Oost west, thuis best

In Terug naar de nieuwe economie stelde ik dat er vier punten zijn die ons in de weg staan in het realiseren van die nieuwe economie. Punt twee was dat we nog geen beeld hebben van hoe die nieuwe economie er dan uitziet. Hoe vlieg je dat nou aan, zo’n vraag: “Hoe ziet de nieuwe economie eruit?” Ik heb een fantastische manier om die aan te vliegen en die wil ik graag met jullie delen, maar eerst: die manier is een soort van per ongeluk ontstaan. Ik was altijd maar aan het knutselen en redeneren en delibereren enzovoorts. En op een keer kwam die manier voorbij en ik besteedde er geen aandacht aan. En toen kwam hij weer voorbij en toen keek ik er nog eens naar. En langzaam begon ik te begrijpen hoe handig en fundamenteel deze manier van kijken / benaderen is. Hoe heel veel inzichten, vragen en oplossingen op zijn plek vielen. En ook: na adoptie van deze manier van benaderen kwamen er allemaal nieuwe inzichten bij. Nu zijn jullie vast ook nieuwsgierig, en dit is dan die manier:

Ik splits de vraag in twee vragen. Vraag 1 luidt: “Hoe ziet de utopie eruit?” en vraag 2: “Hoe pas je de utopie aan aan mensen als jij en ik?” Het komt niet helemaal uit de lucht vallen hoor, steeds vaker kom ik mensen tegen die zich afvragen wat het utopische ideaal is. Dat utopische ideaal kan dan de rol vervullen van stip op de horizon: we gaan er nooit komen, maar hij geeft wel richting. Wat ik ook tegenkom is dat het heel moeilijk is voor mensen om zich een utopie voor te stellen. Mensen stellen zich dan een ideale wereld voor waarin mensen alles met elkaar delen en voor elkaar zorgen. Maar we doen wel iets met muntjes, want anders trek je alleen maar klaplopers aan. En dan is het toch niet ideaal meer, hoe moet dat nou? Mijn analyse is dat dat komt omdat die mensen een utopie proberen te formuleren waar mensen zoals jij en ik in kunnen leven. Maar daar geloof ik niet in. Utopia is een ideale wereld en een ideale wereld is voor ideale mensen, niet voor mij dus. Wat deze splitsing in eerste instantie doet is argumenten over ideale werelden scheiden van argumenten over mensen.

Even tussendoor: ik heb Utopia van Thomas More onlangs gelezen. Het deed me nog het meest denken aan het China van Mao. Nee, geen plaats voor mij. Maar voor nu: als ik over Utopia spreek dan bedoel ik die spreekwoordelijke ideale wereld. Een wereld voor ideale mensen dus, een stip op de horizon. En die stip kan haar rol als stip vervullen als we ook de tweede vraag beantwoorden.

In de vorige eeuw is daar op nationale schaal mee geëxperimenteerd. Oost had een ideaal, en West ook. Maar Oost beantwoorde niet de tweede vraag “Hoe pas ik de utopie aan aan mensen als jij en ik?” Nee, in plaats daarvan beantwoordde Oost een andere vraag, nl: “Hoe pas ik mensen aan aan de utopie?” En op die vraag hebben ze ook een antwoord gevonden: totalitarisme.

En ook West beantwoordde die tweede vraag niet. Om haar economie vorm te geven rekent West met homo economicus. Dat is iemand die alleen aan zichzelf denkt. Of anders gezegd: dat is de projectie in het economisch vlak van wat in de psychologie een psychopaat genoemd wordt. Dus West beantwoordde de vraag: “Hoe pas je de utopie aan aan psychopaten?” En het antwoord op die vraag is volgens Fukuyama: neo-liberalisme.

