Deel en heers

This post was written by Jeroen van Beele

Dat was wel even schrikken. Wat groene producten zijn, dat weten we wel, daar hebben we ook keurmerken voor bijvoorbeeld. Maar trickle down? Wat is nou een trickle down-product of -dienst? Ik stond met een mond vol tanden afgelopen wakkeraanontmoeting.

trickle down

Ik heb daar voor mijzelf wel een beeld bij dacht ik, maar uitleggen aan anderen bleek onverwacht een uitdaging. Ik moest constateren dat mijn beeld niet meer is dan een vage intuitie. Dus dat is de vraag die ik meegenomen heb uit die laatste wakkeraanontmoeting: Wat is een trickle down-product? Ik zal hier proberen die vraag te beantwoorden.

Ik zie dat zo: we zijn met zo’n 7 miljard mensen op deze ene aarde en hoe delen we die boel? Eerst: we delen hem niet, we vérdelen hem, daar begint het al. Ik zou zeggen dat verdelen the root of all evil is. De ene helft van onze planeet is voor 8 mensen en de andere helft is voor nog eens 1% van de mensheid. En de rest? Die mag zich alleen vertonen als die er wat voor doet, ze moeten zich met hun arbeid inkopen zeg maar. Alsof die 99% van een andere planeet komt, als gastarbeiders. En als je geen prodcutiemiddelen bezit en ook niets te doen hebt eigenen wij ons bovendien het recht toe bijvoorbeeld tandeborstels te tellen om te achterhalen of je misschien niet teveel aalmoes onvangt.

Het is ook wel een beetje de olifant in de kamer. Marx merkte hem al op, maar heden ten dage is het nog steeds taboe om op nationale schaal over privaat eigenaarschap van prodcutiemiddelen te beginnen. Zo gaan de meeste economische theorieen er bijvoorbeeld van uit dat privaat eigenaarschap van prodcutiemiddelen de normaalste zaak van de wereld is. Hoewel dat toch een betrekkelijk modern instituut is, immers vroeger was de meent de norm, daar herinnert de term gemeente ons nog aan.

In dit verband wijs ik graag op de kruitocht van Henry Mentink, die met een kruiwagen vol aarde van Varik (aan de Waal) naar de UNESCO in Parijs loopt om onze aarde op de werelderfgoedlijst te zetten. Hij is al in het klein begonnen met de grond onder zijn veerhuis in Varik vrij te kopen. Want een meent of een Community Land Trust (CLT) doet precies dat: de aarde vrijkopen.

Dat vrijkopen is interessant: het ruilmiddel dat we gebruiken om onze productie te verdelen, gebruiken we ook om onze productiemíddelen, en dus ook onze aarde, te verdelen. Dus daar zit een opportuniteit: als ik iets koop, geld uitgeef, wordt dat geld dan gebruikt om arbeid te bekostigen, of gaat er een deel naar een grootgeldbezitter die voor de productie niets gedaan heeft? In dat laaste geval wordt gesproken van return on investment. Of, en dat is een derde mogelijkheid: wordt dat geld gebruikt om een stukje aarde vrij te kopen?

Wat betekent dit nou voor trickle down-producten? Eerst even terug naar af: wat wil ik eigenlijk? Wat is mijn ideaal? Een wereld waarin we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst, dat is wat ik wil. Zoals altijd: wat jij doet daar heb ik niks over te zeggen, maar over mijn eigen gedrag kan ik wel beslissen. In deze context: als ik wil zorgen voor ons, de planeet en de toekomst, dan is het handig als ik ook beslissingsbevoegdheid heb. Anders gezegd: ik wil voor mezelf, of beter: voor ons werken, ipv voor een ander.

Want even over eigendom: in onze cultuur (gecodificeerd in onze wetgeving) betekent eigendom dat je daarover beslissen mag. Let op: dat is een questie van bewustzijn, in beschaafdere culturen betekent eigendom dat je er voor zorgt, dat je een verwantwoordelijkheid hebt. Dat doen we in Nederland ook: je mag bijvoorbeeld wel eigenaar zijn van een monument, maar dan heb je wel de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen. En zo zijn er veel meer voorbeelden. En ook veel voorbeelden van waar zo’n verantwoordelijkheid ontbreekt.

En dan wordt het dus een questie van bewustzijn. In ons land zijn er te weinig restricties om die zorg af te dwingen bij eigenaren. Of het nu een grootgeldbezitter of een meent is, zolang hij of zij eigenaar is of zijn, kunnen we die zorg niet afdwingen – los van het feit dat ik liever inspireer dan afdwing.

En ook: ik wil helemaal geen revolutie, ik wil gewoon zorgen voor ons, de planeet en de toekomst. Als jij grootgeldbezitter bent en met jouw geld precies dat doet, dan ben ik helemaal tevreden. Maar als jij dat niet doet en mij ook niet de gelegenheid geeft om bij te sturen, dan wil ik niet dat mijn arbeid of geld nog langer naar jou toe gaat.

Ok, dus hoe gaan we dat nou doen met die trickle down-producten? Dit is mijn idee:

Het gaat er om dat we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst.
Als dat niet zomaar lukt dan zorgen we dat we beslissingsbevoegdheid krijgen.
En als ook dat niet lukt dan zorgen we dat we eigendomsrechten krijgen.

Een app zou dat kunnen ondersteunen:
Allereerst voeren we in de app alle belangen in, hoe kunnen we zorgen voor ons, de planeet en de toekomst?
Dan scan ik bij de super met mijn app de barcode van een product en dan kan ik zien hoe goed die belangen worden meegewogen.
Tenslotte, als er geen zorgzame producten te vinden zijn, dan gaan we die zelf maken mbv een fonds dat investeert in productie van zorgzame producten.

Dit zijn drie stappen die ieder hun eigen uitdaging kennen.

Uitdaging 1:
Alle belangen? Conficteren die niet, en hoe krijg je ze boven water? En dat op een operationele manier?

