Niets doen is ook vermoeiend

Het was weer als vanouds, een avond in een (voorheen rokerig) hol met voornamelijk jonge mensen op zoek naar een betere wereld. Ditmaal was het thema: Weg met werk. Kijk, denk ik dan, die hebben het begrepen: werk is helemaal geen doel. Let op: decaden in onze nationale politiek was werk doelstelling nummer een, dus als je zegt dat werk helemaal geen doel moet zijn dan zeg je ook dat onze nationale politiek er decaden naast gezeten heeft.

De avond was onderdeel van het kunstenaarsproject Common-in over sociale transitie met de meent als centraal concept. Uitgenodigd waren oa Marguerite vd Berg, schrijver van Werk is geen oplossing en Denise Harleman van Collectief Kapitaal.

Voor mij nieuw was de constatering dat bestaansonzekerheid een beleidsinstrument is: mensen die bestaanszekerheid missen gaan harder werken. Het staat gewoon in de beleidsdocumenten. Overigens is wetenschappelijk bewezen dat dat niet klopt, bestaansonzekerheid geeft een stress die de benodigde creativiteit om uit die onzekerheid te geraken verlamt. In dit kader hier nog een mooi stuk van Jesse Frederik van De correspondent: Hoe de verzorgingsstaat mensen niet langer helpt, maar in de problemen brengt. Langzaam begin ik meer te begrijpen van de stress waar we met zijn allen in terecht gekomen zijn.

“Elitair” was een van de emoties die in het publiek opkwam bij de gedachte “Weg met werk”. Ik denk dat het aanwezge publiek vooral mensen waren met perspectief. Waar vd Berg op doelt in haar boekje is: voor een steeds groter wordende groep mensen biedt werk helemaal geen perspectief meer, het is vooral buffelen om aan het einde van je salaris nog een stukje maand over te houden. Ik kan het mij veroorloven te spelen met zo’n spannende gedachte “Weg met werk”, maar degenen in wiens belang wij menen deze excercitie te moeten doen zijn gevangen in de stress van hun sisyphusarbeid (dat is ook een elitair woord trouwens).

De gedachten tijdens de avond gingen daarom van werk anders bezien door naar: naar andere zaken kijken. Ben je je werk en als je niet je werk bent, wie ben je dan eigenlijk? Bén je dan eigenlijk? Wanneer ben je? En ja, dat slaat ook op mijn column alhier: is nieuwe economie wel zo’n significant thema? Is het misschien niet verstandiger om het ergens anders over te hebben? Ik kan mij nog uit mijn middelbare schooltijd in de 70-er jaren herinneren dat economie helemaal geen issue was. We hadden het in de klas over baas in eigen buik, kernwapens en het ijzeren gordijn en wat daarachter allemaal gebeurde. En we hoorden in de verte over grenzen aan de groei. Mijn interesse voor economie, ihb nieuwe economie dateert van een decade later.

Maar waar zou ik het dan over moeten hebben? Moet ik het wel ergens over hebben? Is mijn hele columndrift ook niet voortgekomen uit een maatschappelijke prostitutiedwang: ik publiceer dus ik ben? Is dat wat ik ben? Publiceren is ook een vak weet je, het is werk.

Even terug dus. Naar de ayahuasca in het braziliaanse regenwoud, mijn wedergeboorte: ik ben niet mijn ego, ik heb er een, ben daar blij mee, maar ik ben dat niet. Ik, dat is mijn zelf, ik ben een stukje van het universum, geincarneerd in dit vehikel, met alle ups en downs, voors en tegens. Voor de goede orde: voor mij is mijn ego hetzelfde als mijn lichaam. Dat lichaam heeft zijn eigen dynamiek, wil zich voeden bijvoorbeeld, heeft een continue stroom van gedachten en om de begripsverwarring compleet te maken: mijn ego heeft ook een zelfbewustzijn. Allemaal prima, maar het staat ten dienste van mij, mijn zelf, niet andersom, dat was mijn grote ontdekking daar in het regenwoud.

Dit onderscheid tussen ego en zelf, tussen bestuurde en bestuurder, is ook in bovenstaande gedachtengang van cruciaal belang. Waarom deed ik het allemaal ook al weer? Wat ik ook geleerd heb in de sabattical waar de ayahuasca onderdeel van was is: ik luister naar mijn hart, want daar spreekt het universum. Mijn zelf dus, verbonden met alle andere zelven. Als ik naar mijn hart luister kan het niet fout gaan.

En dan, dan wordt werk een middel om mijn ego, onze ego’s te voeden en verzorgen. En tegelijkertijd al doende mij(n) zelf uit te drukken. Manifesteren vind ik in deze context wat aanmatigend, waarom zou ik mijzelf willen manifesteren? Door te zijn in die verzorging van ons, de planeet en de toekomst ben ik. Dat is al waar het om gaat.

Ik ben wel van het zijn, maar toch vooral door te doen. Ik kan wel eens een tijdspanne niets doen, maar uiteindelijk wil ik toch wel weer iets doen. En dat is het dan: ik doe omdat ik wil. Maar is dat doen nou zo belangrijk? Ja en nee denk ik, voor mij althans: ja, want ik wil ook graag te eten hebben. En nee, want er zijn belangrijker zaken in de wereld dan werken of eten, liefde bijvoorbeeld. Dus dat doen is belangrijk daar waar dat nodig is. en nodig is het, al was het maar omdat niets doen ook vermoeiend is.

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 097, apr 2022

Facebooktwitterlinkedinmail

Leave a Reply

Your email address will not be published.

*

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.