodat moeder Joshua niet kan zien. Nee Joshua is niet thuis, hij is op school (waar hij nog nooit geweest was). Wat moet Joshua doen? Hij wil weg bij zijn vader, maar kan hij zijn moeder vertrouwen? Als hij tevoorschijn springt en zijn moeder laat hem doodleuk toch bij zijn vader dan is Joshua zijn leven niet meer zeker.

Door een kier ziet Joshua zijn zusje en hij zwaait van achter de voordeur naar haar, en het zusje zwaait terug.

Als een tijgerin springt moeder tussen vader en de voordeur door en grist Joshua achter de voordeur vandaan. Hoe moet Joshua zich voelen? Gaat hij nu met mama mee? Vader loopt woedend weg, Joshua roept hem achterna. Vader zegt dat hij zijn zoon niet meer is.

Joshua gaat met moeder mee naar Nederland. Daar gaat hij voor het eerst naar de basisschool en is meteen de beste van de klas. Hij mag eindelijk leren!

Nu 10 jaar later komen de trauma’s weer boven. Slecht slapen. Veel angsten. Na een dag werken is Joshua vier dagen kotsmisselijk. Ik snap nu waarom ik zei: “Ik laat je niet vallen.” Hier sprak het universum in mijn hart, en ik ben blij dat ik het hoorde. Ik ben benieuwd wat er gebeuren gaat.

Trauma’s van deze orde kennen we gelukkig niet in Nederland. Dat betekent ook dat niemand van de mensen die Joshua in Nederland tot nu toe is tegengekomen iets begrijpt van zijn situatie, zijn trauma, zijn onvermogen tot werk. Gezondheidszorg niet, uitkerende instanties niet, van een werkgever kun je zoiets moeilijk verwachten. Ik ook niet. Als iemand van de lezers iets te bieden heeft, een inzicht of een referentie of wat dan ook, dan houden wij ons van harte aanbevolen. Vooralsnog neem ik de zorg voor Joshua op mij, als surrogaat vader. Namasté.

Oh ja, dit is hoe ik nieuwe economie zie: ik luister naar mijn hart, want daar spreekt het universum. Dan doe ik altijd de juiste dingen, ook economisch gezien.

De namen van Joshua, Lola en Robin zijn gefingeerd, de echte namen zijn bekend bij de auteur

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 101, sep 2022

Hoe financier je een festival zonder geld?

Joachim is een man naar mijn hart. Hij leeft de nieuwe econnomie: Tauschlogikfrei, en zelfs helemaal zonder geld. Ik ken hem van yunity, met als eenvoudig maar o zo raak motto: imagine sharing everything. Ik raakte betrokken bij yunity kort na haar conceptie ergens in Italië. Het motto was afkomstig van Rafaël, die toen ik aan kwam waaien al afgezwaaid was.

Maar even terug naar Joachim. Andere Leute rond yunity hadden Move Utopia georganiseerd, ook geheel zonder geld natuurlijk. Für eine Welt nach Bedürfnissen und Fähigkeiten (Louis Blanc!). Maar goed, een week lang met 1000 man op een verlaten militaire vliegbasis (Lärz), dan moet je toch wat geld spenderen. Ze deden het met 35.000 euro, ik geef het je te doen.

Maar goed, dat geld moest er natuurlijk wel komen. Nou had Joachim zelf geen geld, al jaren niet, maar hij heeft wel andere Fähigkeiten om de Bedürfnis van 35.000 euro te lenigen: hij kan dat organiseren. Dus Joachim roept op de laatste dag alle nog aanwezige festivalgangers naar een van de hangaars om dit punt voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen.

En dan gebeurt er iets. Ik ben geneigd te zeggen: iets vreemds. maar misschien vind jij het helemaal niet vreemd. Ik ben benieuwd wat jij er van vindt.

Dus stel je voor: je bent helemaal into de nieuwe wereld, delen ipv ruilen, zonder geld, en dan past zo’n fabelhaft festival als Move Utopia helemaal in jouw wereld. Dus vol elan draag je bij aan een spetterend festival met presentaties van allemaal gedurfde experimenten, we eten gered voedsel (dwz: uit de kliko-bak gevist, want nog prima eetbaar (1000 man hè!)) en natuurlijk muziek tot diep in de nacht. We konden dit prachtige terrein krijgen omdat het Fusion festival met 100.000 bezoekers niet doorging, dus het terrein was zo weids als onze idealen.

En dan komt Joachim, zonder geld, en vraagt beleefd of zij die wel geld hebben even willen dokken, ook voor degenen die geen geld hebben (en dat waren er best een hoop natuurlijk). En toen gebeurde er dit: wie denkt Joachim wel dat hij is? Zonder geld en bijdrage ons vertellen dat wij moeten dokken, hoe durft hij?

Mijn punt is: in die Welt nach Bedürfnissen und Fähigkeiten moet ieder doen wat hij / zij kan doen. als dat organiseren is dan is dat organiseren en als dat betalen is dan is dat betalen. In die zin zie ik geen wezenlijk verschil tussen organiseren en betalen, het zijn alletwee activiteiten die een bijdrage leveren aan onze nieuwe wereld.

Eind van het liedje: ik heb organisator Tobi beloofd een eventueel nadelig saldo aan te zuiveren. Uiteindelijk heeft mijn bedrijfje 1.500 euro bijgedragen, dat is 1,50 de man, dus waar praten we over?

Rafaël was er al vandoor voor hij dit kon meemaken, misschien had hij het voorvoeld.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 098, mei 2022