Uitdaging 2:
Scannen kan ik nog wel, maar dan al die informatie koppelen en onderhouden. Stel ik koop een pak koffie van het huismerk. Waar gaat mijn geld dan naartoe? Naar de cassiere, naar de vakkenvuller, naar vrachtwagenchauffeur, en ook naar de aandeelhouders. Kan ik dat per product uitvogelen? Of nemen we gewoon het jaarverslag en berekenen daar percentages uit? En dan, als ik uit het rek een stuk zeep van unilever pak? Dan gaat er een stuk naar de super en een inkoopstuk naar unilever. Die percentages zijn voor unilever en de super verschillend, dus nou moet ik de verdeling tussen die twee weten. En oh ja, die vrachtwagenchauffeur was ook ingehuurd, en dat is een bv, zijn die cijfers openbaar?

Uitdaging 3:
En tenslotte ondernemen in de zorgzame / duurzame markt, dat is weer een uitdaging op zich. Zo’n app is ook een mooi marketinginstrument natuurlijk. Je laat je markt vertellen wat ze willen en dan laat je ze daar ook in investeren. Gegarandeerde afzet! Zo maken we van markten meenten.

Eigenlijk is het een soort bewijstzijnsapp: hoeveel belangen worden er meegenomen in de besluitvorming? Fair trade en eerlijke prijzen zijn dan een automatisch gevolg.

Misschien toch nog even een voorstel voor een definitie: een trickle down-product of -dienst is een product of -dienst waarvan de return on investment ten goede komt aan ons, de planeet en de toekomst. En misschien is zorgzaam, als alternatief voor de term duurzaam, een betere term dan tricle down.

Tenslotte: Als je bijdrage van een markt een meent maakt geeft dat nog geen garantie, maar wel een betere uitgangspositie. Ik verwacht dat de app je eerder zal verwijzen naar een CLT, een cooperatie of een meent, dan naar Burger King.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 094, jan 2022

Facebooktwitterlinkedinmail

Sunday 9 January 2022


Delen in Brazilie

This post was written by Jeroen van Beele

Eduardo had heel wat gebackpackt en daarmee veel ervaring opgedaan over wat een hostel leuk maakt of juist niet. Hij heeft het weten samen te vatten in de naam van zijn eigen hostel: local friend. En dat is ook helemaal waar: niets is leuker dan onderdak vinden bij een lokale vriend. Petje af voor zijn enorme aanpassingsvermogen, iedere keer weer nieuwe mensen met weer nieuwe wensen.

Local friend betekende ook dat ik soms boodschappen deed en kookte voor de gasten (en mijzelf natuurlijk), net wanneer het uitkwam. En Eduardo at mee en het was gezellig. Het woord delen hebben we niet gebruikt, maar het was wel wat we deden. Eduardo was helemaal in sync met zijn missie.

Op een keer kwamen er wat bouwvakkers logeren. By the way, dat is een goed teken, als locals dit hostel verkiezen boven anderen, nou dan zal het wel snor zitten. Ze lieten foto’s zien. Het was feestelijk gezellig om samen die foto’s te bekijken. In geuren en kleuren schilderden ze het verhaal dat de foto’s vertelden:

De mannen woonden in een favella van Rio de Janeiro. Het leven is daar wat anders dan wij hier gewend zijn, en ik kan alleen maar respectvol observeren. Ik neem aan dat een goede maaltijd daar niet altijd voor iedereen is weggelegd. Dus hoe delen die Brazilianen dan hun rijkdom?

Eigenljk heel simpel: als er uit de vleesfabriek een vrachtwagen komt rijden houd je met een groepje gelijkgezinden de chauffeur aan en dirigeert hem naar je favella. Aldaar aangekomen wordt de wagen op straat uitgeladen en kan de hele buurt een maaltje komen halen. Als iedereen voorzien is mag de chauffeur weer vertrekken. Wat kan het leven toch simpel zijn.

Ik denk met warme herinneringen terug aan die ontmoeting. Het zijn gewoon hardwerkende bouwvakkers, die ten behoeve van hun gemeenschap wat extra belasting ophalen, naar behoefte. Niks geniepig, gewoon in het openbaar.

Eduardo heeft mij ook geinspireerd om een muurschildering achter te laten. Daar wil ik graag mee eindigen:

Helemaal onderaan zie je de tralies van een gevangenis, dat verbeeldt hoe velen ons huidige geldsysteem ervaren. Ik geloof dat zich uit dat geldsysteem momenteel een nieuw systeem aan het ontwikkelen is. Dat nieuwe systeem onstaat doordat het huidige systeem decomponeert in twee systemen.

Een eerste laag faciliteert de coordinatie van onze samenwerking, verbeeldt door de vlinders. En een tweede laag kanaliseert ons vertrouwen, verbeeldt door de hartjes.

Ik realiseer mij dat ik al eens beloofd had die decompositie uit de doeken te doen, maar dat ik dat tot nu toe nog niet gedaan heb. Bij deze:

Eerst en vooral, ik herhaal het nog maar eens: systemen gaan onze economie niet veranderen, ons bewustzijn wel, door middel van ons gedrag. En dan hebben we wel nieuwe systemen nodig, vandaar.

Los van ons bewustzijn, wat heb je eigenlijk nodig om een economie te laten draaien? Dan komt het raamwerk dat ik al eens presenteerde van pas: in een economie dienen twee vragen beantwoord te worden:
1. wie doet wat?
2. wie neemt (of krijgt) wat?

En beide vragen hebben twee aspecten: een coordinatieaspect en een besturingsaspect:
1. wie doet wat: wie kan wat doen, en: wie beslist daarover?
2. wie neemt (of krijgt) wat: wie kan wat nemen of krijgen, en: wie beslist daarover?

Het eerste aspect is een puzzel, een coordinatievraagstuk. Het tweede aspect is van een geheel andere orde, dat gaat over vertrouwen, welke beslissing durf ik jou te laten nemen?

In onze huidige economie realiseren we beide functies mbv geld. Namelijk: als ik de prijs van iets weet kan ik besluiten om iets te kopen of niet, dat is een coordinatiebeslissing. En als jij iets van mij koopt dan vertrouw ik jou niet maar de ruilwaarde van het geld dat je me geeft.