Wat zijn eigenlijk hun respectievelijke utopieën? Ik beweer: de utopieën van beide zijn hetzelfde. Vanuit verlicht perspectief dan. Ik zal uitleggen wat ik bedoel. Laten we beginnen met de utopie van West: de vrije markt. Maar wat is een vrije markt, vanuit verlicht perspectief? Eigenlijk is dat heel simpel: een vrije markt is een markt waar alle actoren vrij zijn. En wanneer is een actor vrij vanuit verlicht perspectief? Als zijn ego geleid wordt door zijn zelf. In Vrijheid is als voorrrang heb ik de verlichte definitie van vrijheid gegeven: vrijheid is als voorrang, het is geen recht maar een plicht, nl de plicht om te zorgen voor ons, de planeet en de toekomst. Zo bezien is de vrije markt een markt waar deelnemers voor elkaar zorgen. En dat is toch precies de utopie van Oost?

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 078, sep 2020

Gert en de russin

Jaren geleden kreeg ik een nieuwe baan bij een klein bedrijfje. “Ik ben liberaal” zei Gert, de ondernemer. Hij zei het met een tongval die mij nog het meest aan Beatrix deed denken. Hij zat dik in de VVD en sprak met Rita en Ayaan, het was in de tijd dat Rita Ayaan nog niet had ontnederlandst. Ik ben een wat linkse intellectueel dus ik voelde mij niet onmiddellijk op mijn gemak bij hem.

Nog in mijn proeftijd wordt ik gebeld voor een andere baan, een baan uit duizenden. Dus ik op gesprek en we spreken af dat ik ga beginnen zodra alle formaliteiten rond zijn. dat kon nog wel even duren dus ik zei nog niks tegen Gert. Maar goed ook want het duurde en duurde maar. Ondertussen leerde ik Gert beter kennen. Nog even geaffecteerd als altijd blijkt hij een integer ondernemer, een die zich verantwoordelijk voelt voor zijn klanten en zijn personeel. Het is een man die geen wetten nodig heeft om zich kosher te gedragen.

Ongeveer een half jaar later krijg ik in dezelfde week twee telefoontjes. De eerste is van Gert, hij heeft het project gescoord waar hij mij voor aangenomen had, volgende week op cursus in Heidelberg en dan aan de slag! Het andere telefoontje is van mijn nieuwe baan, ik kan beginnen zodra ik mijn huidige baan heb opgezegd.

Wat nu te doen? Ik spreek in ieder geval met mijn nieuwe baas af dat ik niet zomaar mijn huidige baan opzeg, maar Gert eerst de gelegenheid geef om het project op de rails te houden.

Tegen deze achtergrond reis ik af naar Heidelberg. In de eerste pauze van de cursus die 3 dagen duurt spreek ik een medecursiste. Het is een russin die in Antwerpen gepromoveerd is op het onderwerp waarvoor Gert mij aangenomen had. Nou ben ik ook wel gepromoveerd, maar niet in deze materie, dus zij zou mijn werk beter kunnen dan ikzelf. Ze woont alweer een tijdje in Moskou maar wil eigenlijk weer terug naar de Benelux. Nou, dan heb ik een baan voor je!

Zo gezegd, zo gedaan. Bij terugkomst in Nederland bel ik Gert met het slechte nieuws dat ik weg ga net nadat ik de cursus gedaan heb en het goede nieuws dat ik iemand heb gevonden ter vervanging die beter is dan ik. En ik beloof Gert dat ik pas vertek als hij het project in goede orde heeft kunnen voortzetten. Dus Gert nam de russin aan, eind goed, al goed.

Wat ik hiermee nog eens illustreren wil is dat nieuwe economie geen nieuw systeem is, maar nieuw gedrag. Dat nieuwe gedrag kunnen we in het hier en nu doen.

De regeling voor kenniswerkers was al in werking dus Gert kon de russin in no time aannemen. Althans, in theorie. Hij moest natuurlijk nog wel wat formaliteiten afhandelen. En daar kun je natuurlijk fouten in maken. En toen bleek wat Rita werkelijk voor ogen stond: elk foutje betekende de procedute van minimaal een maand in zijn geheel overdoen. Na een half jaar had de russin bij het zusterbedrijf in Belgie een baan.

Al kende Gert Rita persoonlijk, dat mocht niet baten, dat spreekt dan wel weer voor ons kikkerlandje. En dat is ook een voorbeeld van nieuw gedrag!

eerste publicatie: nieuwe mensaberichten 077, jul 2020