Mijn stelling is dat als ons bewustzijn groter wordt, dus als we meer rekening gaan houden met elkaar, ja, dan kunnen we elkaar ook meer vertrouwen. En als we elkaar meer vertrouwen dan hoeven we niet meer alles uit te ruilen. Op die manier houden we dan meer rekening met elkaar, we coordineren meer. De informatie die geld ons verschaft, nl alleen maar de ruilwaarde, is dan volstrekt ontoereikend. Nu al zie je allerlei aanvullingen aan die informatie mbv allerlei keurmerken. En tenslotte de besturing, we zien nu toch echt een beweging richting cooperaties, meenten (commmons) en timebanks, dat zijn allemaal vormen van integrale besturing waar de stakeholder het voor het zeggen heeft, niet de shareholder.

Dan kunnen we nu de overval van bouwvakkers op de vleesvrachtwagen beter begrijpen: dat was een daad van coordinatie binnen een ontoereikende besluitvorming. Ze hielden zich wel aan het adagium van Louis Blanc: ze deden wat ze konden en namen wat ze nodig hadden. Dat deze daad schijnbaar gedoogd wordt is wat mij betreft een prelude van integrale besluitvorming. En wie vindt dat hier sprake is van regelrechte diefstal moet misschien eens kijken naar een regel van zo’n 6000 jaar oud: in het oude Israel mocht je nemen van het land wat je voor dat moment nodig had, ook als dat land niet van jou was, maar niet meer dan dat.

Kortom, zowel onze informatievoorziening als onze besluitvorming zijn ontoereikend voor ons nieuwe bewustzijn.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 093, dec 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 25 December 2021


Graadmeter voor extractiewaarde

This post was written by Jeroen van Beele

Het gaat goed met de economie. Maar niet met de salarissen. Dat is een normaal verschijnsel volgens het CBS. Dat geloof ik graag, maar is dat eigenlijk wel zo normaal? De beurzen schieten omhoog, maar Jan met de Pet krijgt daar letterlijk niets van mee. Wat betekent die beurs dan eigenlijk?

Waar je naar kunt kijken is de waarde van alle aandelen verhandeld op de beurs. Dat is ongeveer aequivalent met kijken naar een beursindex als de AEX of de Dow-Jones. Wat zegt zo’n getal? Het is de som van de waarde der bezittingen van de haves (in tegenstelling tot de have-nots). Het is uiteindelijk een ruilwaarde (Marx maakte een onderscheid tussen ruilwaarde en gebruikswarde).

Ik beweer dat de waarde van de beurs een graadmeter is voor het extractievermogen van de haves, de extractiewaarde. Die waarde van de beurs is vooral ook een verwachtingswaarde. Hoeveel verwacht ik dat mijn aandeel in de toekomst nog waard is? Dat is de prijs die ik er voor hebben wil en als de koper dat ook gelooft betaald hij dat. En de toekomstige waarde van een aandeel is het dividend dat we verwachten te ontvangen. En dat dividend? Dat is wat het bedrijf heeft weten te veroveren op de kopers van haar producten met allerlei proto-monopolistische trucs als patenten en zo. Hoe meer je kunt veroveren, hoe meer je kunt extraheren, hoe groter je beurswaarde. Je beurswaarde is dus een maat voor je extractiewaarde.

Dan moet Jan met de Pet natuurlijk wel zo dom zijn om hem dat te laten gebeuren. En hier zit hem de crux, zolang Jan zich niet bewust is van zijn eigen koopverslaving én dat hij met iedere koop de haves spekt zal dit eeuwig doorgaan. Maar wat nu als Jan eens gaat nadenken? Gandhi had daar een strategie voor: non-violent non-cooperation. Hoe kan die non-violent non-cooperation er in deze context uitzien?

Hier heb ik het al eens gehad over trickle-down en trickle-up nav Piketty. Anders gezegd: de beurs is een graadmeter voor je trickle up-vermogen. En dat klopt dan weer: als de beurs omhoog gaat blijven de salarissen achter. Mijn stelling is dat non-violent non-cooperation er uit kan zien als trickle-down: Jan kan dingen kopen waar hij aan verdient ipv zijn baas, Jan koopt alleen nog trickle-down producten.

Hoe kunnen we Jan helpen down te trickelen? Ik denk aan twee stappen: ten eerste moeten er natuurlijk wel trickle-down-producten te koop zijn. En ten tweede moet Jan dat weten. Een trickle-down-app! In Beeldbellen heb ik al verteld dat we met wakkeraan begonnen zijn de freedom shares uit Ruilen is huilen, delen is spelen te implementeren. Een belangrijk deel van onze gesprekken gaat over hoe we ons duurzaam kunnen gedragen, daarin inspireren we elkaar en geven elkaar tips. Zo heb ik onlangs besloten structureel het WNF te sponsoren om aldus mijn BMW-CO2-uitstoot te compenseren. Maar nu? Duurzaam was in onze gesprekken tot nu toe vooral groen. Maar duurzaam is ook trickle down, dat heb ik dus maar op de agenda gezet van de volgende bijeenkomst. Mijn inschatting is dat trickle-down een tandje ingewikkelder is dan groen. Ik wil beginnen bij Follow the Money en Federated Bookkeeping. I’ll keep you posted.

Let op: als Jan dingen koopt waar wij met zijn allen aan verdienen ipv alleen onze bazen dan zijn we al een aardig eind op weg naar het zzp-schap, maar daar kom ik misschien een andere keer op terug.

Begrijp me goed, veel van de haves die we op de beurs tegenkomen zijn pensioenfondsen, zij vertegenwoordigen het pensioen van vele have-nots. Dus via een omweg zijn die have-nots toch weer vertegenwoordigd.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 092, nov 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Friday 26 November 2021


BeeldBellen

This post was written by Jeroen van Beele

Er is wel iets veranderd door de lockdown. Het idee van de freedom shares dat ik beschreef in ruilen is huilen,delen is spelen is ondertussen geadopteerd door wakkeraan en tussen de eerste en tweede lockdown zijn we met een klein wakkeraan-clubje begonnen met delen, met fysieke bijeenkomsten. Wij zijn overigens niet de enige, zo is er ook collectief kapitaal, maar daarover misschien een andere keer. In de tweede lockdown hebben we onze bijeenomsten online voortgezet. En weet je, het is wel handig eigenlijk, we wonen niet heel ver bij elkaar vandaan, maar toch wel verspreid over verschillende provincies. En alles wat zo’n fysieke bijeenkomst extra brengt is dat je elkaar kunt aankijken. Nou, dat kan dus ook via zoom. Dus nu dat we weer uit de lockdown zijn doen we onze maandelijkse freedom share meeting nog steeds online.

Maar het gaat wel anders dan voor de lockdown. Want wat deden sommige van mijn collegae voor de lockdown als we gingen beeldbellen? Juist: ze zetten de camera uit! Dan kunnen ze gewoon in hun blote reet verder werken (denk ik dan – what’s on a man’s mind?)! Maar nu vind ik het wel prettig als mensen de camera aanzetten, dan heb ik een beeld bij wat ze zeggen. Mensen vragen er nu ook om als mijn camera uitstaat.

Beeldbellen kon technologisch al in de 80’s. De eerste hit op ‘chriet titulaer beeldbellen’ in startpage levert het volgende fragment: Chriet Titulaer meldt daar vol enthousiasme dat beeldbellen binnen enkele jaren ingevoerd zal worden. Hij zei dat in 1983.

Toch heeft het bijna vier decaden geduurd voordat beeldbellen enigszins gemeengoed werd. Waarom duurde dat zo lang? Ik vind dat mateloos intrigerend. Mijn idee is dat beeldbellen best aardig is, maar als ik voorheen iemand wilde zien spraken we met elkaar af. Dat laatste kon even niet in de lockdown dus gingen we voor dat doel technologie gebruiken die er toch al was.

Mijn analyse is dus: ten eerste was er niet echt een behoefte. Pas tijdens de lockdown is die behoefte ontstaan, net zoals de behoefte om thuis te werken een versnelling heeft doorgemaakt. Ten tweede had er in de 80’s een hele nieuwe infrastructuur voor aangelegd moeten worden. Samen voldoende om het enthousiasme van Chriet te logenstraffen. Het meest interessante aan deze ontwikkeling vind ik dat met de komst van digitalisering en internet er opeens een substraat was waarop de beeldtelefoon without further ado kon worden uitgerold. Dat substraat had een heel andere business case (plain old communication, maar dan met de snelheid van het licht), beeldbellen hebben we er als een soort bonus bij gekregen.

Wat heeft dit met nieuwe economie te maken? Ik denk dit: mijn schatting is dat de tooling voor de nieuwe economie eenzelfde ontwikkelpad zal volgen. Anders gezegd geloof ik niet zo in dedicated infrastructuren voor de nieuwe economie, ik denk dat we iets gaan maken dat directer aansluit op onze behoeften, waar dan vervolgens als vanzelf onze nieuwe economie op kan aanhaken. En dan misschien een of andere crisis die dat dan in een stroomversnelling brengt.

Nu wordt het tijd om een beeld te krijgen van die nieuwe economie en ihb haar tooling. Ik geloof dat we in de nieuwe economie vooral gaan zorgen voor ons, de planaat en de toekomst. Dat we dat vooral doen door met elkaar te delen: onze resources, arbeid, doelen, kennis en planning. Dan wordt ons economisch proces een proces waarin we elkaar stimuleren om ons bewustzijn te ontwikkelen: wat heb ik eigenlijk nodig (en waar kan ik zonder) en wat kan ik bijdragen aan onze gezamelijke dromen? Dat proces wordt dus gekenmerkt door een informatie-, maar vooral ook door een sociaal aspect.

Wat voor tooling kunnen we voor dat deelgedrag gebruiken? Hier raak ik het spoor een beetje bijster. Als ik mij bij mijn leest houd (ik werk voornamelijk met data) dan denk ik dat we onze data gaan delen. Maar als ik luister naar Alec (zie vorige column) dan zou het nog wel eens heel anders kunnen gaan, intunen op de resonantie. En ach, misschien ligt het antwoord wel in het midden, naar analogie van Edison: 1% resonantie en 99% informatie. Ik blijf dus even bij mijn idee van data delen.

Van die tooling zijn al vele voorbeelden te vinden. Er zijn websites om je spullen te delen, je geld te delen en je arbeid te delen. Het www was in eerste instantie bedoeld om kennis te delen en doelen delen kan ook al zo’n beetje. Planning delen is mijn inziens de kern van deze excercitie en daar wordt ook aan gewerkt, ik houd een lijstje bij op mijn homepage.

Mijn vraag is dus: wat voor technologie gaat de hele wereld veroveren en in haar kielzog wereldwijd delen en samenwerken faciliteren? Beter geformuleerd: welke wereldwijd ervaren behoefte gaat vervuld worden en en passant de nieuwe economie mogelijk maken? Mind you: als we onze wereld als een meent gaan beheren dan hebben we daar ook een besturingsmechanisme voor nodig, een soort nieuw leiderschap (maar dan anders als onze huidige voorbeelden), ook digitaal. Momenteel zijn er initiatieven om big tech te decentraliseren en censuur te omzeilen, wie weet zit daar wat.

En die crisis? Ach we spelen nu een winner takes all game. Het aantal mensen dat gezamelijk de helft van de wereld bezit vertoont een continu dalende lijn, het zijn er nu acht geloof ik. Dat is vragen om crises. En in tijden van crisis gaan mensen met elkaar delen (in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt). Als die tooling er dan al is dan kan het snel gaan.

Ondertussen blijf ik bij mijn oude adagium: zodra er een kritische massa van voldoende bewustzijn is, is er geen houden meer aan. En daar kan een crisis ook weer bij helpen.

En weet je wat zo handig is aan beeldbellen? Gelukkig is het niet gek als ik zo nu en dan even op mute ga, ik heb nog nooit tijdens een vergadering zo lekker een vette scheet gelaten.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 091, okt 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Friday 22 October 2021


De chemie van de nieuwe economie – Interview met Alec Boswijk

This post was written by Jeroen van Beele

Hoe ben je gekomen waar je nu bent? En waar ben je eigenlijk?

Alec vertelt een heel verhaal over burn-out en zoeken naar antwoorden. Die antwoorden moeten voor hem vooral kloppen, logisch zijn. En dat is een hele zoektocht gebleken, maar een zoektocht die het waard was, het resultaat mag er zijn: de alchemist, aan de Overtoom te Amsterdam.

Tien jaar na zijn burn-out was de alchemist een logische stap. En wie denkt dat dat de afsluiting was van een periode van bezinning, ja dat was het ook, maar het bleek ook de start van een nieuwe periode van ontwikkeling. Laten we daar beginnen.

De alchemist is vooral een experiment. Alec wilde de nieuwe economie gestalte geven. Alec zag een community voor zich en de alchemist zou het centrum worden van die nieuwe economie, gewoon waar wegbereiders van die nieuwe economie elkaar kunnen ontmoeten, inspireren, etc, je kent dat wel. Maar ja, een bord voor de ramen met nieuwe economie-community of iets dergelijks, Alec was voldoende ondernemer om te snappen dat dat niet zou werken. Alec begon met een restaurant annex winkel. Tijdens zijn zoektocht na zijn burn-out was hij natuurlijk ook heel erg bezig geweest met heel worden, en dus ook met eten. Koken is een van zijn passies, dus het restaurant lag voor de hand. Maar dan wel een helend restaurant. Raw vegan dus.

De alchemist is gebaseerd op de antwoorden die Alec in zijn zoektocht gevonden had: hij ging de visie verkopen die hij gevonden had, leven vanuit zijn kern: duurzaamheid, gezondheid, vitale omgeving en bewustzijn. En die hangen natuurlijk allemaal samen met elkaar. Dus een winkel en een restaurant samen is dan heel logisch. Voor de gemeente Amsterdam was dat aanvankelijk minder logisch omdat winkels en restaurants duidelijk verschillende bedrijvigheden zijn. Maar bewondering voor de ambtenaren die verder wilden kijken dan gebaande wegen is hier op zijn plaats, het restaurant werd door de wethouder geopend op koninginnedag 2010.

Een verbazende ervaring was dat het met ondernemers die schijnbaar op hetzelfde pad zaten als Alec (holistisch, duurzaam, werken vanuit overvloed) totnutoe nooit tot samenwerking is gekomen, het bleven tenslotte ook concurrenten. Niets menselijks is ons vreemd, ook in de nieuwe economie niet.

Twee jaar geleden brak de coronapleuris uit en dat kwam heel goed uit. Het restaurant had voor een goede start gezorgd maar slurpte de laatste tijd teveel van de focus op van waar het eigenlijk om zou moeten gaan. De winkel kreeg nu meer aandacht en draait nu beter dan ooit tevoren. Mijn manifest kun je er ook kopen!

Dat de alchemist en Alec op natuurlijke wijze bij elkaar horen uit zich ook daarin dat de ontwikkeling van het bedrijf en Alec parallel lopen. De visie die Alec had ontwikkeld was een enorme steun. Steeds stelde zijn visie hem in staat allelei gebeurtenissen een plaats te geven en er zo constructief mee om te gaan. Enkele van de lessen die Alec geleerd heeft wil ik graag met jullie delen.

Leren is helemaal niet nodig, verbinden is de kunst. Verbindt je met je diepste ik en werk van daaruit. Een essentieel deel van de ontwikkeling van Alec was het schonen van de kanalen die toegang geven tot zijn diepste ik.

Bewustzijn is ook niet nodig, alleen resonantie. Deze is interessant voor mij, want mijn manifest is gebaseerd op de gedachte dat onze nieuwe economie zal ontstaan vanuit onze bewustzijnsontwikkeling. Met resonantie bedoelt Alec aanvoelen wat past. Niet wat past bij je ego, maar wat past bij je zelf. Dat laatste is dan wel weer de bewustzijnsontwikkeling waar mijn manifest over gaat, zo klopt alles gelukkig weer.

In de nieuwe economie is het tenslotte ook niet nodig om te formuleren wat je nodig hebt. Werk met wat er is, in die overvloed zul je vinden wat je nodig hebt.

En dan de paradigmashift in een zin: what you give is what you get. Dat is nog eens wat anders dan: voor wat hoort wat.

Als je meer in balans bent gaan de dingen meer stromen. Geef wat een ander nodig heeft. En wil je dan iets terugkrijgen? Transparantie en informatie is nodig, meer niet. Onze overvloed is het antwoord.

Oh ja, voor ons in de geefeconomie is dit wel een valkuil: ontvangen is van belang anders kom je in een burn-out.

En tenslotte: ook voor Alec geldt: zonder geluk vaart niemand wel. In de beginjaren was het sappelen en dan is een verhuurder die oog heeft voor de duurzame ambities van Alec gewoon een redding. Anderzijds: het pand was geheel duurzaam gerenoveerd en juist daar was Alec op afgekomen, misschien toch iets meer wijsheid dan geluk?

Als je wat meer wilt weten over Alec en de alchemist garden

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 090, sep 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Thursday 23 September 2021


Gouden tijden voor cryptocurrencies

This post was written by Jeroen van Beele

Geld uitgeven aan theater en dineren ging afgelopen tijd niet, dus wat doe je dan met je geld? Een aantal mensen heeft gehandeld in cryptocurrencies. U weet dat misschien wel, van die digitale munten waar je geen bank voor nodig hebt. Aldus kunnen we ons bevrijden van die banken en een nieuwe, betere economie maken.

Ik kom in het circuit van wereldverbeteraars ook mensen tegen die zich hardop afvragen of die cryptocurrencies nu wel tot een nieuwe econmomie gaan leiden, want er zijn ook mensen die speculeren met die cryptomunten, en dat is toch juist wat je niet wilt?

Ik hoop mbv het raamwerk dat ik heb gepresenteert eenvoudig de twijfelende wereldverbeteraars van afdoende argumentatie te voorzien. Maar laat ik eerst even kort schetsen waar we het over hebben. Er zijn al veel varianten van cryptocurrencies en die ga ik hier niet allemaal behandelen. Ik denk dat wikipedia een aardige introductie geeft (nederlands of engels). Ik wil hier alleen die eigenschappen noemen die kenmerkend zijn, voor de meeste cryptocurrencies gelden en die van belang zijn voor de werking ervan.

Je kunt cryptocurrencies gebruiken als met internetbankieren. Dus je kunt een rekening hebben en op die rekening staan dan cryptocurrencies en daar kun je dingen mee kopen. Er is geen centrale bank die die cryptocurrencies uitgeeft of beheert, wel is er een boekhouding die gezamelijk beheerd wordt. Er valt veel meer over te zeggen, zoals: bitcoin was de eerste in zijn huidige soort, of: zo’n boekhouding wordt bijgehouden in een blockchain. Zie de wikipedia-lemmata.

Maar waarom denken sommige mensen nou dat je hier een nieuwe economie mee kunt maken en waarom zijn sommigen daar niet van overtuigd en waarom is het zo moeilijk om een sluitende argumentatie voor het een of het ander te vinden?

Goed, dan ga ik nu dus naar mijn raamwerk. Zoals altijd kijk ik vanuit de dimensie van bewustzijn en vraag mij af in hoeverre cryptocurrencies een bijdrage kunnen leveren aan de zorg voor ons, de planeet en de toekomst.

Eerst de eerste vraag. Cryptocurrencies worden niet door banken uitgegeven. Dat is het belangrijke argument van de mensen die een gouden toekomst met cryptocurrencies voorzien. Wat is daar zo belangrijk aan? Zoals ik het begrijp wantrouwen deze mensen banken ten diepste en alles wat zonder bank kan moet dan beter zijn. Er zijn trouwens de laatste tijd meer initiatieven die uitgaan van de onbetrouwbaarheid van commerciele banken, zo zijn er mensen die kijken naar de oprichting van een staatsbank.

Deze mensen gaan er vanuit dat er iets fout is met banken. Mijn perceptie is dat mensen banken (en geld!) helemaal niet begrijpen terwijl ze zich er wel afhankelijk van voelen. In een onbewaakt ogenblik denk ik dan: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten, dat is ook een stukje bewustzijn. Overigens: staven goud opslaan aan het westeinde in amsterdam vind ik vele malen begrijpelijker dan het getover met mysterieuze wiskundige algotithmen. Dat die blockchainees trouwens ook niets begrijpen van de wiskunde achter de blockchain is snel vastgesteld: en masse hebben ze het over diepe wiskunde terwijl de blockchainalgorithmen zich op basisschoolniveau bevinden, blijkbaar heeft geen van hen de moeite genomen zich daarin te verdiepen.

De tweede vraag. Bitcoins zijn vooral in het nieuws als het gaat om haar speculatieve waarde. Wereldverbeteraars moeten daar niets van hebben. Maar je kunt zo’n beetje met alles speculeren, dat is niet specifiek voor de bitcoin. Dan kom ik toch weer terug op mijn raamwerk. Het woord speculeren zegt het al, het is namelijk een werkwoord, het is niet iets intrinsieks van de bitcoin, maar het is het gedrag van haar eigenaar / gebruiker.

Dan kom ik op mijn eigen bezwaar. Ik heb niets tegen bitcoins, alleen: wat moet ik er mee? Ik kan er mee ruilen en meer niet. Ten eerste: ruilen kon ik al met euro’s dus cryptocurrencies brengen hier ten diepste geen nieuwe functionaliteit en ten tweede: ik wil helemaal niet meer ruilen, ik wil delen en daar helpt de bitcoin mij niet bij. Dat cryptocurrencies buiten banken om bestaan is vanuit dit deelperspectief irrelevant.

Ik hoop hiermede tevens de derde vraag beantwoord te hebben: zonder helder beeld van waar je naar toe wilt of op zoek bent wordt het heel moeilijk om de juiste argumenten te vinden. Dat bewustzijn (voor mij) de sleutel is, was ook voor mij lange tijd verborgen, maar nu helpt het mij dit soort situaties te doorzien.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 087, jun 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Tuesday 22 June 2021


Harry Potter redt de wereld

This post was written by Jeroen van Beele

Door middel van hekserij en tovenarij. Dat is waar ik aan denk bij de Harry Potter Alliance. Ik verzin het niet, het bestaat echt: thehpalliance.org. Ik knipperde wel even met mijn ogen toen ik ze voor het eerst tegenkwam. Ze denken toch niet serieus de wereld te redden met een toverstaf? Eerst maar even, wat doen die jongens en meisjes dan? Ik copieer van hun website:

The HP Alliance turns fans into heroes. We use the power of story and popular culture to make activism accessible and sustainable. Through experiential training and real life campaigns, we develop compassionate, skillful leaders who learn to approach our world’s problems with joy, creativity, and commitment to equity.

Denk daar eens goed over na. Je hebt mensen die zich laten inspireren door jihadfilmpjes en je hebt mensen die zich laten inspireren door succesverhalen. En dan zijn er de fans van Harry Potter. Anderzijds, één religie kan goed zijn voor een waaier aan inspiraties, tot en met verlichting aan toe. Ik vind dit een intrigerend fenomeen. Ik begin steeds meer te geloven in mijn adagium dat bewustzijn de manifestatie bepaalt. Het ligt helemaal niet aan de religie, maar aan de beoefenaar, de geïnspireerde, meer precies aan zijn bewustzijn.

Zelf denk ik dat de kracht van wereldreligies is dat ze voor iedere bewustzijnsniveau iets te bieden hebben. Ben je jong, ambitieus en wil je je ego uitlaten, dan zijn er de kruistochten. Ben je opzoek naar jezelf? dan zijn er de kloosters. Wil je op een eenvoudige manier van je schuldgevoel af? Dan zijn er aflaten.

Harry Potter is niet zo breed geoutilleerd, maar klaarblijkelijk spreekt hij voldoende mensen aan om op jaarbasis enkele tonnen aan donaties te genereren. Even een gewetensvraag: wat inspireert Harry Potter in jou? Zie je een strijd tussen goed en kwaad? En wil je dan tbv die strijd de wapens opnemen? Welke andere mogelijkheden heb je eigenlijk in een strijd?

Als ik dan nu kijk naar de missie van de HP Alliance dan ben ik zeer verheugd te zien dat zij de beste van alle mogelijke inspiraties hebben opgepikt, eentje waarvan ik zelf nog niet gedroomd had: activisme voor een betere wereld vanuit vreugde.

Nou is dit fenomeen niet nieuw. Na de dood van christus is er een hele beweging op gang gekomen van christengemeenschappen. En wat te denken van de bellamisten? Tot voor kort hadden ze een eigen website (bellamy.nl) maar die is ondertussen ter ziele.

Waarom gaat zo’n website terziele? Naar aanleiding van mijn vorige column schreef een vriend mij: waarom zie ik zo’n beetje niks van die invloed (van de club van Rome, Brundlandt, enz.)? Ik heb hem geantwoord dat het mijns inziens een kwestie van krtische massa is. Ik geloof dat de massa steeds groter wordt, maar kritisch is hij blijkbaar nog niet. Die kritische massa zie je ook terug in de gap die marketeers ervaren tussen de early adopters en de early majority van Rogers, denk ik.

Die gap geldt voor iPhones, maar ook voor de sexuele revolutie en het communisme. Als samenleving zijn we nog niet voorbij die gap. Dat geldt ook voor de nieuwe economie. Er is veel meer geld in de zak van Rowling terechtgekomen dan bij de Harry Potter Alliance. Misschien is die verhouding een aardige indicatie van hoever we verwijderd zijn van die nieuwe economie.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 086, mei 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 22 May 2021


Waarom is Kate Raworth (wel) succesvol?

This post was written by Jeroen van Beele

Het gebeurt! Amsterdam heeft de doughnuteconomie omhelst. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? Eerst maar even: wat is die doughnuteconomie en wat doet Amsterdam daarmee?

Door DoughnutEconomics – Own work, CC BY-SA 4.0

De doughnuteconomie is allereerst de titel van een boek geschreven door Kate Raworth. Dus ik denk: ik kijk even. Hmm, ja, dat dacht ik. Ik kan het boek kopen, even kijken is er niet bij. Dan begint er bij mij toch iets te schuren. Mijn simpele overtuiging is dat de nieuwe economie er een is waarin we met elkaar delen, heeft Raworth dat dan niet begrepen? Voor de goede orde: mijn boekje over onze nieuwe economie kun je gratis downloaden, een hardcopy moet je betalen omdat de drukker zijn werk nog niet gratis doet (gelukkig maar, stel je voor dat iedereen zomaar gratis drukwerk zou kunnen bestellen).

Niet getreurd, het boek is een uitwerking van een rapport dat ze vijf jaar eerder schreef voor Oxfam-Novib en dat rapport kun je wel downloaden. Wat Raworth in ieder geval overduidelijk heel goed doet is de boodschap kort en bondig samenvatten in een 9-tal video’s van anderhalve minuut. Iik herhaal hier even haar seven ways to think like a 21st century economist:

  • geen groei maar bloei
  • economie staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een dynamisch systeem
  • homo economicus bestaat helemaal niet, wij zijn sociale wezens
  • het evenwichtsdenken staat te ver af van de werkelijkheid om zinnig te zijn, dynamische systemen verklaren beter
  • trickle down is ook een illusie, laten we eigendom verdelen
  • circulaire economie
  • geen groei maar bloei (zelfde statement als de eerste way, maar nu in andere bewoordingen)

En dan Amsterdam. Sinds kort heeft Amsterdam een donutcoalitie met als aansprekende partners de Hogeschool van Amsterdam, de Amsterdam Economic Board en Pakhuis de Zwijger. Ik pluk hun doel van hun hun website: Een regio die iedereen een eerlijke sociale basis biedt, binnen veilige ecologische grenzen. Amsterdam heeft dat ‘doughnut economics-doel’ omarmd en de coalitie werkt samen om het voor elkaar te krijgen.

Dan kom ik nu terug bij mijn vraag: hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? De eerste vraag die bij mij opkomt is: wat is hier nou nieuw aan? Hadden velen voor Raworth niet hetzelfde al gezegd, zoals de Club van Rome in 1972 en de Brundlandt-commissie in 1987? Raworth zelf geeft het volgende antwoord: ze brengt in een samenhangend raamwerk twee tot dan toe gescheiden perspectieven samen, de perspectieven van planetaire en sociale grenzen (de doughnut is het gebied tussen die twee grenzen).

Mijn eerste vraag kenschetst mijn verbazing. Mijns inziens zegt ze dat we de sustainable development goals moeten halen met inachtneming van de grenzen van de aarde. Kort door de bocht denk ik dat dat een herhaling van zetten is, van reeds vaak gedane zetten. En: daarmee zegt ze wát we willen, niet hóe we dat kunnen doen. In die zin is het een (bijna) lege huls. Ik zeg bijna wat ze komt wel met welvaartsherverdeling (marxistisch!) en de circulaire economie.

Ik denk dat er verschillende redenen aan te wijzen zijn die allen samenwerkten aan dit succes. Iedereen is het zo langzamerhand wel eens over wát we willen, in die zin loopt ze hooguit één stapje op de troepen vooruit. Ik heb al gemeld dat haar korte video’s de boodschap voortreffelijk overbrengen. En dat het een lege huls is geeft mensen de gelegenheid om die huls te vullen met hun eigen initiatieven en dat is precies wat de donutcoalitie in Amsterdam doet. Want aan initiatieven is geen gebrek, alleen aan een gecoordineerde aanpak ontbrak het totnutoe. En wat ook enorm helpt: ze zegt geen dingen die niet kloppen, die dan weer tot verwarring leiden.

En dan dit: ik ben er van overtuigd dat ze op het juiste moment komt. Twintig jaar geleden kwam het begrip transitie niet in ons bewustzijn voor, tien jaar geleden zou haar boek waarschijnlijk niet eens opgemerkt zijn. De tijd is rijp. En dat is geweldig nieuws! Wat Raworth ons vooral laat zien is dat de tijd nu rijp begint te worden. In deze zin geloof ik ook dat men don’t make history but history makes (wo)men. Anders gezegd: het succes van de doughnuteconomie zit hem niet in het inzicht van de schrijfster, maar in het inzicht van de lezers.

Het is een kwestie van besmetting. Een inzicht is als een virus, als mensen er ontvankelijk voor zijn kan het inzicht zich verspreiden. Het reproductiegetal van een inzicht hangt af van twee factoren denk ik: de kracht van het inzicht en de ontvankelijkheid van de dragers. Aan de inzichten is niets gewijzigd, maar wel aan onze ontvankelijkheid, ons bewustzijn. En dan kom ik dus weer bij Don Beck uit. Dat is denk ik wat er vandaag in Amsterdam gebeurt: er zijn nu voldoende mensen op allerlei posities die de omslag samen kunnen maken, nou moet ik nog even bedenken hoe ik daar het beste aan kan bijdragen.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 085, apr 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Saturday 24 April 2021


Waar ging Louis Blanc mis?

This post was written by Jeroen van Beele

Op een gegeven moment begon het mij te dagen dat het antwoord vlak voor onze neus lag, maar dat we er allemaal aan voorbij keken. Ik ook. Maar aan welke olifant keken we dan voorbij? Ja, als dat eenvoudig was geweest, dan had ik deze vraag niet gesteld. Met zijn allen massaal aan iets voorbij kijken doe je niet per ongeluk, er is ergens een diepere laag in je cultuur waar je je bewust van moet worden voor je die kunt transformeren. In mijn geval werd die bewustwording getriggerd door de ontmoeting met Jacquelien waar ik je eerder van vertelde in nov 2020. En na een worsteling was ik er uit: ruilen was niet de oplossing, maar het probleem. En het is inderdaad heel simpel: ruilen doe je omdat je elkaar niet vertrouwt en in dat wantrouwen schuilt de wortel van onze ellende, dan gaan we hamsteren en creeren zo schaarste en competitie en wat al niet meer.

niet ruilen, maar delen

Nog even: vertrouwen is de kern van geld, van ons banksysteem. Een bank verkoopt vertrouwen, dat doet ze door leningen te verstrekken. Als ik voor jou een huis bouw dan hoef ik mij niet af te vragen of jij mij de komende 30 jaar netjes gaat terugbetalen. Dat doet de bank voor mij. In die zin is geld het smeermiddel van onze economie, niet omdat het een ruilmiddel is, maar omdat het een kredietmiddel is. Ik weet het: er zijn ook gemeenschappen, ik meen niet eens heel van hier, waar een stel een huis als huwelijkscadeau krijgt van de gemeenschap. Dat bouwen ze dan in een weekeindje of zo. Het zou mij niet verbazen als die gemeenschappen netjes binnen Dunbar’s grenzen blijven (zie mrt 2020).

Maar als we nou niet meer ruilen, hoe ziet onze economie er dan uit? Weer lang en diep nadenken, los van het ruilparadigma, bracht mij tot de volgende slogan:

ik doe wat ik kan
ik neem wat ik nodig heb

Dus dat heb ik toen maar eens op een t-shirt geschreven.

Op een gegeven moment kwam ik Ewout tegen, en ik droeg dat mooie shirt. Ewout is een rascommunist die ik ooit tegen was gekomen bij de SP van Amsterdam centrum. Hij zag mijn slogan en zei: maar dat is Marx! En toen was ik zeer verheugd, ik was blijkbaar niet dom! En toen vroeg ik Ewout waar Marx dat dan gezegd had. En dat heeft Ewout gedaan! Na een tijdje wist hij te melden dat het een uitspraak van Louis Blanc betrof: Van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte (De chacun selon ses facultés, à chacun selon ses besoins.). Blanc heeft die uitspraak gedaan omtreeks 1851, dus voor dat Marx Das Kapital publiceerde vanaf 1867. Later is het de slogan geworden van de anarcho-communisten. Nou, dat is mooi, dan ben ik dus een anarcho-communist. Hiep hoi, eindelijk een identiteit!

Maar wat voor een identiteit? Anarchisten, dat zijn toch van die lui die tegen alles aanschoppen en lak hebben aan om het even welke regel? En communisten sluiten je op in een goelag als je niet meedoet met ze. De combi van beiden lijkt meer op totale rechteloosheid dan op verlichte vrijheid. Dus waar ging Louis Blanc mis?

Dat moest even sudderen. Een tijdje later kwam ik in Projektwerkstatt Saasen een prachtig boekje tegen. In simpele bewoordingen legt het uit wat anarchisme nou eigenlijk echt is, hoe het bedoeld is. En ook dat blijkt heel simpel: een anarchist is iemand die zelf zijn verantwoordelijkheid neemt. Die schuift hij niet af op zijn meerdere, dat is waar hij de archie doorbreekt. Een anarchist houdt zich niet aan regels omdat zijn baas het zegt, of de politie, maar omdat hij er zelf van overtuigd is. En als ie er niet van overtuigd is, nou ja, dan doet ie het niet. Dat betekent dus ook dat ik een anarchist op zijn gedrag kan aanspreken, hij/zij zal niet zeggen: Befehl ist Befehl, maar hij zal mij antwoorden, hij is verantwoordelijk. En het betekent ook dat als een anarchist zich ergens niet van bewust is dat hij daar dan ook geen rekening mee zal houden. Zo beschouwd zijn regels voor de onbewusten en anarchisme voor de bewusten.

In de oorspronkelijke formulering van Blanc ligt de goelag ook wel een beetje besloten. In mijn formulering zeg ik wat ik kan doen, waar ik voor kan kiezen. In zijn formulering zegt hij ook wat hij vindt dat jij moet doen. En als jij dan niet doet wat hij vindt dat jij moet doen dan doemt de goelag al snel op.

En nog wat: je kunt je uiteindelijk alleen verantwoorden als je je bewust bent van je keuzes, maar de werkelijkheid is dat we de hele dag door keuzes moeten maken, ook als we ons niet bewust zijn van de gevolgen daarvan. Zoiets als anarchisme kan dus alleen werken als mensen voldoende bewustzijn genieten. Anders gezegd: hoe anarchisme uitwerkt hangt af van het bewustzjn van de anarchist.

En dat is waar Louis Blanc misging denk ik. In sep 2020 splits ik de vraag naar een nieuwe economie in tweeen: Hoe ziet de utopie eruit? en: Hoe kun je die utopie aanpassen aan mensen zoals jij en ik? Ik meen dat het antwoord op die eerste vraag eenvoudig is en magistraal verwoord is door Louis Blanc. Maar de tweede vraag, dat is een worsteling en die is op elke tijd en plaats weer anders, afhankelijk van het bewustzijnsniveau. Nou denk ik niet dat Blanc daar echt mis ging, maar zijn idealen zijn misbruikt om lagere vormen van bewustzijn te ratificeren.

eerste publicatie: nieuwe mensa berichten 084, mrt 2021

Facebooktwitterlinkedinmail

Monday 22 March 2021